Excuus
1988-02-25
Lang geleden hadden twee jongetjes diepgaand meningsverschil. Dat is geen ongewone zaak voor broeders van hetzelfde huis, en het komt zelfs in de beste families voor. Zo bij ons thuis. De zaak werd voor het HHG gebracht en Vader besliste wie in het ongelijk gesteld moest worden. Hij droeg mijn jongere broertje op, om vergeving te vragen. Ik herinner me dat zo goed, niet omdat ik gelijk kreeg - maar omdat mijn broertje nederig vroeg: wil je me alsjeblieft vergeving vragen? Dat was voor mij nu weer niet nodig en bovendien leek het geval een leuke verspreking. Vader schoot tenminste in de lach en causa finita, hiermee was de zaak klaar. - Jaargang 32
- nummer 8
De zeer geleerde schrijver H. Brandt Corstius doet me aan dit voorval denken, door zijn verhaal "Ex causa falsa"
(1). Hij brengt zijn lezers namelijk op de gedachte, dat excuus iets te maken heeft met een vroegere kerkvorst uit de 15e eeuw, Nicolaas van Cusa. Die man had een kerkpolitieke reuzenzwaai gemaakt (eerst contra - later pro het pauselijk oppergezag) en verontschuldigde zich bij zijn ondervragers met het feit dat hij van Cusa kwam; hij kwam ex Cusa,was een boertje van buut'n. Zo zou het woord excuus zijn ontstaan, een verontschuldigend smoesje zogezegd.
Nu blijft de vraag, ofHBC hier de waarheid sprak - dan wel, om achteraf eervol excuus te kunnen maken, een opzettelijke leugen debiteerde. Het zij aan 's mans geweten en zijn volgend artikel overgelaten. Inelk geval zal hij dan ook een soortgelijke verklaring moeten leveren voor het woord accuser = beschuldigen.
-0-
Toch. Het zo gemakkelijk excuusaanbieden is een overdenking waard.
De Schrift zegt: wie zijn zonden belijdt en laat ..... Zonden moeten dus, wil het goed komen, beleden worden. Maar pekelzonden? En vergissingen? En dwalingen te goeder trouw? En (zoals je aan de overkant van de Noordzee hoort) 'excuse me' zeggen, wanneer je in een restaurant van een aangrenzend tafeltje opstaat?
Als het waar zou zijn, dat het woord excuus afkomstig is van de landelijke bakermat van Nicolaas van Cusa, dan heeft het excuus van deze heilige weinig inhoud gehad. Want zich beroepen op zijn nederige afkomst baat geen kerkvorst, die de eerste zes boeken van Tacitus heeft ontdekt. Terecht heeft de geleerde wereld, voor zover die nog het latijn machtig is, de term 'mea culpa' in gebruik genomen; het is mijn schuldmaar alleen voor wie dat verstaat! Zo gaje niet publiekelijk af, voldoet aan de rechtseisen en voorkomt alle gevolgen van de dwaling; tot het fatsoen behoort immers, dat een bekennende schuldige niet verder lastig gevallen wordt.
Fouten maken is menselijk. Fouten erkennen grenst aan het bovenmenselijke, zouje denken. Maar voor fouten excuus aanbieden - zegt HBC - schijnt je tot een held te bevorderen, die beminnelijke briefjes van zijn lezers krijgt. Je zou er speciaal fouten voor maken en die achteraf verontschuldigen - zo leer ik van hem - om het contact met je lezers op peil te houden.
Toch eigenlijk te zot om waar te zijn.
Schrijf je hele kolommen vol waarheden, dan riskeer je het oordeel: weer geen nieuws vandaag. Maar maak 1 vergissing, per ongeluk of opzettelijk, dan kun je op ingezonden brieven rekenen. Want fouten worden onthouden.
En fouten maken we allen.
Errare humanum est, dwalen is menselijk, luidt een oud gezegde. Mijn Vader, die graag latijnse spreekwoorden gebruikte en zijn zoons in de zomervakantie latijnse lessen gaf, kon dat met zijn diepe bariton zo klankrijk zeggen. Het was de apotheose van een boetepreek en tevens het einde daarvan.
Er waren trouwens veel meer huiselijke gezegden. Als een van ons te ver ging, in woord of daad, kon Vader zeggen: sunt certi denique fines, er zijn zekere grenzen!
Of, wanneer een vals argument in de discussie sloop: omne comparatio claudicat, elke vergelijking gaat mank.
Ik hoop maar dat ik geen fouten schrijf want de lessen waren lang geleden en indien al: ik vraag excuus aan onze latinisten.
Nog een mooie spreuk gaf Vader mij op zijn sterfbed mee, enkele uren voor hij insliep: 'jij daar jongeman: fortiter in re, suaviter in modo!' Hetgeen is overgezet zijnde: wees sterk in de zaak (die je verdedigt) maar zacht in de manier (van optreden).
Ja, dat was in de tijd dat de zogenaamd dode taal nog levendig gebruikt werd.
