Pastorale notitie
1989-07-21
We hebben m.i. behoefte aan een nieuw doopsformulier. Het oude (het is immers onnavolgbaar!) kunnen we blijven gebruiken. Maar we hebben dringend behoefte aan een formulier dat de misleiding van de overdopers feller aan de kaak stelt.- Jaargang 33
- nummer 15
Wat is immers het geval? Je geeft als dominee in catechese en preek de Bijbelse motieven door voor de kinderdoop. De catechisant beaamt alles, leert zondag 27 uit het hoofd (?) en zegt: natuurlijk! en: geen probleem!
Daarna komt hij of zij evangelische vrienden tegen en foetsie is het kerkelijk onderwijs. Je discipel 'ontdekt' de doop en laat zich (niet: overdopen maar) dompelen. En deze (ook voor de ouders) trieste ervaring herhaalt zich.
Waar ik behoefte aan heb is een formulier dat scherp toegespitst is op dit punt, compleet, eigentijds en makkelijk opneembaar. Het gebod uit Deuteronium 6: "Gij zult ze (nl. de geboden) uw kinderen inscherpen" geldt zeker voor de gezinsdoop.
Dat inscherpen moet zijn inprenten, inhameren, uiteraard door veelvuldig gebruik. Zoals schoolmeesters nog heden ten dage tegen de kinderen zeggen: "Je moet de tafels zo goed kunnen opzeggen dat als je vader je vannacht wakker maakt en zegt: zeg. de tafel van zes eens op, je dat doet".
Ik denk bij dat inprenten dan speciaal aan de 'huisteksten' die in het oude formulier ontbreken en die (Ook voor evangelischen) onpasseerbaar zijn: de doop is gezinsdoop.
Ik verwacht van dat indrammen geen wonderen. Maar er wordt een dam opgeworpen. Ernstige zoekers zullen zich nog wel eens bedenken, eer ze daar achteloos overheen stappen. In Nieuw Zeeland was een meisje dat zich liet dompelen in een Baptistengemeente. Maar ze gaf eerst haar getuigenis: een loflied op de Here, die volstrekt de eerste was geweest in haar leven en haar in de gemeenschap van het ouderlijk gezin gedoopt had en tot zijn kind had aangenomen, sola gratia. Ze zei: "Ik heb Hem niet gekozen, maar Hij heeft mij gekozen. Deze dompeling is mijn antwoord op Zijn Woord.”
Ik pleit niet voor deze gang van zaken, maar de dingen komen den wel heel anders te liggen.
Hier volgt de huistekst-passage uit een proeve van een nieuw formulier, dat ik in Rotterdam vele malen gebruikte en dat ik uiteraard geef voor beter.
"We moeten er ook op letten dat het oude Testament en het nieuwe op gelijke wijze spreken over zegeningen geschonken in gezinsverband.
Zo ging Noach in de ark met zijn huis (= gezin).
Saul werd uitverkoren met zijn huis.
David werd gekozen en de zegen kwam over zijn huis.
Abinadab werd gezegend met zijn huis.
Precies zo spreekt het nieuwe Testament over de doop.
Lydia die verfstoffen verkocht, werd gedoopt met haar huis.
De officier Cornelius uit Caesarea werd gedoopt met zijn huis.
De gevangenbewaarder uit Filippi werd gedoopt met zijn huis.
Een overste van de synagoge, Crispus, kwam tot geloof met zijn huis.
En tenslotte was er een zekere Stefanus, van wie we verder niets weten, die gedoopt werd met zijn huis.
Wie dus schriftuurlijk wil spreken over de doop moet niet meer praten over kinderdoop of volwassendoop maar over gezinsdoop.”