Ethiek en belang

1988-03-18
  • Jaargang 32
  • nummer 11
Over opgemeld onderwerp is de laatste tijd veel geschreven.
Er wordt daarmee aandacht geschonken aan de spanning die er in de praktijk kan bestaan tussen de door ons in acht te nemen ethische beginselen bij ons handelen en de behartiging van onze zakelijke, onze financiële belangen.
Twee tegengestelde standpunten worden hier geformuleerd:

1. Wanneer ethiek (de leer van goed en kwaad m.b.t. de naaste) in botsing komt met belangen, dan trekt de ethiek aan het kortste eind. In de praktijk van het leven gaat het om een keiharde belangenstrijd.
Dit standpunt is de filosofie van het materialisme (Marx). De materie is uiteindelijk bepalend. Tussen ethiek en belang is in deze filosofie geen werkelijke tegenstelling. De ethiek gaat op in het belang.

2. Ethiek bepaalt het belang, net andersom dan standpunt 1 dus. De ethiek gaat vooraf aan het belang. Ook op dit tweede standpunt is er in beginsel geen fundamenteel conflict tussen ethiek en belang (hoogstens in onze eigen kortzichtigheid). Ik noem dit tweede standpunt het bijbelse standpunt. Men kan zich hiervoor o.m. op de apostel Paulus (in Efeze 6 : 3) beroepen, waar gesproken wordt over de belofte "opdat het U welga" in verband met het vijfde gebod. Paulus verbindt daar deze belofte aan de gehoorzaamheid aan het vijfde gebod.
Het is primair een zaak van geloof en pas daarna (soms) ook van zien, dat Gods geboden geen last, maar een winst zijn. De Bijbel leert ons het materiële ondergeschikt te maken aan het zoeken van Gods Koninkrijk. Sociale gerechtigheid is niet alleen in het belang van hen, die uitgebuit worden, maar ook in het belang van de uitbuiters, zo las ik in één van de publikaties over het onderwerp. Het is uiteindelijk een kwestie van geloof of men kiest voor standpunt 1 dan wel standpunt 2.
Standpunt 1 laat de ethiek dus opgaan in het belang; standpunt 2 redeneert primair vanuit de ethiek, omdat onze belangen dan het beste gediend zijn.
Gods geboden passen bij de struktuur (opbouw) van de werkelijkheid, zoals Hij deze geschapen heeft.
Beide standpunten maken wel onderscheid tussen ethiek en belang. Het blijken twee zaken te zijn, die in een bepaalde verhouding tot elkaar staan.
Waar gaat het in de ethiek om en waarin onderscheidt zich deze van belangenbehartiging?
of gaat het in de ethiek ook om (een bepaalde) belangenbehartiging?
Deze vragen komen naar mijn mening op m.b.t. het onderwerp en daarover zou ik het volgende willen schrijven.

In de ethiek gaat het naar mijn mening inderdaad ook om belangenbehartiging n.l. om de belangen van onze naaste.
Ethiek ontspringt aan de godsdienst, aan de levens- en wereldbeschouwing.
Voor een christen is het de Bijbel, die de normen aangeeft wat uit ethisch oogpunt van ons gevraagd wordt. In de ethiek gaat het om naastenliefde, om het goddelijk gebod de naaste lief te hebben als onszelf.
Ethiek en belang blijven wel te onderscheiden al is het beide belangenbehartiging.
De ethiek plaatst onze belangenbehartiging in een ruimer kader dan alleen in het kader van het direkte en na te rekenen voor- en nadeel. In de ethiek gaat het om de vraag: welke consequenties heeft onze direkte belangenbehartiging voor de belangen van onze naaste.
Wanneer men van ethiek en belangenbehartiging een tegenstelling maakt dan is dat naar mijn mening een valse, een dwaze tegenstelling. In de praktijk wordt deze tegenstelling helaas op vele gebieden wel gemaakt.
Maar de tegenstelling is onjuist, niet bijbels.
De tegenstelling wordt (meestal door ethici en/of theologen) op economisch gebied gemaakt, maar ook op allerlei andere "gebieden" van het leven, in de kerk bijv. (of op het gebied van de praktische theologie). Over dit laatstgenoemde "gebied" wilde ik het met name hebben. Op economisch gebied heb ik de veronderstelde tegenstelling elders uitvoerig besproken o.a. naar aanleiding van het bekende boek van prof. P. J. Roscam Abbing "Ethiek van de inkomensverdeling" (Uitg. Kluwer, Deventer 1973).
Roscam Abbing maakt de tegenstelling tussen een inkomensvorming gebaseerd op het prijs- en marktmechanisme en een inkomensvorming gebaseerd op zedelijke normen. De eerste wijze van inkomensvorming noemt hij onzedelijk, omdat deze (te) grote inkomensverschillen kan geven, gebaseerd als het volgens hem is op het egoïsme van de mens. De mens mag volgens hem niet individueel zijn of haar eigen belangen dienen, maar hij/zij dient de gemeenschap te dienen en alleen als hij/zij dat doet is hijlzij volgens deze ethicus geen egoïst. De ethiek wordt in de opvatting van Roscam Abbing losgemaakt van de eigen aard van de economie (behoeftebevrediging door middel van schaarse en alternatief aanwendbare middelen), wordt losgemaakt van de economische dogmatiek zou men kunnen zeggen en dan gaje volledig de mist in en vervalje tot ethicisme in het aanreiken van oplossingen op het gebied van zowel de economie als de ethiek, hetgeen bij Roscam Abbing dan ook prompt gebeurd is.
Je negeert dan o.m. het economisch aspect der werkelijkheid met alle desastreuze gevolgen van dien, omdat dit aspect ook door God in de schepping gelegd is om deze in stand te houden.