Rond de eeuwwisseling werd aan de Nederlandse universiteiten nog wel in het latijn gedoceerd. Misschien kent u het verhaal van de dicterende hoogleraar te Amsterdam, die last kreeg van het zonlicht? Hij zei een latijnse volzin.
leder noteerde ijverig (om het thuis te vertalen). Hij zei die volzin nog eens en ieder onderstreepte. Toe hij de zin ten derde male uitsprak - en er werd al dubbel onderstreept - deed de professor maar zelf de gordijnen dicht, omdat niemand hem begreep. Wij dwalen af en dat is opnieuw een excuus waard.
-0-
Jaren geleden had ik mij, naar het oordeel van een groep lezers, vergaloppeerd.
Als ik het goed begrijp zitten die ontevreden lezers nu allemaal binnen het vrijgemaakte verband - maar daar konden ze nog wel gelijk om hebben. Er werd pressie op me geoefend, van bevriende en bevoegde zijde, om excuus aan te bieden en alles terug te nemen. Ik had daar wel enige moeite mee - maar alla, terwille van vriend en broeders doe je wat. Ik bood excuus aan en nam alles terug. Zo. Over. Rien perdu fors l'honneur.
Maar toen kwam Leiden in last. De eerwaarde opponenten kwamen nu pas goed los. Net als honden doen, wanneer een haas uit zijn leger rijst en benen maakt. Ze gaven elkaar het motto door: blaas maar hoog van de toren, en hij gaat door de knieën. Dat was in strijd met de fatsoenswet, dat men met een zich verontschuldigende schuldige niet verder handelt. Toen kreeg ik een heel vreemde raad, van geheel ongedachte zijde. Het was de wijze en ten onrechte veel gesmade ds B. Telder, die me onder handen nam.
Hij zei ongeveer dit. Je hebt excuus aangeboden en je bewering terug genomen.
Dat was fout. Niet alleen was je bewering juist, maar men maakt misbruik van nederigheid. Nu pakken ze je in het vervolg op elke zin die hun niet aanstaat. Want ze weten dat ze je klein kunnen krijgen. Nooit weer doen.
Vermoedelijk had hij deze wijsheid zelf opgedaan. Ik wilde graag naar hem luisteren, want hij was zachtmoedig en nederig van hart. Want waarom ook zouden we van elkaar vergen, dat we volmaakt zijn in onze woorden? Jacobus zei: indien iemand in woorden niet struikelt, (2) die is een volmaakt man. En Salomo beleed het nog dieper: want geen mens is er die niet zondigt (3). In een redactievergadering van dit goede blad viel eens de zin: onze artikelen zijn Gods Woord niet - we zijn maar mensen.
-0-
Homo sumo Nog even een paardesprong?
Vroeger bestond in ons ouderlijk huis een foto van twee studenten die, tegen de achtergrond van medestudenten, samen een leitje vasthielden met de woorden: Cum Laude, Homo En Poot. Het was in de tijd dat een mens nog "met lof' candidaat in de theologie kon worden en mijn Vader met de latere prof. dr J. Ridderbos waren de eersten van hun jaargang. (Ik gaf er wat voor om die foto in het familiearchief te plaatsen - maar Vader zal hem wel vernietigd hebben).
Dat mijn Vader Poot werd genoemd weet hij aan zijn grote handen. Maar de naam Homo voor de student J. Ridderbos had een anecdotische achtergrond.
Het was J. R. gelukt, in een studentendispuut een vrijwel feilloze speech in het latijn te houden. Maar - mens als hij was - hij maakte natuurlijk 1 foutje en hij was er de man naar om die fout expresseljjk te maken: test voor zijn hoorders.Nu, er was inderdaad 1 hoorder die de fout opmerkte. J.R. boog het hoofd, stamelde een excuus, en eindigde met 'homo sum', ik ben maar een mens. Vandaar die bijnaam Homo, die vandaag gans andere gedachten wekt.
Dit alles zit vast aan het werkwoord s'excuser, zich verontschuldigen. Inhet volksfrans: verrekskuseer. En als u nu denkt dat u geraden wordt nimmer schuld te bekennen, dan hebt u uw schrijver nog niet begrepen. Wel degelijk moeten we de elasticiteit, of wilt u de nederigheid behouden, om ongelijk te bekennen. Mits het de moeite waard is. Calvijn heeft ons geleerd, dat we in de kerk nooit onder menselijke dwang door de knieën mogen gaan. Dus onder dwang geen excuus en voor een onnozele verspreking evenmin. Maar onze zonden - eigenlijk: misdaden - belijden en laten, zegt de Schrift.
Wat zegt u? Wat HHG aan de aanvang van dit stuk betekent? O, daarmee is het Hoogste Huiselijk Gezag bedoeld. Vrage wel excuus.
1) NRC-Hbl. 16-1-88 - 2) Jac. 3: 2 - 3) 1 Kon. 8 : 46 en zondigen betekent van huis uit: doel missen. dwalen.