De toekomst van het christendom
2011-02-04
Wat is de toekomst van het christendom in de 21e eeuw? Van de bekende Anglicaanse theoloog Alister McGrath verscheen over deze vraag een essayachtig geschrift. Hieruit bespreek ik drie hoofdthema’s. Dit zijn achtereenvolgens: de kloof tussen theologie en kerk, de transformatie van het wereldwijde christendom, de vernieuwing van de kerk. - Jaargang 55
- nummer 3
Theologie en kerk
Er is sprake van een gapende kloof tussen de academische theologie en de kerk. Veel recente theologie ‘lijkt te focussen op kwesties die geen enkele relevantie blijken te hebben voor het leven, de eredienst en de missie van de kerk’ (159). Volgens McGrath is deze kloof deels veroorzaakt door het rationalistische Verlichtingsdenken. De daaruit ontstane vrijzinnig-moderne theologie is echter niet vruchtbaar. Moderne theologen presenteren een versie van het christendom ‘die zo aantrekkelijk is als Emmentaler kaas – (geestelijk) flauw en (intellectueel) vol gaten’ (33). De kloof tussen de academische gemeenschap en de geloofsgemeenschap is echter niet alleen te wijten aan de vrijzinnigheid. Er zijn orthodoxe theologen die grote expertise hebben als het gaat om bijvoorbeeld de ideeën van Thomas van Aquino, terwijl ze deze ‘niet weten te bekritiseren of toe te passen, en misschien zelfs niet de behoefte daartoe kennen’ (180).
In de 21e eeuw zijn dan ook zogenaamde ‘organische’ theologen nodig. Dit zijn academici die niet eenzijdig gericht zijn op het verstand, maar die ook aandacht hebben voor het hart, de verbeelding, de emoties, en het belang van de populaire cultuur. ‘Een organische theoloog is een activist, iemand die zijn ideeën onder het volk probeert te brengen – iemand die zijn eigen taak ziet als ondersteunend en systematiserend binnen de gemeenschap van het geloof, en als evangeliserend en apologetisch buiten die gemeenschap’ (179).
Transformatie
Het zwaartepunt van het christendom verschuift van de westerse wereld naar de ontwikkelingslanden in Afrika, Azië en Latijns-Amerika. We lopen deze werelddelen kort langs.
Afrika: nog in 1897 meenden belangrijke figuren uit de Britse religieuze gevestigde orde dat het christendom er niet in geslaagd was om zich blijvend in Afrika te vestigen. Maar wat blijkt: sindsdien groeide het aantal Afrikaanse christenen van 10 miljoen naar 400 miljoen in het jaar 2000. Op een gemiddelde zondag zijn er nu in het West-Afrikaanse land Nigeria meer anglicanen die een kerkdienst bijwonen dan in het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, Canada en Australië gezamenlijk.
Azië: Zuid-Korea is een opmerkelijk voorbeeld. In 2000 telde dit land net iets minder dan 50 miljoen inwoners, waarvan maar liefst 49 procent christelijk was. Volgens McGrath is deze groei deels terug te voeren op de moedige rol die christenen speelden in de Koreaanse onafhankelijkheidsbeweging, begin 20e eeuw, waarin het Japanse juk werd afgeschud. ‘Van de 123 mensen die bij de volksopstand van 1911 door de Japanners berecht werden, waren er 98 christen. Rond die tijd maakte de christenen hooguit één procent van de Koreaanse bevolking uit’ (46)
Latijns-Amerika: het aantal protestanten op dit continent werd rond 2000 geschat op minstens 50 van de 450 miljoen inwoners van Zuid- en Midden-Amerika. Hierbij valt het McGrath op dat de bevrijdingstheologie geen rol speelt in het leven van de gewone gelovige – wederom een illustratie van de kloof tussen theologie en kerk. ‘De bevrijdingstheologie deed het uitstekend bij de academische wereld in Noord-Amerika, maar landde nauwelijks in het zuiden’ (52). Veel Zuid-Amerikaanse gelovigen ‘werken liever aan veranderingen in hun eigen leven en van hun gezin en de gemeenschap waarin ze wonen, dan aan de transformatie van de samenleving’ (54). Het snel groeiende evangelicalisme en de pinksterbeweging spelen in op deze behoefte.
Vernieuwing
Het gaat niet goed met het georganiseerde geloof in het Westen, zeker niet in de kerken die de hoofdstroom van het protestantisme uitmaken. Echter, kerken die werken met kleine groepen blijken wel te bloeien. Eén van ’s werelds grootste anglicaanse kerken die met kleine groepen werken, is gevestigd in Taway in Saba in Oost-Maleisië (voorheen Brits Noord-Borneo). Deze ‘kerk van St. Patrick’ is gegroeid van 700 naar 3000 leden, sinds het moment waarop men besloot over te gaan op het werken met kleine groepen. Men schat dat wereldwijd nu zeker zo’n 75 miljoen mensen deel uitmaken van een kerk die met dergelijke kleine groepen werkt. Deze aanpak schept een sterk gevoel van gemeenschap en plaatst relaties boven de organisatie. Een deel van het leiderschap wordt in de kleine groepen zelf neergelegd. Het is ook een uiterst effectieve eenheid voor pastorale zorg. Kerkgroei vindt plaats op het niveau van de kleine groepen, waar de individuele leden gestimuleerd worden om er te zijn voor hun collega’s op het marktplein, en om hen met het christelijk geloof in aanraking te brengen.
Evaluatie
De Engelstalige versie van dit boek werd tien jaar geleden geschreven, en concentreert zich op bronnen en ontwikkelingen in de jaren ’80 en ’90 van de vorige eeuw. Het komt daardoor wat gedateerd over. Verder valt het niet mee om een heldere lijn te ontdekken, omdat McGrath allerlei zijpaden betreedt. Niettemin valt er te leren van zijn pennenvrucht. In het bovenstaande heb ik samengevat wat er voor mij uitsprong.
McGrath, A. (2010), De toekomst van het christendom. Kok Kampen. 196p. € 19,90.
Drs. R.J.A. Doornenbal is senior opleidingsdocent aan de Academie voor Theologie van Christelijke Hogeschool Ede en lid van de NGK Ede.