Als alles politiek is ... (5 en slot)
1989-07-21
N.a.v. Henk Woldring.- Jaargang 33
- nummer 15
'Als alles politiek is ... Uitg. Kok - Kampen.
1987
93 blz.
prijs f 14.90
6. Eindconclusie
Kuitert zegt in feite dat niet alles politiek is. Hij stelt wel. dat aan alles een politiek aspect zit; ook aan wat de kerk leert en doet. maar dat is aan de kerk naar we allen weten niet het meest wezenlijke.
Zo is aan de kerk, het kerkelijk leven ook een economisch aspect te onderscheiden (de commissie van beheer weet daar alles van). maar daar gaat het in de kerk ook niet om.
Zo bestaat er aan het bedrijfsleven, de onderneming een politieke kant van de zaak maar politiek is niet het meest wezenlijke van het bedrijfsleven de onderneming. Vandaar dat de overheid zich niet met de interne struktuur het interne beheer van ondernemingen moet bemoeien tenzij deze de wetten van het land overtreden. Alles is bij Kuitert dus politiek. maar politiek is bij hem niet alles; daarmee bedoeld hij wat ik hiervoor beschreef.
Woldring stelt dat alles wel politiek is en dat de kerk daarom ook politiek moet spreken in de verkondiging en op andere wijze. Bij hem gaat echter ook het meest wezenlijke van de kerk niet op in het politiek spreken van de kerk; natuurlijk niet kun je zeggen.
Naar mijn mening komen we uit het vraagstuk door uit te gaan van de gedachte van de souvereiniteit in eigen kring en van de gedachte van de universaliteit in eigen kring. Beide gedachten brengen verband aan tussen o.m. de kringen (de terreinen, de gebieden) kerk en staat. D.w.z. 1: grendelen kerk en staat tegen elkaar af. 2: verbinden kerk en staat met elkaar. Het eerste doet de gedachte van de soevereiniteit in eigen kring; het tweede doet de gedachte van de universaliteit in eigen kring. Beide gedachten komen (uit de school) van Dooyeweerd, ook wel aangeduid met: school van de wijsbegeerte der Wetsidee of school van de Calvinistische wijsbegeerte (die teruggaat op A. Kuyper).
Ad. 1. deze gedachte voorkomt dat het gezag op welk gebied van het leven dan ook een totalitair karakter krijgt. Het gezag binnen elke kring (gebied; terrein) of dit nu de kerk. de staat. het gezin of de onderneming is beperkt zich tot die kring, tot dat gebied, terrein of territorium; allemaal namen voor dezelfde zaak.
Het gezag van de staat bijv. bepaald zich tot het juridische dat wil zeggen dat de taak van de overheid gelegen is in het handhaven van de publieke rechtsbedeling, gerechtigheid.
Het wezen van de staat ligt niet in het economische.
Niet alles is politiek. d.w.z. de staat heeft zich te onthouden van rechtstreekse inmenging in kerkelijke zaken. maar ook van rechtstreeks ingrijpen in het economisch leven.
Het economisch proces beantwoordt aan een eigen wetmatigheid. dat met politiek in principe niets te maken heeft. Wel zal de Overheid m.b.t. dit proces stimulerend. corrigerend en aanvullend hebben op te treden.
indien dat nodig is maar dan wel met intactlating van het eigene van het economisch proces !
Een samenleving aldus gestructureerd sluit machtsaanmatiging van de ene kring over de andere kringen in principe uit. In de totalitaire staat zien wij een geheel andere opbouw van de samenleving. In een dergelijke samenleving heerst (meestal de staat) de ene kring over vrijwel alle andere kringen. De dictatuur, de onvrijheid doet dan zijn intrede.
Allerlei ontwikkelingen worden dan afgeremd omdat de verschillende kringen (gebieden, terreinen) zich niet naar hun aard kunnen ontwikkelen.
De praktijk geeft dat beeld ook te zien: zie in landen achter het IJzeren Gordijn en in landen in Zuid-Amerika.
In een totalitaire staat is het niet altijd de Overheid. die alles beheerst en overheerst: het kan ook de kerk of het kunnen één of meer ondernemingen zijn. die de lakens overal in de samenleving uitdelen. In de (democratische) rechtsstaat nu,wil men machtsopeenhoping in handen van enkelen. in handen van één kring voorkomen. uitsluiten. Vanuit verschillende levens- en wereldbeschouwingen zijn mensen daar voorstander van. Ook de overheid is in de rechtsstaat gebonden aan regels en wetten; het gezag van de 'Overheid heeft grenzen. die wettelijk zijn vastgelegd in de rechtsstaat ter bescherming van de rechten en vrijheden van de onderdanen; het gezag is op democratische wijze aangewezen en wordt ook op deze wijze gecontroleerd. De Westerse wereld zit op deze wijze in elkaar. In de totalitaire staat of samenleving kunnen de verschillende kringen (kerk. gezin. onderneming o.m.) in de samenleving zich niet goed. zich niet krachtens hun aard ontwikkelen.
Ik geloof te kunnen stellen. dat God de samenleving aldus geschapen heeft; men kan op grond van de jarenlange ervaring opgedaan met de samenleving tot genoemde gestructureerdheid concluderen.
In de gehele wereld kan waargenomen worden dat machtsopeenhoping in de samenleving tot allerlei ontsporingen leidt.
In de totalitaire staat of samenleving bestaat er maar één gezag; dat van de Overheid (meestal). In een rechtsstaat bestaan verschillende gezagsstructuren naast elkaar hetgeen machtsaanmatiging tegengaat.
Het ene gezag is niet herleidbaar tot het andere gezag. dat wil de gedachte van de souvereiniteit in eigen kring zeggen.
Ad. 2. Het tegendeel van de gedachte van de souvereiniteit in eigen kring is de gedachte van de universaliteit in eigen kring. Toegespitst op ons onderwerp betekent deze gedachte. dat in elke kring ook het gedachtengoed van alle overige kringen een rol spelen. tot uitdrukking (moeten) komen. Zo zit de samenleving als Gods schepping kennelijk in elkaar. aldus deze gedachtengang.
D.w.z. de Overheid heeft met het geloof met de kerk te maken; zij heeft ook met het economisch leven (proces) te maken. Zo heeft de kerk met politiek te maken en ook met het economisch leven.
En zo heeft de onderneming met de overheid te maken en met het geloof de kerk. In elke kring fungeert het gedachtengoed van de overige kringen; echter in elke kring op geheel eigen wijze door de eigen aard van de betreffende kring bepaald. In elke kring verschillend dus en toegespitst op de kring in kwestie.
Zo speelt het politieke in de kerk wel een rol. maar anders dan dat een rol speelt in bv. de onderneming. Het politieke fungeert in de kerk alleen vanuit hetgeen de kerk is, vanuit de aard en taak van de kerk. De aard en taak van de kerk is de evangelieverkondiging.
Zo speelt het economische in de staatstaak een rol vanuit de aard, de taak van de overheid; vanuit de taak van de publieke rechtsbedeling (gerechtigheid) dus.
Dit houdt in dat de overheid aan het economische leven (proces) geen leiding behoort te geven maar wel dat ze er vanuit haar aard. haar taak bemoeienis mee heeft door middel van wetgeving. We werken dat hier nu niet uit. “Moet de kerk spreken over politieke en maatschappelijke vraagstukken?” Naar mijn mening ja. maar dan alleen in zoverre de aard. de taak van de kerk de evangelieverkondiging dat met zich brengt. Woldring denkt in deze richting, maar ik zou mijn standpunt aldus nader willen aangeven en daarmee zit ik wel op de lijn van Woldring, maar ik denk dat hij verder wil gaan dan ik wil gaan.
De kerk heeft zich naar mijn mening indien ze politiek spreekt, te richten tot de gelovigen, tot diegenen die
haar zijn toevertrouwd, tot wie ze zich richt wanneer ze het evangelie verkondigt. De kerk heeft zich niet met bv. kanselboodschappen en/of andere boodschappen tot de overheid te richten en deze allerlei konkrete politieke aanwijzingen te geven. Ze loopt dan niet alleen de politici op hinderlijke wijze voor de voeten, maar ze miskent dan ook.
haar eigen taak en de taak van de overheid. Ze dient niet betuttelend op te treden; dat wordt bovendien in onze moderne samenleving toch niet geaccepteerd.
In concreto houdt dit in dat de kerk bv. over de inrichting van de samenleving en de inrichting van de staatstaak wel degelijk van alles mag, ja moet zeggen, omdat over deze zaken in de Bijbel gesproken wordt.
Wat is de taak van de overheid? zegt de Bijbel daar niets over? Wat is de betekenis Mozaïsche wetgeving voor de inrichting van de samenleving, met name de economie, vandaag? Is daar vanuit de Bijbel niets over te zeggen? Waarom wordt daarover zo weinig gepreekt? De kerk kan dus' over politieke en maatschappelijke vraagstukken echt wel het één en ander zeggen. Dat moet dan wel na de bestudering van de Schrift uiteraard, maar ook van de werkelijkheid gebeuren en in samenhang met de evangelieverkondiging.
Min of meer is dat in het verleden ook wel zo gebeurd; wellicht wel in wat geringe mate. De kerk heeft zich naar mijn mening te onthouden van stemadviezen in de verkiezingstijd.
Ook dient de kerk zich te onthouden met uitzondering van de eerdergenoemde gevallen van het noemen en bespreken van allerlei konkrete politieke kwesties, zoals Z-Afrika, Angola, Z-Amerika, om maar enkele voorbeelden te noemen. De kerk dient het evangelie te verkondigen, ook inzake de politiek, maar dan dus in de zin van het aandragen van Bijbelse notities. Hoe die notities in de praktijk uitgewerkt moeten worden behoort tot de taak van de politici.
De kerk is geen pressiegroep, maar ze moet met argumenten voor de dag komen, die gelovigen (en liefst ook ongelovigen) overtuigen.
Op deze wijze alleen kan de kerk zuurdesem zijn in de wereld. Wanneer zij ontaardt in een politieke partij of beweging dan is zij haar gezag in de kortste keren kwijt. Niemand luistert dan meer naar haar.
De kerk, die op goede wijze aan politiek doet, vervalt niet in de fout, die door haar bv. in de Middeleeuwen is gemaakt om heel het leven te (willen) overheersen. Dat heeft de kerk, de politiek en de economie destijds veel schade berokkend en allerlei ontwikkelingen vertraagd. Dit alles betekent intussen niet, dat alle andere kringen van de kerk niet vanuit het evangelie zouden moeten denken en handelen. Op de door mij aangegeven indirekte wijzen kan de kerk, kunnen theologen daarbij assistentie verlenen, bv. door middel van publicaties en gevraagde adviezen.
Het heeft naar mijn mening dus zin, dat de kerk over politiek spreekt.
Maar dan wel op de hiervoor aangegeven (indirekte) wijze. Alle andere wijzen leiden tot ongezonde situaties, die de mensen in de kortste keren gaan vervelen, waardoor het gezag van de kerk ook in dezelfde keren taant. En daar heeft niemand iets aan.