Geloof waardig helpen
1989-07-07
Op 27 mei jl. werd een studiedag gehouden over psychotherapie en christelijke levensbeschouwing in de VU te Amsterdam. Vier studenten psychologie van de Rijksuniversiteit Utrecht presenteerden de resultaten van hun wetenschappelijk onderzoek.- Jaargang 33
- nummer 14
Sinds 1980 werkt de Subfaculteit Klinische Psychologie (Utrecht) mee aan studie en onderzoeken op het gebied van de relatie christelijk geloof en psychologie/ psychotherapie. Twee publicaties waren hiervan het resultaat: "Een deur op een kier" (Hasselaar,1982) en "De pastor als hulpverlener" (Bos, 1985).
Geloof en therapie
In dit derde onderzoek stond centraal de vraag in hoeverre de christelijke levensbeschouwing het handelen van christelijke hulpverleners beïnvloedt en of dit handelen zich onderscheidt van niet-christelijke hulpverleners. Aan dit onderzoek werkten circa vijftig therapeuten (psychologen en psychiaters) mee, nadat meer: dan 450 officiële hulpverleners waren aangeschreven en gevraagd om dit onderzoek mogelijk te maken.
Zonder bekend te zijn met het specifieke doel van het onderzoek werd aan de hulpverleners gevraagd op grond van vier verschillende, duidelijk beschreven probleemsituaties een behandelingsplan op te stellen.
De verkregen gegevens werden anoniem onderworpen aan een scoring, die gebaseerd is op algemeen therapeutisch handelen, zoals o.a. het benoemen van de problematiek, de keuze van therapeutische benadering, het hanteren van normen en .
waarden. Uit de beantwoording van eigen vragen over de persoonlijke levensbeschouwing werden de groepen christelijke therapeuten en nietchristelijke therapeuten gevormd. In de behandelingsplannen werd gekeken naar christelijke elementen.
Onder christelijke elementen werd verstaan: opmerkingen, die duidelijk gerelateerd waren aan het evangelie en praktisch christelijk handelen, zoals bidden met de cliënt. De onderzoekers vonden dat 17 therapeuten van de 29 therapeuten, die zich christen noemden, christelijke elementen in hun therapie lieten zien.
Bij alle niet-christelijke therapeuten kwamen géén christelijke elementen voor in hun behandelingsplan. Blijkt de problematiek van neutrale aard (d.w.z. een gedragsprobleem zonder duidelijk levensbeschouwelijk aspekt; bv. angst voor de tandarts) dan zijn bij alle therapeuten christelijke elementen afwezig.
De forumdiscussie
Naast de waardering voor dit gedurfde onderzoek werden verschillende kritische kanttekeningen gemaakt door de deelnemers van het forum, waarin zitting hadden: prof. Van Wijngaarden, prof. Veling; prof. Vandermeersch, drs. Glas en dr. V.d. Wal.
Heel veel aspecten van de omgang tussen mensen zijn niet meetbaar.
Ook in een vertrouwensrelatie binnen de therapie spelen zich zaken af, die niet kwantitatief te maken zijn.
Dit bemoeilijkt zo'n onderzoek.
Een opvallend resultaat was dat christen-therapeuten meer directief te werk gaan (sturend, onderwijzend, adviserend) en dat nietchristen therapeuten meer nondirectief met hun cliënten omgaan (vrij, meegaand, meedenkend). Heel het therapeutisch werk is uiteraard ingebed in onze Westerse cultuur die zijn eigen geschiedenis kent.
Ons leven is gericht op zelfstandig maken en propageert het zelf kiezen.
Waar en wanneer wordt gekozen? Is zelf kiezen in feite geen illusie?
Aandacht werd gegeven aan het belangwekkende thema: hoe gaat de therapeut om met de bijbel in de therapie? Op aandrang van de cliënt kan het zinvol zijn een bijbelse visie op het persoonlijk leven te geven.
Verwijzing naar en samenwerking met predikanten' is op zijn plaats als cliënten duidelijke geloofsproblemen hebben.
Ook de aanwezigen in de (college)zaal kregen de gelegenheid opmerkingen te plaatsen. Er werd geconstateerd, dat een duidelijk mensbeeld (antropologie) ontbrak aan de studie. Onderzoeksmatig konden andere facetten worden toegevoegd b.v. welke verwachting heeft de cliënt t.a.v. de therapeut? Ook werd aangegeven dat cliënten soms met religieuze problemen binnen stappen als dekmantel voor psychische problemen: Op basis van gewonnen vertrouwen kan de cliënt geholpen worden, zodat de werkelijke problemen aan de orde komen.
Literatuuronderzoek: religie en therapie
's Middags konden de aanwezigen bezig gaan in twee werkgroepen door te kiezen uit vier werkgroepen met de thema's: Psychotherapeutische literatuur en religie (Kerssemakers); Psychotherapie en ethiek (Vandermeersch); Psychotherapie en geloof (Filius); Pastoraat in de geestelijke gezondheidszorg (Bath).
Ondergetekende deed mee aan de eerste en de derde werkgroep.
Er is weinig in het Nederlands geschreven over de verhouding psychotherapie en religie. Toch is er wel veel gaande, getuige ook deze studiedag. Er is wel enige literatuur uit Noord Amerika. Positieve literatuur als het gaat om de relatie en de samenhang tussen psychotherapie en religie. Negatieve literatuur, als men beweert, dat religie op alle fronten verkeerd is. In het algemeen schrijft men duidelijk dat de therapeut niet goed raad weet met religie ofwel er onhandig mee omgaat. Of de religie wordt afgedaan om haar absoluterend karakter, of de psychotherapie gaat als een alternatief geloof functioneren. Verder ging de inleider dieper in op de interaktie tussen therapeut en cliënt, welke houding wordt aan genomen t.a.v. de religie, en van welke wederzijdse beïnvloeding kan er sprake zijn? Heel veel therapeuten vermijden wederzijdse religieuze problematiek. Wat vraagt de praktijk?
Iemand suggereerde: Het is niet ondenkbaar, dat RIAGG's ook een plaatsje gaan inruimen voor de pastor als hulpverlener. Dat geeft te denken!
Geloof en psychotherapie
In de tweede werkgroep over geloof en psychotherapie werd duidelijk een christelijke-bijbelsevisie op psychotherapie door de inleider getoond. De God-mens relatie is een voorbeeld van een goede mensmens relatie. God komt naar de mensen toe: Hij, de Almachtige, neemt ons, nietige mensen volledig aan. Deze acceptatie vormt ook de basis van therapeutische contacten.
Verder leven we onder Gods hoede.
Vanuit en door genade richten wij ons leven ln. Een leven met voldoen aan allerlei eisen en voorschriften, zoals in sommige Reformatorische kringen met de vraag naar gehoorzaamheid opgeld doet, is tegenstrijdig met het bijbelse genademodel.
Geen wettisch leven, maar leven in vrijheid.
De inleider besprak een probleemsituatie, waarin hij stelt, dat Godsbesef wordt gekleurd door de opvoeding.
De omgang met vader en moeder kunnen heel wat trauma's veroorzaken in een ongelukkige groei naar volwassenheid. Therapeutisch ls het goed samen te beseffen: God is de Geheel Andere en Hij is er ALTIJD.
Het gaat er niet om evangeliserend bezig te zijn, maar therapeutisch, psychisch genezend en gezond makend. Het goede en het positieve moet voorop staan bij iedere christen.
Ook hier klonk de oproep: "Wees een bijbels LICHT in onze hedendaagse duisternis".
Besluit
Na deze twee uren intensief bezig zijn werd deze. studiedag gezamenlijk afgesloten. In het kort vertelden de inleiders iets over hun lezing in de werkgroepen. Algemeen was de conclusie, dat een interessant onderzoek was gepresenteerd. Ontegenzeglijk dienen we te constateren, dat levensbeschouwing en psychotherapie bij elkaar horen. Cliënt, let op uw keuze!
Deze keurig verzorgde studiedag werd georganiseerd door de Stichting Christelijk Studiecentrum te Amsterdam. Bij dit centrum kunnen belangstellenden de scriptie "Geloof waardig helpen" door G. van Kranenburg, J. van Holland, A. Huisman en K. Roest bestellen per bank/giro door overmaking van f 23,50 (prijs incl. verzendkosten) op girorek. 247500 of bankrek. 39.36.40.086.