Een prikkelend lied
2011-01-21
Voor Nederlands Gereformeerden kwamen de impulsen voor de gemeentezang in de afgelopen tien, vijftien jaar vooral uit de evangelische hoek. Doorsnee NGK diensten verschoten van kleur in de achter ons liggende jaren door met name de Opwekkingsliederen. Heeft het zin om in de delta van het kerklied nog wat breder om ons heen te kijken? Ik denk van wel.- Jaargang 55
- nummer 2
Ook ik ben de laatste tien jaar redelijk vertrouwd geworden met het evangelische lied. Ook in die zin dat ik het mis als het ontbreekt in een dienst. Toch is mijn nieuwsgierigheid naar wat vanuit de meer oecumenische hoek wordt aangereikt in die jaren niet verminderd. Zijn daar liederen en liedvormen, die onze gemeentezang zouden kunnen verrijken? Ook, omdat het in de liedzang niet te smalletjes moet worden, want van alleen Opwekking kunnen de meeste Nederlands Gereformeerden niet leven, zo schat ik in. Openheid dus wat mij betreft. En dat niet alleen om onze winst te doen met wat elders aan goeds en moois wordt gemaakt, maar ook om mee te denken en samen te werken in de breedte van kerkelijk Nederland - evangelisch en oecumenisch. Zoals we dat doen bij de samenstelling van Liedboek 2012. Als klankbordgroep zijn we inmiddels allerlei liederen tegengekomen, die de gezonde breedte in de gemeentezang er in kunnen houden. Zoals dat mooie lied ´Zoals ik ben´, dat bij het vorige artikel had moeten worden afgedrukt. U vindt het alsnog aan het eind van dit artikel.
Eigen positie
Ik vind het inspirerend om bezig te zijn in dat meerstromenland van het kerklied. De komst van het Opwekkingslied (en de evangelische kinderliederen) hebben me meer bewust gemaakt van de vragen rond eigen keuzes van liederen voor de gemeentezang. Want wat wil je als predikant en gemeente nou eigenlijk met dat gezamenlijk gezongen lied? Waardoor laat je je bepalen in je keuzes? En wat is geschikt om gezamenlijk als gemeente te zingen en wat kan beter solo? Soms omdat een melodie te lastig is voor goede samenzang, maar soms ook omdat bepaalde teksten niet echt geschikt zijn om sámen te zingen. En dat gevoel heb ik bepaald niet alleen bij opwekkingsliederen, maar ook bij sommige psalmen.
Ja, het liefst zou ook ik
Niet alleen de evangelische liederen stemmen soms tot nadenken, ook het meer oecumenische lied kan prikkelend zijn. Daarvan geef ik een voorbeeld. Het gaat om een lied (uit het eerder genoemde proefbundeltje), dat ook al te vinden was in de serie van ‘Zingend Geloven’ (deel 6), waarover ik in het eerste artikel schreef. U vindt het lied afgedrukt op deze pagina – ‘Ja, het liefst zou ook ik’. Het is een tekst van Duitse origine, vertaald door Andries Govaart. Misschien moet u het eerst maar een paar keer rustig doorlezen en wat eerste gedachten noteren, voor u verder gaat.
Associaties
Wat komt er boven als je zo’n liedtekst leest? Mij trof als eerste het hartstochtelijk verlangen naar goddelijk ingrijpen en redding - vanuit een wereldwijde nood. Daarbij moest ik wel even slikken bij het woord ‘drammers’, want is dat nu wel zo’n pastorale typering als je het over je lijdende naaste hebt? Verder liep ik in de eerste twee coupletten ook aan tegen distantie en scepsis richting God – neem het zinnetje: ‘met die almacht van Hem’. In couplet 3 lijkt een nieuw perspectief door te breken met het woord van Pilatus ‘Zie de mens’. Alleen… wie is die mens? Is dat een ander of ziet de dichter als in een spiegel toch vooral zichzelf? In dat laatste geval hoor je iemand die zich vertwijfeld afvraagt hoe het mogelijk is dat de verlossing van mens en wereld komt via die ene mens – en dat ‘zonder redding van boven’ (?). Waarbij de afgewende blik (couplet 5) me doet denken aan Jesaja 53. Want dat zal het toch zijn: gebed tot God, met het gelaat blind afgewend van die door God gezonden mens. Of zeg ik met dat laatste al weer te veel?
Vragen
Zomaar wat gedachten en associaties bij dit lied, dat voor mij toch vooral een gedicht blijft. Heb ik nu veel behoefte om dit gedicht te gaan zingen op een niet eens zo eenvoudige melodie? En is dit lied niet veel te cryptisch/dichterlijk om ‘s zondags met de hele gemeente te zingen? Dat nog afgezien van de vraag of je verzameld jong en oud zo’n vertwijfeld lied in de mond moet leggen. Een Psalm als 42-43, waar dit lied in de verte soms aan doet denken, is zoveel warmer, met meer licht van boven – steeds, maar zeker ook naar het eind toe. In dit lied van Govaart is de menselijke onmacht zo het één en het al. En moet je, om het de gemeente te kunnen laten zingen, toch niet ergens laten horen dat God zelf die menselijke onmacht doorbreekt in de weg van de menswording? Kracht in zwakheid, zoals Paulus het evangelie in drie woorden duidt.
Uit geloof tot geloof
Neem vervolgens een ander lied uit diezelfde bundel van ‘Zingend Geloven’. Het is een gezang van Jaap Zijlstra: ‘U komt mij lieve God’ (desgewenst ook te zingen op de melodie van LvdK 294). Hoe komt het nu dat ik dit lied als een warme douche ervaar, ook al zijn er in de thematiek raakvlakken met het lied van Govaart. Dat komt volgens mij omdat er in het gezang van Zijlstra iets gloeit van dat Bijbelse ‘uit geloof tot geloof’. En die drive moet voor mij wel in een lied zitten, wil ik het de hele gemeente laten zingen.
Erbij roepen!
Het aardige van de confrontatie met zo’n lied als ‘Ja, het liefst zou ook ik’ is, dat ik merk dat ik voor de gemeentezang liederen zoek waar iets van ‘paraklese’ in steekt. Paraklese heeft de grondbetekenis van ´iemand erbij roepen’ - bij de gemeente en nog meer: bij de Heer zelf. Dat kan in de praktijk op allerlei manieren gebeuren en dat zie je ook terug in de vertalingen van dat woord ‘paraklese’: aansporing, troost, bemoediging, uitnodiging. De brief aan de Hebreeën (13:22) typeert zichzelf als ‘woorden van bemoediging’ en eigenlijk zit die trek in alle Bijbelse geschriften, die mensen bij de Heer willen brengen.
Bij alle ruimte die er is in het brede spectrum van kerkliederen, is dat de richting, die ik in het gemeentelijk gezongen lied zoek. De vraag is: brengt dit lied – in het spoor van profeten en apostelen - ons in de sfeer van het Koninkrijk van God, wekt het onze liefde voor God en mensen? In het lied van Govaart mis ik dat of moet ik er in ieder geval te lang naar zoeken.
Maar prikkelend is het wel, zo’n ongebruikelijk lied, al zal ik het waarschijnlijk nooit laten zingen in een gemeentelijke samenkomst.
De volgende keer nog iets over de psalmen. Want die maken integraal en ongewijzigd de sprong van 1973 naar 2012 en daar zitten voor mij ook nog wel wat vragen om heen.
Drs. Freddy Gerkema is predikant van de NGK Amersfoort-Noord, lid van de redactie van Opbouw en bestuurslid van de ISK.