Ingezonden
1989-07-21
In Opbouw nr. 12 van 9 juni 1989 staan een tweetal artikelen geschreven door de predikanten Biewenga en Van der Dussen. In beide artikels beluister ik de aloude en zeer hardnekkige mening dat Israël heeft afgedaan; de kerk is in de plaats van Israël gekomen. Het is niet mogelijk beide artikelen uitgebreid te becommentariëren, toch een enkele opmerking: Ds. Biewenga schrijft in zijn artikel: "En toch staat het volk Israël nu buiten het heil". Hoewel ik niet begrijp wat de schrijver nu precies tot uitdrukking wil brengen, verwijs ik naar Rom. 11 : 25-29 met de nadruk op de verzen 28 en 29: "Zij (de biologische Joden) zijn vijanden om uwentwil, naar de verkiezing zijn zij geliefden om der vaderen wil. Want de genadegaven en de roeping Gods zijn onberouwelijk".- Jaargang 33
- nummer 15
Dit is niet "een bepaald soort Israël-theologie", om nu de woorden van ds. van der Dussen te gebruiken maar het spreken van de Schrift.
Voor de Gemeente van Jezus Christus is geen aparte boom geplant, zij wordt gedragen door de edele olijf (Rom. 11:24) Israël, zij is deel geworden van Gods volk, Israël, zij heeft deel aan "het burgerrecht lsraëls", als medeërfgenamen medeleden en medegenoten van de belofte zoals we het lezen in Efez. 2 en 3.
Wanneer we in onze kerken weer oog gaan krijgen voor hetgeen Paulus schrijft in Rom. 9-11 en Efez. 2 en 3 over de identiteit van de gemeente en haar verbondenheid met het Joodse volk, dan krijgen ook wij weer oog voor Gods trouw, want het Israël van vandaag is een monument van Zijn trouw!