Ter synode in Potchefstroom

1988-03-25
  • Jaargang 32
  • nummer 12
Met grote droefheid en teleurstelling hebben wij, als generale synode van de Geref. Kerken m Nederland (GKN-V), te Spakenburg bijeen, er kennis van genomen, dat uw 42e synode van Potchefstroom 1985, onze uitgestoken hand heeft afgewezen door het aangaan van een zusterkerkrelatie met de Nederl. Geref. Kerken. (NGKN), zo begint de bnef van de GKV-N aan de synode van die Geref. Kerken in Z.A. (GKSA).

De bezwaren die in deze brief tegen onze kerken werden aangevoerd bevatten geen nieuwe feiten vergeleken met het memorandum op de synode van Potchefstroom in 1985.
De aanklachten zijn langzamerhand bij ieder bekend: onze kerken zouden heel bewust gekozen hebben voor loslating van de gereformeerde K.O., terwijl de volgende afwijkingen van de gereformeerde leer bij ons zijn geconstateerd:
a. bestrijding van wat beleden wordt in Zondag 22;
b. kinderen aan het avondmaal; dit wordt publiek verdedigd (ds M. R. v.d. Berg) en in sommige NGKen gepraktizeerd, zoals b.v. in Baarn;
c. aanval op de leer van uitverkiezing en verwerping, zoals beleden in de hoofdstukken I en II van de Dordtse Leerregels (drs W. G. Rietkerk).
Foto-copieën en materiaal over genoemde zaken is verstrekt. Volledigheidshalve vermeld ik dat de brief van de synode van Spakenburg nog meer wensen bevatte b.v. t.a.v. het lidmaatschap van de Geref. Oec. Synode en de verhouding tot de vrijgemaakte kerken in Zuid Afrika.
Het verzoek van de GKV-N werd ondersteund door een schrijven van de synode van de Vrije Geref. Kerken in Zuid Afrika. De positie van deze kerken, drie in getal in dit grote land, wordt er niet eenvoudiger op wanneer de GKV-N de GKSA als zusterkerken aanvaarden, want dan is de bestaansgrond van kerken voornamelijk uit emigratie ontstaan weggevallen.
Vandaar dat deze kerken met een dringend verzoek om nader contact zich tot de synode in Potchefstrootn wendden.
Voorwaarde voor dit contact was, u begrijpt het al, dat de correspondentie met onze kerken zou worden verbroken.
Deze kerken hadden daarbij een aparte noot op hun zang. In een vorig artikel noemde ik reeds de zg. Kandelaargemeente.
Deze gemeente is een afsplitsing van de Vrije Geref. Kerk te Pretoria (wijlen dr v. d. Waal) en thans toegelaten tot het verband van die GKSA. Met deze zaak hebben de VGK in Zuid Afrika problemen.
Het is de broeders in Zuid Afrika niet bepaald makkelijk gemaakt om alle voetangels en klemmen in de verhoudingen recht te onderscheiden.
Immers, hoewel dus de synode van de VGK in Zuid Afrika bezwaren heeft tegen de Kandelaar-gemeente heeft men geen bezwaren om gezamenlijk tegen ons de strijd aan te gaan, want zoals ik al schreef, laatstgenoemde kerk had een uitvoerig bezwaarschrift tegen de correspondentie met onze kerken ingediend.
Het lijkt mij bij nadere overweging beter uit dit stuk niet meer te citeren.
Zelden heb ik zo'n oppervlakkig betoog vol halve en hele onwaarheden onder de ogen gehad.
Het is mij een raadsel dat de GKV-N dit bezwaarschrift als ondersteuning van hun streven hebben aanvaard.
Op de synode van de GKSA is het gewoonte dat een bezwaarschrift mondeling wordt toegelicht; dit gebeurde door een ouderling van de gemeente Dr J. G. Meijer.
Deze presentatie werkte averechts, want ds Vonkeman en ik waren niet de enigen die verbijsterd waren over de grofheid waarmee de bezwaren werden aangedikt en het viel beslist niet goed dat er zoveel namen werden genoemd van broeders die overleden zijn.
In overleg hadden we besloten in de synode-vergaderingen niet in te gaan op alle beschuldigingen aan ons adres al kostte het wel wat moeite alles over je te laten komen.
Wel heb ik in mijn toespraak bij het overbrengen van uw aller groeten een toelichting gegeven op het ontstaan en het functioneren van ons akkoord van kerkelijk samenleven. In Zuid Afrika heeft men geen vrijmaking gekend en daarom heeft men moeite met ons kerkrecht. .
Wanneer bij ons art. 31 van de K.O ter sprake komt, denken wij aan de vrijheid van een kerk om het besluit van een meerdere vergadering niet voor vast en bondig te houden wanneer daar gegronde redenen voor zijn.
Die vrijheid was ons in 1944/45 niet gegund.
De ouderen onder ons kennen de brochure van wijlen prof. P. Deddens over het ratificatie-recht.
Komt op de synode in Zuid Afrika genoemd artikel ter sprake dan ligt de nadruk op de plicht van de kerken om de besluiten voor vast en bondig te houden.
Daarom is het te begrijpen dat wanneer' deze broeders horen van independentisme bij kerken met wie ze correspondentie zijn aangegaan willen weten waar ze aan toe zijn.
Daarom heb ik voor de synode uiteengezet hoe onze kerken nadat ze twee maal door heerschappijvoering van synoden (ondanks de K.O.) buitengesloten zijn, aanvankelijk moeite hadden met het aangaan van een nieuw kerkverband.
Na de buiten-verbandzetting hielden de meeste kerken zich aan de oude K.O. en is een aangepaste nieuw K.O. rustig voorbereid. Hierin zijn de beginselen van het gereformeerd kerkrecht gehandhaafd. Evenwel, een aantal kerken hield bezwaren en aanvaardde het akkoord niet.
Aan de synode-leden legde ik de vraag voor wat zij in zo'n geval zouden doen: die kerken verstoten?
Wanneer je twee maal uit de kerk gezet bent word je voorzichtig met het verstoten van broeders en zusters die in hun "vrije" Gereformeerde kerk samenleven, in de hoop dat zij zich op de duur zullen voegen.

Uit het rapport van de commissie bleek dat onze Zuid Afrikaanse broeders begrip toonden voor onze moeiten - na twee maal niet nog eens! - en voor het niet willen verstoten van de kerken, die in ons "Kielzog" varen, die op de Landelijke Vergadering geen stemrecht hebben en toch Ned. Geref. Kerk willen zijn. Bij alle begrip voor onze moeite hebben de broeders ons opgewekt om in ons kerkelijk samenleven voort te gaan in de richting van de Dordtse K.O.
Hierover een volgende keer.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief