Geslachtsrekeningen

1988-03-11
  • Jaargang 32
  • nummer 10
Onlangs zei iemand: "waarschuwt de Schrift ons niet tegen het opmaken van geslachtsrekeningen, stambomen en dergelijke?" De vraag was waarschijnlijk naar aanleiding van het artikel "Nostalgie" van 15 januari (1).

En ja, de Schrift geeft scherpe waarschuwingen tegen, zo niet afkeuringen over het napluizen van afkomst en voorgeslacht.
Paulus raadde Titus aan (2), weerstand te bieden tegen dwaze vragen, geslachtsregisters, twist en strijd over de wet. Aan Timotheüs gaf dezelfde Paulus de boodschap mee (3): geen andere leer toe te staan, noch een zich bezighouden met fabels en eindeloze geslachtsregisters, die veeleer moeilijkheden geven.

Voor we verder gaan even een heuse geschiedenis uit de jaren veertig. Een christelijke school op de veluwe had als eerste een gymnastieklokaal gekregen.
Eenjonge onderwijzer hield voor de oudervereniging een inleiding over het nut van gymnastiek: gezonde geest in een gezond lichaam, onderhoud van de tempel Gods, en zo meer. Maar bij de bespreking stond een zware dominee op. Die vroeg: heeft de inleider, behalve zijn klassieke bronnen mitsgaders Kneipp en Müller, ook de Schrift geraadpleegd?
Dan zou hij daar gevonden hebben: dat de lichamelijke oefening tot weinig nut is (4). Wat is daarop uw antwoord?

De inleider liet het afweten. Het schoolhoofd idem. De voorzitter gaf de vraag mee naar huis en de avond ging als een nachtkaars uit. Pas veel later kwam de inleider er achter, dat Paulus met zijn "lichamelijke oefening" niet op gymnastiek - maar op het tegenovergestelde van godzaligheid doelde. Namelijk het zoeken van zaligheid in eigenwillige vroomheid van vasten en onthouden (5), hetgeen Paulus verleidende duivelse leringen noemde.

-0-

De verwijzing naar dit stukje historie is niet voor niets. Want ook de idee van een zogenaamde
Schriftuurlijke afwijzing van geslachtsregisters berust op een gebrekkig verstaan. Integendeel, de bijbel staat vol aanwijzingen: dat het kennen van ons voorgeslacht een goede zaak is. Dezelfde Paulus, die zijn waarschuwingen aan Titus en Timotheüs gaf, wist te vertellen dat hij uit de stam van Benjamin was (6). En bovendien ook nog Romein was! Alstublieft, daar waren registers bijgehouden van zo'n 19 eeuwen. En Paulus stond niet alleen.
Ook van de profetes Anna, die het kindeke Jezus in de tempel loofde, staat dat ze van Aser stamde. Van Jozef en Maria is bekend, dat ze uit de stam van Juda kwamen, nader van David stamden.
Allemaal waren ze bekend met Jacobs zegen en voorzegging aan zijn 12 zonen; allemaal ook bekend met Mozes' zegen (7).

Trouwens, wat had de voorzegging van Jacob, wat had de zegen van Mozes te betekenen, wanneer de erfgenamen zich in de diffusie zouden hebben verloren?
Dan waren die woorden, gesproken in de naam Gods, vergeefs opgetekend.
Dan waren Gods beloften de mist ingegaan, terwijl juist de vaderen werd ingescherpt hun kinderen de geschiedenis van de Heere, de Thora, bij te brengen (8). Hetzelfde geldt voor Mozes' testament (9). Bij de verdeling van het beloofde land kreeg elke stam zijn eigen stuk grond toegewezen, dat onvervreemdbaar in de lijn der geslachten zou vererven. Alleen hierom al was een geslachtsregister noodzakelijk.
Maar ook bij zaken als het lossen en de bloedwraak, dus het voor elkaar opkomen, was het nodig een geschreven stuk ter beschikking te hebben, dat eind van alle tegenspraak zou zijn (10).

Op de woestijnreis werden de 12 stammen gelegerd met drie stammen in elke windrichting. Ook Nehemia hanteerde deze stammen-orde bij de heropbouw van Jerusalem. In Psalm 68 worden 4 stammen bij name genoemd en we zingen van "Benjamin, schoon klein, hij mocht regeren". Dat sloeg natuurlijk op Saul, die in zijn bescheiden periode zei: "de kleinste stam" (11). Benjamin was immers de kleinste stam; u weet waarom?
- Bij elke doop zingen we van Gods Verbond met Abraham, zijn vriend, dat tot 1000 geslachten telt; het woord geslacht of stam komt bijna 300 maal in de Bijbel voor.

Nehemia! Hij registreerde niet alleen de teruggekomen ballingen, maar spoorde ook de registers van de weggevoerden op (12). Spreekt de Bijbel dus dikwijls over geslachtsregisters, archiefstukken - welke de ordening, telling en regering van Gods volk mogelijk maakten - ook het verbond Gods met zijn volk loopt door de lijn der geslachten.
"Voor u en uw zade" legt een band tussen vaderen en nakomelingen. Vanzelfsprekend dat zowel Mattheüs als Lucas een voorvaderlijst ven Jezus Christus opnamen.

Ja ook het ontbreken van een afstammingslijst heeft in de Bijbel zijn betekenis.
Van koning Melchizedek (13) is geschreven dat hij - hoewel niet van Levi of van Juda afstammend en dus geen priesterlijke of koninklijke rechten bezittend - toch de eerbewijzen van Abraham aanvaardde en zo model stond voor de komende Messias, die ook priester-koning zou zijn. - En op nog een plaats is sprake van een ontbrekend
register: bij de terugkeer uit
Babel trof Nehemia een aantal priesters aan, die hun afstamming van Aäron niet konden aantonen: ze werden uit de tempeldienst geschorst (14), totdat God zelf door de sprekende stenen uitspraak zou doen.

-0-

Het is dus volkomen helder, dat het bijhouden van geslachtsregisters, afstammingslijsten of stamreeksen, uit de Bijbel geoorloofd mag worden geheten. Er worden zelfs registers genoemd, van de profeet Semaja en de ziener Iddo (15), welke verloren zijn gegaan.

Dan is er nog een Bijbelplaats, die op ons onderwerp slaat. Wanneer de Heere aan Abraham voorzegde (16), dat zijn nageslacht in ballingschap zou gaan, beloofde Hij ook dat het vierde geslacht zou terugkeren. In dit blad is aangetoond, dat het vierde geslacht van met name genoemde ballingen is teruggekeerd naar het beloofde land. Waaruit blijkt dat ook delen, die we met Bijbellezen overslaan, hun betekenis hebben (17).

Nu kunt u zeggen: de meeste stammen zijn vandaag onvindbaar, verdwenen; welke waarde hechten we dan nog aan het voorgaande? Meer dan u denkt. Het verst komen we met nazaten van hen, die uit Babel zijn teruggekomen, de Joden dus. We denken aan namen als Levi, Cohen (wetgeleerde), Boaz, Nathan, Salomo en David die de herinnering aan de stam Juda levend houden. Om van Juda, Jood, Jehuda, maar te zwijgen.

Maar ook de andere stammen ondergingen Gods beloften, uitgesproken door Jacob en Mozes. Ze waren bij de tempelverwoesting al enkele honderden jaren "verdwenen", maar ze bestonden, want dragers van Gods beloften gaan nooit verloren. Jacobus richtte zijn zendbrief aan "de twaalf stammen in de verstrooiïng" en Paulus sprak voor Agrippa (18) over "onze twaalf geslachten". Johannes gaf in de Openbaring al evenzeer plaats aan de twaalf stammen, die dus vindbaar en herkenbaar moeten zijn.

-0-

Toch blijft de afkeuring bestaan over het misbruik van geslachtsregisters.
Maar het misbruik! Wanneer die registers gebruikt werden om op te scheppen en de broeder te vernederen - dan kwamen daar natuurlijk dwaze vragen, twist en strijd uit voort. Precies als de Schot": se clans, wanneer ze zich beriepen op de grote mannen die hun stam had voortgebracht: daar wonnen ze de broeders niet mee, maar hielden de stammenoorlogen gaande. Wanneer de Heere kans ziet uit zwerfstenen kinderen van Abraham te maken is de afstamming geen enkele verdienste. Maar wanneer je wilt leven van Gods genade, dan is het fijn om Gods beloften aan Abraham "en zijn zade na hem" te geloven en te aanvaarden. Datzelfde geldt voor ons, die vanwege ons geloof tot kinderen van Abraham zijn geadopteerd.
Intussen. Wanneer het aanleggen en bijhouden van geslachtsregisters een goede zaak is, kunnen we daarover wellicht nog eens verder spreken. Dan zal het gaan over genealogie: kennis van onze voorouders. In oude familiebijbels tref je vaak een aantal blanco bladzijden aan. Die waren bedoeld om eigenaar, ouders en kinderen te vermelden.
In dure exemplaren zelfs met foto!
Zo wist een gezin waar het vandaan kwam. En is dit niet een positief eerbetoon aan de ouders: uitvoering van het vijfde gebod?

(1) n.a.v. Rien Poortvliet's "Langs het tuinpad van mijn vaderen" -(2) Titus 3 : 9 - (3) 1 Tim. 1: 4-(4) 1 Tim. 4 : 8-(5) 1 Tim. 4 : 1-3-(6) Rom. 11 : 1 en Hand. 22 : 28 - (7) Gen. 48 en Deut. 33 - (8) Ps. 78 - (9) Deut. 33 - (10) Lev. 25: 49 - (11) I Sam. 9: 21 - (12) Neh. 7: 5 en 1 Kron. 9: 1 - (13) Hebr. 7: 3, 6 - (14) Neh. 7: 64, 65 - (15) 2 Kron. 12: 15 - (16) Gen. 15 : 16 - (17) zie J.v.d.Wetering PMzn. in Opbouw 31/5 en 7/6 1985 - (18) Hand. 26: 7.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief