Jongeren en Religie

2011-02-04
  • Jaargang 55
  • nummer 3
In dit nummer van Opbouw schrijft André Maliepaard (andre.ngj@ngk.nl) over een symposium dat gehouden werd rond het boek ‘Jongeren en religie’. De komende tijd mag u nog een enkele impressie van zijn hand verwachten, want dit was niet het enige symposium over thema jongeren en kerk.

Een paar sleutelwoorden, die ik aan boek en symposium rond het thema ‘jongeren en religie’ heb overgehouden, zijn de woorden ‘institutioneel’ en ‘actief’. Van beide kun je zeggen dat je dat bent of niet. Zo zijn jongeren die tot de kerk behoren te typeren als institutioneel en daarbinnen kunnen ze al dan niet actief zijn. In kerktaal hebben we het dan over jongeren die betrokken zijn of aan de rand zitten.

Buiten de kerk
Tegelijk realiseer je je bij deze onderverdeling, dat het grootste gedeelte van de jongeren in onze samenleving – religieus gezien – in een niet-institutionele context leeft. Dus niet aangesloten is bij een kerk of (als je het breder trekt) de moskee. De vraag die dit gegeven bij mij oproept is: maken we ons in de kerk niet te druk over een te klein deel van de jongeren en welke taak of roeping hebben we richting de jongeren, die zich buiten de scope van de kerk bevinden. Denken de meeste kerken niet vanuit het kader: laten we eerst maar zorgen dat we onze eigen jongeren bereiken? Ergens begrijp ik wel waarom dat zo werkt, maar tegelijk kan het zijn dat we daardoor als kerken kansen laten liggen.

Heartbeat
Een mooie illustratie werd gegeven door een afgevaardigde van Heartbeat Amersfoort. Heartbeat was eens één van de meest succesvolle jeugdkerken in Nederland, waar in de toptijd meer dan duizend jongeren de vieringen bezochten. Heartbeat heeft altijd als doel gehad om de niet (meer) institutionele en niet-actieve jongeren te bereiken. Dat doel hebben ze nog, want Heartbeat bestaat nog steeds. Alleen koppelen ze dat niet meer aan een grote viering, die voor geïnstitutionaliseerde actieve jongeren ook heel prettig consumeren is.
Maar het opvallende is nu, dat het voor Heartbeat moeilijker is om de kerken enthousiast te krijgen voor deze veranderde opzet. Is dat omdat er niet meer iets inzit voor de eigen jongeren? En wordt er dus binnen de kerken (onbewust) toch te veel gedacht en gewerkt vanuit het kader: laten we eerst maar zorgen dat we onze eigen jongeren bereiken?

Wel zingeving
Het boek concludeert dat je jongeren weliswaar steeds minder in de kerk of moskee ziet, maar dat ze toch wel degelijk bezig zijn met zingeving en religieuze activiteiten. Maar de tendens, die je in meerdere onderzoeken terug ziet komen, is die van de-institutionalisering. Jongeren willen wel geloven, maar niet geassocieerd worden met een instituut. Misschien is dat ook mee gevoed door alles wat er in de kerken niet goed gaat (denk aan het misbruik in de katholieke kerk, maar niet alleen daar).

Diffuser
Wat het wellicht lastig maakt is dat veel jongeren zich bewegen in voor volwassenen nieuwe en diffuse sociale netwerken. Ze gaan op andere manieren relaties aan en zijn daardoor moeilijk te traceren. Het verlangen van een doorsnee kerk om jongeren langdurig te binden staat haaks op de instelling van veel jongeren. Opvallend in dat kader is de trend die in veel kerken te zien is rondom het doen van belijdenis. Als je jongeren onder vier ogen vraagt: hou je van Jezus, hou je van zijn woord, hou je van zijn kerk? Dan zullen veel jongeren ‘ja’ zeggen. Maar om dat vervolgens hardop voorin de kerk uit te spreken is toch een heel ander verhaal.

Het NGJ is via twitter te volgen op @ngkjeugdwerk. Bezoek ook eens onze site: www.ngkjeugdwerk.nl.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief