Terloops...

1988-03-18
  • Jaargang 32
  • nummer 11
Betfagé en Betanië
Na de tempelreiniging, waarover we lezen in Mattheüs 21, gaat Jezus naar Betanië om uit te rusten. Dat was niet ver weg, ongeveer drie kilometers. In deze plaats woonden niet alleen Maria, Martha en Lazarus, maar ook Simon de melaatse. Bij deze laatste was Jezus in huis, toen geheel onverwacht een vrouw hem kwam zalven (Matth. 26 : 6). In Markus 21 worden Betfagé en Betanië in één adem genoemd als beginpunt van de triomftocht op Palmzondag. Van hieruit gaat Jezus naar Jeruzalem, over de Olijfberg, eerst omhoog en dan omlaag en tenslotte door het Kedrondal naar de stad.
Nog steeds is het hier op zondag voor Pasen een grote drukte. In processie gaat men nog steeds naar Jeruzalem om de tocht van Jezus 'over te doen'.
In Betfagé staat een meer dan 500 jaar oude kerk.
Niet groot, maar wel erg mooi. Je kunt er niet zo maar naar binnen, want een fors hek verspert je de weg. Het kerkje lijkt op een soort vesting.
Naast de kerk is een klooster van de Franciscanen. Ook hier viel het niet mee om binnen te komen. Er was wel een bel, maar één met een gebruiksaanwijzing.
Die aanwijzing kwam van enkele Arabische jongens, die het voor elkaar kregen dat de poort dank zij een electrische installatie werd geopend. We waren dus binnen, maar besloten toch wat langzaam te lopen in verband met een stel blaffende honden.
Totdat we een vrouw op het terras zagen. Het werd een gezellige ontmoeting. Ze bleek de zuster te zijn van de enige overgebleven monnik. Ze logeerde bij haar broer en woonde zelf in Australië. Haar broer was die middag niet thuis en zo vertelde zij ons van alles en nog wat.
Bij het klooster is een mooie kleine kapel met een oude steen, die nog vastzit aan een rotspunt. Op een steen staat de naam Betfagé. Die steen bewijst, dat het oude Betfagé inderdaad hier moet hebben gelegen. Dat Jezus op die steen zou hebben gestaan om op de ezel te klimmen, moet we maar vergeten.

-0-

In de diepte zagen we Betanië liggen. Langs enkele kronkelpaadjes kwamen we er. Hier in de buurt speelde zich de geschiedenis af uit Johannes 11. Hier kwam Lazarus uit zijn graf. Vlak bij de witte kerk, die de naam Lazarus draagt, is ook een moskee, waar we niet in mochten. Een stel Arabische jongens vonden het amper goed, dat we op afstand stonden te kijken. Aan de weg is een opening waardoor je kunt afdalen in een graf. We zullen maar in het midden laten of het hét graf is. Belangrijker is, dat Jezus hier in Betanië de bekende woorden sprak "Wie in Mij gelooft, leeft, ook al is hij gestorven". Op de plaats van deze in 1953 gereed gekomen kerk hebben enkele andere kerken gestaan. Al in de eerste eeuwen hebben christenen hier de bijzondere geschiedenis van de opwekking van Lazarus willen vastleggen in een kerkgebouw.
In Betanië willen ze je nog wel meer laten zien: het huis van Lazarus en zijn zusters, het huis van Simon, maar het liefst verkopen ze je wat toeristische voorwerpen. En ook voor het afdalen in het graf, 24 treden de diepte in, moet je ook betalen.

Betanië, het plaatsje aan de voet van de Olijfberg zal er vroeger wel anders hebben uitgezien. Maar hier ging Jezus heen op die laatste dag voor Hem op aarde. Lucas 24:50 zegt, dat Jezus met de discipelen naar Betanië ging en de Zijnen daar zegende, voordat hij werd opgenomen. En daarom is het goed in Betanië even omhoog te kijken.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief