Wij maken ons grote zorgen
1988-03-25
In het boekenweekgeschenk van 1988 ligt een papiertje. In dikke letters staat daar: Wij maken ons grote zorgen. Vervolgens laten de gezamenlijke Nederlandse boekverkopers en uitgevers ons weten: "Boeken zijn het belangrijkste middel tot kennisoverdracht.- Jaargang 32
- nummer 12
Daarom zouden boeken niet belast moeten worden met BTW. Zodat cultuur en informatie een bredere spreiding kunnen krijgen." Dat belooft heel wat en dan nog wel bij het boekenweek-geschenk. Cultuur en informatie? We moeten maar eens zien.
"Er zijn mensen op de wereld die er droevig aan toe zijn". Zo begint het boek. Zo iemand is Johan Knipperling.
Al vijftien jaar prutst hij aan een proefschrift dat nooit af zal komen. Hij is een eenzaam man, zonder vrienden. "Ja", zegt de schrijver, "het leven is moeilijk voor sommige mensen. Angst en eenzaamheid doen je de das om". En dan volgt er een verhaal vol kommer en kwel. ,,O, hoe verlangt Knipperling ernaar om naar beneden te gaan en zich in de huiselijke kring te mengen". Maar dat wordt natuurlijk niets; hij past niet bij de mensen en zij passen niet bij hem.
"Hij is ook al eens in een gekkenhuis geweest, niet als dokter maar als patiënt, dat tekent een mens." Johan is vies, hij wast zich te weinig, hij stinkt. Hij schrijft een liefdesbrief zonder kop of staart maar vol eenzaamheid en zelfbeklag.
Er staan ook nog twee gekke verhalen in, ook al even ongelukkig als zijn eigen leven. Hij werkt in een ziekenhuis, of liever: hij zit daar op een kamer aan zijn proefschrift te knoeien.
Hij heeft geen contacten met andere mensen. Hij zorgt wel voor de honderdtwintig zwerfkatten op het ziekenhuisterrein, driekwart van zijn salaris besteedt hij aan voedsel voor de dieren, maar ook met de katten heeft hij geen kontakt. Johan lijdt zelf aan de ziekte waarover hij probeert een proefschrift te schrijven, een soort verstening van de wervels in de rugkolom. Waar loopt het op uit?
Johan sterft. Zijn lichaam heeft hij voor de wetenschap bestemd. Het lijk wordt in een grote pot gekookt tot alleen het skelet overblijft. De zwerfkatten eten de rest op. Het skelet komt in de studiezaal van de universiteit terecht. De professor wijst aan: "Ziet u dat het kraakbeen tussen de wervels helemaal versteend is?" De student mompelt: "Ik zie eerlijk gezegd helemaal geen verschil met andere skeletten" "Ja, maar u had die man moeten kennen toen hij nog in leven was", zegt de professor ... O eenzaamheid, O Johan Knipperling, O mensheid!
Er staan nog vier verhalen in het boekje, grotendeels met hetzelfde thema: allemaal tranen (zou Mensje van Keulen zeggen) behalve het laatste. Maar laat ik mij tot het titelverhaal beperken. Wij maken ons grote zorgen! Maarten Biesheuvel had het warempel zelf kunnen zeggen. Het lijkt wel of we een nieuwe Piet Paalt jens hebben gekregen, iemand die zijn eigen ellende moet overwinnen door er de draak mee te steken.
En ook heb ik gedacht aan Gerard Reve met zijn bundel Tien vrolijke verhalen waar ook al zo'n brok misère in zit.
Neem het verhaal "Bloed" waar een jongetje ervoor zorgt dat zijn stiefvader die hem geregeld aftuigt, te pletter valt en waar een stiefzusje in voor komt dat ook al even slecht is. Aan het einde schrijft Reve: "Ik had dat kreng van een stiefzusje ook nog wel een doodsmak willen laten maken, maar och, ik zal het hier maar bij laten". Het gevolg is wat de Duitse schrijver Brecht noemt: "Verfremdungs-effekt". Wij beseffen opeens dat wij maar met een verhaal te maken hebben, dat het niet écht is.
Biesheuvel speelt ook zo'n soort spelletje.
Zie ook daar het slot: het logisch verband is helemaal zoek.
Het boekje brengt weinig nieuws. Het worstelen met een proefschrift dat maar niet wil lukken, we kennen het al. De horror idem. Hersenen die per ongeluk gebraden en opgegeten worden, een lijk dat door katten wordt verorberd, kijk maar bij JanWolkers en daar is zoiets nog functioneel. Ook het luchthartig spottend schrijven over God zijn we al vaak tegengekomen. Cultuur en informatie?
Wat is dat voor een cultuur waar het over pissen en schijten gaat, over stinken en over steenpuisten in billen?
Wat is dat voor een informatie over eenzaamheid en angst?
Laat ik toch nog iets uit de rest van het boekje citeren. Zie blz. 68. Een groepje mensen rijdt in een bus die ze in Madrid willen verkopen om van het geld aan de boemel te gaan. Maar de dominee ziet na een poosje in dat zoiets toch niet kan… Jezus heeft ons waarlijk verlost.
Wij hebben vrouwen kinderen en wij hebben ons werk, dat mag je zo maar niet vergeten. Je mag niet naar de vrouwtjes gaan in een ver land en zeker niet van gestolen geld. Ik stel u voor dat we hier uitstappen omdat Jezus ons heeft verlost. Amen." Goed, het is een mislukt verhaal in een verhaal, maar het staat er toch allemaal. Het is prima dat schijnheiligheid aan de kaak wordt gesteld, maar mét het onkruid heeft Biesheuvel ook het góede gewas uitgetrokken en weggegooid. En zie ook blz. 56 : "Hij is een Job van onze tijd die Hans, want ja! God heeft hem zwaar te grazen genomen." Ik zou er veel meer over kunnen schrijven. Later misschien nog eens.
Ik kan me indenken dat vooral christelijke boekverkopers zullen zegen: Wij maken ons grote zorgen! Wat een cultuur.
O tempora, O mores.