Ethiek is naar mijn mening nimmer "los verkrijgbaar", maar is altijd gebonden aan, verweven met het vakgebied, waarover men het heeft. Het is struktueel nimmer daarvan los te maken op straffe van onzakelijkheid, op straffe van doelloosheid. Het mist dan zijn doel. Economische ethiek veronderstelt allereerst een goede kennis van de economie: hoe zit het economisch proces struktureel in elkaar.
Om het anders en dan toegesneden op de praktische theologie te zeggen: ethiek is niet los te bedrijven van de dogmatiek. Het bedrijven van dogmatiek los van de ethiek maakt het geloofsleven onvruchtbaar en onverdraagzaam, maar het omgekeerde is volgens mij ook het geval: het bedrijven van ethiek los van de dogmatiek, heersend over de dogmatiek, legt alle nadruk op het menselijke en dat leidt evenzeer als het omgekeerde tot onvruchtbaarheid, tot onverdraagzaamheid. Onder dogmatiek versta ik hier geen kille, afstandelijke formulering van waarheden, maar het vastleggen van de Waarheid m.b.t. een bepaald onderdeel daarvan met het doel de gemeente troost en heil te bieden. Het dogma van de Drieëenheid bijv. is maar geen kille, afstandelijke waarheid, maar is een verwoording van een goddelijke openbaring tot troost en heil van de gemeente.
In de kerk, in de ethiek heeft men daarmee te maken, wil één en ander zijn doel niet missen.
Ethiek los van de (economische of andere) dogmatiek leidt ook tot betutteling van de mensen wat de economie betreft, hetgeen uit het boek van Roscam Abbing heel duidelijk naar voren komt.
Wanneer men alle nadruk op het menselijke legt, dan dient men zich wel te realiseren, dat het menselijke na de zondeval niet zuiver meer is, maar bezoedeld is. Wanneer de ethiek gaat heersen over de dogmatiek (daarvan wordt losgemaakt of deze wenst te verdringen) dan gaat het boze menselijke hart regeren en dat leidt altijd tot tyrannie.
Men zegt wel eens, dat dogmatiek (in de betekenis zoals ik deze heb omschreven) tot hete hoofden en koude harten leidt. En dat is ook zo, maar alleen ingeval deze losgemaakt wordt van de ethiek. Maar de ethiek los van de dogmatiek leidt evenzeer tot hete hoofden en koude harten. Want ethiek zonder dogmatiek (hetgeen dus niet mogelijk is) gaat van het (verkeerde) dogma uit, dat het "los verkrijgbaar" is.
Niet de ethiek op zich of de dogmatiek op zich, maar alleen het Evangelie van Jezus Christus brengt warme harten (en koele hoofden). En dat Evangelie gaat verder dan een aantal ethische beginselen (of dogmatische formuleringen) aan te reiken.
Het komt ook hier uiteindelijk weer neer op de volgorde van het eerste- en het tweede gebod, om de Here God lief te hebben boven alles en onze naaste als onszelf.
De dogmatiek (de opvattingen op welk vakgebied dan ook) gaat altijd aan de ethiek vooraf, ook bij ethici. Of ze dat nu willen erkennen of niet. Het horizontale zit op een bepaalde manier vast aan het vertikale.
Er zit struktuur in die verhouding, door God gemaakt. De betekenis hiervan vinden we voor eens en voor altijd weergegeven in het Kruis van Jezus Christus.
De horizontale balk van het Kruis rust op, is vastgemaakt aan de vertikaIe balk van het Kruis. Niet andersom. De leer gaat altijd aan het leven vooraf. Het is dan ook een valse, dwaze en onbijbelse tegenstelling om te zeggen, dat de één leeft voor de Heer en de ander voor de leer. Iedereen gaat van dogma's uit, ook hij of zij, die zegt niet van dogma's te houden. Juist deze mensen beginnen met het (verkeerde) dogma te poneren, dat dogma's niet ter zake doen en zelfs schadelijk zijn voor het geloofsleven.
De uitspraak, dat het alleen om menselijke verhoudingen gaat is geen ethische, maar een dogmatische uitspraak.
De leer hier dan in de betekenis van de voorzeide leer. Beter nog: Het Evangelie van Jezus Christus.

Het eerste gebod gaat aan het tweede gebod vooraf volgens de Bijbel, maar wel zo, dat het tweede gebod gelijk is aan het eerste. Wanneer men tegen het eerste gebod zondigt, zondigt men ook tegen het tweede en wanneer men tegen het tweede gebod zondigt, zondigt men ook tegen het eerste. We kunnen God niet liefhebben en de naaste haten. We hebben de naaste niet lief, wanneer we God niet boven alles lief hebben. De Here onze God is Eén (uit één stuk) en in Hem zijn geen tegenstellingen; Hij is enkel Licht. Daarom zit de schepping ook zo goed in elkaar.

Nog een voorbeeld van het belang van goede dogma's. De geloofsbelijdenis van Nicea belijdt, dat Vader, Zoon en Heilige Geest van één en hetzelfde Wezen zijn. Dat is de belijdenis van de Westerse kerk. De Oosterse kerk belijdt echter, dat de Geest alleen van de Vader uitgaat (en niet van de Zoon). De Heilige Geest wordt op deze wijze losgemaakt van het (vleesgeworden) Woord. Hieruit is te verklaren, dat de mystiek los van de Bijbel op kon komen in de Oosterse kerk (Rusland o.m.) Het lijden heeft in de Oosterse kerk dan ook niet die betekenis, die het heeft in de Westerse kerk; vandaar dat bijv. het marxisme in Rusland veel meer kansen gekregen heeft dan in de Westerse wereld.
De paradox wil echter, dat juist in het Oosten meer geleden wordt dan in het Westen.
Het is ook geen toevalligheid, dat juist in Rusland bijbelgetrouwe christenen vervolgd worden.
In het socialisme zit o.m. deze tegenstelling, dat het sociale losgemaakt wordt van het economische, daarop doorgaans haaks staat. Wat het socialisme doet is in wezen anti-christelijk: het is een religieuze aangelegenheid en geen sociale- of economische. De verhouding horizontaal/vertikaal wordt in het socialisme verkeerd gestruktureerd (opgebouwd), hetgeen het maatschappelijk leven ontwricht, naar de praktijk ook steeds weer te zien geeft.
Ethiek en belang, dat is de volgorde.
Maar (individuele) belangenbehartiging is niet per defenitie onzedelijk, in strijd met het gebod der naastenliefde.
Het is zelfs een gebod de eigen belangen te behartigen, maar wel zo, dat hierbij gelet wordt op de belangen van de naaste, de ander. Nu kan dit in de praktijk best nog tot moeilijke afwegingsproblemen leiden.
Theorie en praktijk worden ook nog wel eens als een tegenstelling gezien, hoewel er volgens mij niets praktischer is dan een goede theorie. Zo zijn ook ethiek en dogmatiek op elkaar aangewezen.
Er is veel verkeerde dogmatiek, maar ook veel verkeerde ethiek, die mensen depressies kunnen bezorgen.

In dit artikel heb ik slechts de algemene lijn willen weergeven. Niet alleen op economisch gebied, maar op alle gebieden vereist één en ander nadere precisering.
uitgangspunten en beginselen gaan echter aan alle praktijk vooraf (ook die dus van goede menselijke verhoudingen).
Dat heb ik met dit artikel willen betogen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief