De correspondentie behouden

1988-03-18
  • Jaargang 32
  • nummer 11
Kentering in de verhoudingen?
Terug uit Zuid Afrika en enigszins bekomeri van de temperatuur en belevenissen aldaar, hoorde ik tot mijn verwondering dat door het Ned. Dagblad een initiatief was genomen tot een aantal gesprekken tussen o.a. Prof. J. Kamphuis en Drs H. de Jong.
Zou er dan toch sprake zijn van een kentering in de verhoudingen? In een extra nummer van de Reformatie was in november j.l. breed aandacht gegeven aan de Nederlands Gereformeerden. Hierin werden de oude stellingen opnieuw betrokken.

Volgens J. Kamphuis was de korte zin van het lange verhaal: de breuken ontmaskerden volgens W. G. de Vries was het aantal gesprekspartners maar beperkt; figuren als H. de Jong en H. J. van der Kwast kwamen daarvoor niet in aanmerking.
Van een beter verstaan was weinig te bespeuren.
Onze ervaringen in Zuid Afrika wezen evenmin in de richting van toenadering in kerkelijk opzicht.
Vandaar mijn verbazing toen ik hoorde van de komende gesprekken waarvan het eerste intussen breed is verslagen in het Ned. Dagblad.
Op de synode van Potchefstroom heb ik gezegd dat onze opstelling in het kerkelijk leven is dat breuken in de kerk van Christus voorkomen moeten worden en waar ze, onnodig en tegen de wil des Heren, geslagen zijn, geheeld moeten worden. Daarom zijn wij blij met elke poging om gesprekken op gang te brengen tussen kerkelijk gescheiden broeders en zusters.
In dit kader past een lang en uitvoerig verhaal over de strijd in Zuid Afrika over onze positie aldaar maar moeilijk.
Was het maar zo dat we dit alles konden begraven en vergeten.

Aanleiding voor bezinning?
De synode van de GKSA heeft de correspondentie met onze kerken niet verbroken en dit had tot gevolg dat de door de synode van Spakenburg van de GKV aangeboden relatie van kerkelijk contact niet tot stand kwam.
Het is ongetwijfeld een diepe teleurstelling voor onze vrijgemaakte broeders en zusters. Het wil niet erg vlotten met de oecumene die men zich voor ogen stelt.
Zou één en ander aanleiding kunnen zijn tot bezinning?
Hoe komt het dat men een zo behoudende kerk in Zuid Afrika niet kon overtuigen ondanks alle bewijsmateriaalover onze kerken, die echt wel hun gebreken hebben.
Hoe zou men in het buitenland tegen de GKV aanzien?
In het conflict van de jaren 1967/68 ging de strijd niet om de leer van ds. X of Y, maar om de Open Brief en de daarin afgewezen ideologie van kerk en vrijmaking.
De vrijmaking zou ons bewaard hebben bij Gods éne, ware kerk op aarde en een ieder die wil meegenomen worden in Christus' kerkvergaderende activiteit dient zich bij de vrijgemaakte kerken te voegen.
De broeders zullen intussen wel ontdekt hebben dat deze opvatting over het werk des Heren in de vrijmaking, die zo polariserend gewerkt heeft, buiten de eigen kring geen bijval vindt in binnenen buitenland.
Opvallend is dat bij de informatie over onze kerken over de kern van het csnflict wordt gezwegen en alle nadruk wordt gelegd op zaken die daarbij geen rol speelden.
Hoe het ook zij, het viel mij op dat wanneer in de synode van Potchefstroom een broeder zich negatief uitliet over de Hervormde Kerk, of over de bekende .ds. Boesak, de praeses ingreep en de woorden liet terugnemen. Een vorig maal heb ik al verteld dat aan het begin van de synode afgevaardigden van andere kerken aan het woord komen. Zo hoorde ik Prof. Heyns, die namens de Ned. Geref. Kerk van Zuid Afrika een bemoedigend woord sprak dat hem in grote dank werd afgenomen.
In ons land zie ik het nog niet gebeuren dat op een synode van de GKV afgevaardigden van de Ned. Hervormde en Geref. (s) kerken een christelijke groet komen brengen ...
De broeders in Zuid Afrika en destijds in Amerika begrijpen eenvoudig niet dat verhoudingen tussen de vrijgemaakte en onze kerken zo gepolariseerd zijn en vragen zich af of die kerkscheuringen in Nederland terecht waren.
Hier kunnen we mogelijk iets van leren.

Belijden en beleven
Wordt over het "dogma" van kerk en vrijmaking in de voorlichting van vrijgemaakte kant over onze kerken gezwegen, de volle aandacht wordt gericht op afwijkingen van de belijdenis die in onze kerken gevonden zouden worden.
Nu is de handhaving van de belijdenis een goede zaak, daar dienen onze kerken ook voor te staan.
Wanneer kerken terecht de gereformeerde leer vasthouden en de papieren in orde zijn, is men daarmee niet klaar.
Welhaast even belangrijk als het belijden, is het staan in de waarheid van dit belijden. Uit publicaties in het Ned.
Dagblad en het blad Kivive blijkt dat men hiermee bezig is. . .
Wanneer nu in de voorlichting van vrijgemaakte zijde over onze kerken wordt gezegd dat de leer van ds. L. E. Oosterhof wordt getolereerd, dat wij samenspreking met hun kerken hebben afgewezen - er zou meer te noemen zijnkunnen we alleen maar vaststellen dat dit niet waar is.
Nu leert ons gemeenschappelijk belijden in Zondag 43 dat wij de eer en het goed gerucht van onze naaste naar ons vermogen moeten voorstaan en bevorderen.
In het bezwaarschrift van de Kandelaar-gemeente worden zo'n twaalf namen genoemd van predikanten; één van hen had in 1952 geweigerd op Kerstfeest te preken; anderen zouden in strijd met belijdenis of k.o. gehandeld hebben; zes van hen zijn overleden ...
Dit staat allemaal in de agenda van de synode, die de wereld overgaat. Gaan we zo als christenen met elkaar om? Is dat naar ons belijden!
Ter synode had ik even een gesprek met de mannen die het bezwaarschrift tegen onze kerken hadden opgesteld. Zij begrepen niets van onze verontwaardiging.
Het ging niet tegen personen, niet tegen ds. J. Vonkeman en mij, want wij waren goed gereformeerd; het ging tegen de structuren.
Men zal in zijn ijver voor de waarheid zichzelf steeds de vraag moeten stellen of men in die waarheid staat, niet eigen gelijk, maar het behoud zoekt van anderen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief