Het zendingswerk in Zuid-Afrika bedreigd?

1988-03-11
  • Jaargang 32
  • nummer 10
Het lijkt wat wereldvreemd wanneer je een verhaal begint over belevenissen in Zuid Afrika en het woord apartheid komt er niet in voor.
Het is ook hoogst merkwaardig om, "zover van ons bed", betrokken te worden bij een onverkwikkelijk stuk typisch Nederlandse kerkstrijd.
Wat was het geval.

Bij de deputaten van onze kerken voor contact met zusterkerken in het buitenland kwam een hartelijk verzoek binnen om een afvaardiging te sturen naar de synode van die Geref Kerken in Zuid Afrika (GKSA) die van 5-19 januari j.l. te Potchefstroom is gehouden.
De lezers herinneren zich wellicht dat in het jaar 1985 een officiële correspondentie met deze kerken tot stand kwam.
Indertijd heb ik in ons blad uitvoerig verslag gedaan van de moeiten rondom deze zaak, vanwege activiteiten van de Geref. Kerken, vrijgem. (GKV) die naar Zuid Afrika waren getogen en "voorlichting" gaven over onze kerken om te verhinderen dat de correspondentie tot stand kwam.
Het Reformatorisch Dagblad schreef in die dagen dat het een gênante zaak was dat twee kerken uit Nederland daar elkanders plaats betwistten. Het was inderdaad een trieste vertoning, maar de voorlichting van het Reform. Dagblad was niet correct omdat van onze kant nooit bezwaar is gemaakt tegen een eventuele correspondentie tussen de GKV en de GKSA. Onze plaats werd betwist.
Nu kunnen onze kerken niet op alle uitnodigingen van synoden, soms in verre landen, ingaan.
Alleen wanneer er een bijzondere reden voor is kan een afvaardiging gestuurd worden.
Tijdens de overweging van deze zaak werd bekend dat de synode van de GKV een brief zou richten met een voorlopig aanbod van correspondentie aan de synode van de GKSA en gelijk besloten had een afvaardiging onder leiding van Prof. J. Kamphuis naar Potchefstroom te sturen.
Men had een zekere verwachting dat deze synode het besluit tot correspondentie in heroverweging zou nemen.
In een brief met bijlagen werd uiteengezet dat, wilde correspondentie met de GKV tot stand komen, de correspondentie met onze Kerken moest worden verbroken.
De actie werd ondersteund door een bezwaarschrift uit één van de kerken van de GKSA en een verzoek om samenspreking van de laatstgehouden synode van de Vrije Geref Kerken in Zuid Afrika.
De afgevaardigden Prof. J. Kamphuis en de heer Van der Kolk zouden één en ander ter synode toelichten.
Men had aldus drie ijzers in het vuur.
Onze deputaten waren van mening dat het, gezien deze ontwikkeling gewenst was, een afvaardiging van onze kerken naar de synode van de GKSA te sturen.
Nadat enkele predikanten een desbetreffend verzoek hadden afgewezen heb ik deze taak weer op mij genomen. De lezers zullen begrijpen dat ik niet veel animo had om de strijd van 1985 opnieuw te beleven.
Ds J. Vonkeman van Richmond was bereid als mede-afgevaardigde ter synode te gaan. Ds V. die al dertigjaar als zendeling in Zuid Afrika werkt is, evenals de andere zendelingen, zeer gezien in de GKSA; spreekt de taal goed en kent de verhoudingen en de gewoon': ten en was dus dejuiste man op de juiste plaats.
Met veel genoegen ben ik, ter voorbereiding van onze taak op de synode, enkele dagen de gast van Mevr. en Ds Vonkeman geweest.
Op zendingsavonden krijg je dank zij dia's en films een goede indruk van het zendingsterrein Groothoek.
Wanneer je echter over een voor onze begrippen nauwelijks begaanbare weg het zendingsterrein voor je ziet, worden de beelden tot werkelijkheid. Voor de inzet van onze zendelingen in Zuid Afrika heb ik altijd respect gehad, maar nu ik van nabij heb gezien hoe Ds en Mevr. Vonkeman al dertig jaar wonen en werken, ben ik diep onder de indruk.
Het werk van onze zendelingen, zowel in Richmond als Nqutu is rijk gezegend.
Op vijftig plaatsen wordt elke zondag .het evangelie gebracht. Er hebben zich gemeenten gevormd met samen ongeveer twee duizend belijdende leden.
Het is om klein onder te worden en zo ergens, dan mogen we hier spreken van het werk van de Geest des Heren.
Nu hebben wij er nooit een geheim van gemaakt dat wij de correspondentie met de GKSA (ook wel de Dopperkerken genoemd) voornamelijk hebben gezocht terwille van het zendingswerk.
Het is mij daarom een raadsel dat men van vrijgemaakte zijde zo hardnekkig bezig is een wig te drijven tussen de GKSA en onze kerken.
Beseft men in deze kring wel dat hiermee een aanslag wordt gepleegd op een rijk gezegend zendingswerk.
Welk christelijk doel dient men hiermee?
Nu blijkt uit het memorandum over onze kerken dat namens de synode van de GKV op de tafel van de synodeleden in Potchefstroom is gelegd, dat men het zendingswerk wilde ontzien, want zo lezen we op pg. 4: "Tot goed begrip willen wij stellen, dat als het tussen u en ons wel tot de gewenste kontaktoefening komt, dit niet betekent dat er voor u geen enkele vorm van kerkelijk kontakt met de NGK (N) mogelijk zou zijn, bijvoorbeeld inzake de zending in Zuid Afrika".
Toen mij verzocht werd weer naar Zuid Afrika ter synode te gaan, heb ik het voorstel gedaan om een gesprek aan te vragen met de afgevaardigden en de deputaten van de vrijgemaakte kerken.
Het voorstel is aangenomen, maar het verzoek is door de vrijgemaakte deputaten afgewezen dus kwam er geen gesprek, voor ons vertrek naar Zuid Afrika.
Mij stond bij dit voorstel voor ogen een herhaling van de strijd op de synode van Potchefstroom zo mogelijk te voorkomen en te overleggen of er mogelijkheden waren voor banden met de GKSA, zowel voor de vrijgemaakte als voor onze kerken.

In maart 1987 schreef ik in ons blad over deze zaak: "Hadden uw (de vrijgemaakte) deputaten niet over ons, maar met ons gesproken, dan was er wellicht een modus te vinden geweest voor (correspondentie met) beide kerken."
De zinsnede in het memorandum dat men niet elke vorm van contact tussen de GKSA en onze kerken afwees wekte enige hoop dat een gesprek nuttig kon zijn. Een gesprek bleek niet mogelijk.
Intussen is mij duidelijk geworden dat de GKSA vasthouden aan één vorm van correspondentie; het zou een vreemde zaak worden wanneer men in Zuid Afrika wel samenwerking met onze kerken inzake de zending d.i. de prediking van het evangelie - het eerste kenmerk van de kerk - zou aanvaarden, maar ons niet zou erkennnen als zusterkerken.
De zaak van de zending komt ook ter sprake in het bezwaarschrift van die Geref Kerk die Kandelaar dat ter ondersteuning van het verzoek van de GKV was ingediend. Deze kerk, die een afsplitsing is van die Vrije Geref.
Kerk van Pretoria en destijds gediend werd door Dr. van der Waal, behoort thans tot het verband van de GKSA.
Het uitvoerig bezwaarschrift, waarover ik een volgend keer wel één en ander vertel eindigt aldus: "Samenwerking op die gebied van die sending in Natal-KwaZulu tussen die NGK en die GKSA behoort egter onveranderd voort te kan _gaan, hoewel plaaslike kerkrade van die GKSA waar NGKsendelinge bij inskakel gesprekke met hierdie sendelinge behoort te voer om seker te maak wat hulle houding ten opsigte van bovengenoemde sake is".
De zending mag blijven, maar de zendelingen moeten op het matje komen en verantwoording afleggen.
-Hetéén bij het ander voegend kan ik alleen maar tot de conclusie komen dat in de actie tegen onze kerken ook de zending in geding was.
Zouden de vrijgemaakte broeders en zusters echt menen Gode een welgevallig werk te doen door een zo kennelijk door de Heere gezegend werk te storen?
Gode zij dank is de dreiging afgewend; de broeders en zusters in Zuid Afrika lieten ons niet in de steek, de broederhand blijft uitgestrekt; de zending gaat rustig voort en de zendelingen blijven aan onze kerken verbonden.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief