Zending op' "Mission '87"
1987-01-09
In de vorige eeuw waren de meeste kerken niet erg geïnteresseerd in wereldzending. Zendingsgenootschappen werden gesticht om de taak uit te voeren die de kerken lieten liggen. Maar dat heeft het bijbelse patroon van wereldzending ernstig verstoord en het heeft de kerk verarmd. - Jaargang 31
- nummer 1
Peter Cotterell, toespraak op 27-12-1986.
Een typische Brit. Jaren zendingsarts geweest in Ethiopië. De eerste spreker op "Mission '87", in een bijeenkomst voor "voorgangers". Het thema: "de plaatselijke gemeente en de zending in de twintigste eeuw." Hij spreekt zoals' het een Brit past: bewogen, maar rustig. Laat zich door zijn emoties niet meeslepen, Zijn gehoor krijgt een duidelijke analyse van waar het' allemaal fout kan gaan inhet zendingsbewustzijn van de kerk. De "fatal dichotomy" - de "noodlottige scheiding" - tussen de taak van de gemeente en de taak van de zending.
Alsof die niet àlles met elkaar te maken zouden hebben! Het onjuiste en kwalijke onderscheid dat men vaak maakt tussen zending ver weg en evangelisatie dicht bij huis. Alsof de gemeente slechts 'op één vlak een opdracht zou kennen. De praktijk van het evangelisatiewerk en de verkondiging als toetssteen voor je hele theologie. Cotterell spreekt helder en insnijdend; hij scoort aan de lopende band punten in de discussie over onze taak - of de taak van kerkelijke voorgangers - in het werk van zending en evangelisatie.
Allerlei .ambiblical distinctions" en "dichotomies" worden aan de kaak gesteld. Zonder ophef. Maar, wel spreekt hij met warmte over zijn Äfrikaanse zendingskerk die in de vervolging is terechtgekomen.
Wèl zijn er opmerkingen over de nood van onze Europese "prosperity theology", een theologie vanuit onze situatie van welvaart. Wel doet hij een poging om de visie van de Bevrijdingstheologie en de relevantie ervan voor onze tijd te doordenken: Hij plaatst 'opmerkingen over structuren en organisaties, maar vooral over voorgangers die hun gemeente moeten leiden in enthousiasme, die hun kudde in vuur en vlam moeten zetten voor het Evangelie. , Als tolk kan ik het verhaal goed volgen.
Een duidelijk script, waar de spreker zich goed aan houdt. Bijeen paar anderen later in het programma - wordt dat moeilijker, Ik hoor soms een andere uitspraak van het Engels dan Ik. gewend ben, een Afrikaanse uitspraak; een Afrikaander uitspraak, een 'Chinese uitspraak. Het zijn mensen. met een gele huid, een zwarte huid. een bruine. Heel verschillend van temperament lijkt het wel, maar allemaal mensen die in vuur en vlam willen staan voorhet Koninkrijk der Hemelen! Mensen die een' groot gehoor aan jongeren willen bereiken. ben willen doordringen niet het Goede Nieuws in Christus. hen willen doordringen van de nóódzaak dat Woord door te geven! Op alle continenten. Of aan de overkant van de straat. Verhalen van her en der. Omdat ik ze - met vervaltijd van hoogstens twee seconden- in fatsoenlijk Nederlands moest zien weer te geven, zijn ze me niet allemaal woordelijk bijgebleven. Maar wel de kern, en de grote lijn Wonderbaarlijke verhalen soms. met name die over machtige tekenen op het Chinese vasteland. Ontroerende verhalen vaak, verteld bijvoorbeeld door de wijze .en zachtmoedige Oegandese (Anglicaanse) bisschop Festo Kivengere, nog maar net opgeknapt na een zware operatie.
Vele duizenden
Het voelde alsof ik de "miljoenen van Azië" tegenkwam, als .ik me langs de stands in een grote zaal een weg moest banen naar een, van de andere - veelal ook reusachtige ruinites in het Utrechtse Jaarbeurscomplex. Een kleine elfduizend mensen. voor het overgrote deel jongeren, bevonden zich op een paar. vierkante kilometer Utrechtse grond. Hoe anderen. zo'n aantal beleven, weet ik niet. Maár (ondanks mezelf misschien) kreeg ik er een 'kick' van elfduizend mensen uit zo'n twintig Europese landen. Er waren kleine groepen onder zoals de achttien Polen, die door mijn collega Dorotha moesten worden "gegidsd". (Ze zat er als "eenpersoonsfractie" best zwaar, ze moest àlles vertalen, voor twee landgenoten maar.) Maar er waren ook de veertien bussen uit Portugal, die de 820 jongeren uit het uiterste Zuid-Westen van Europa aanvoerden. Ze waren op Eerste Kerstdag weggegaan, om 9 uur in de ochtend; ruim twee etmalen later, om een uur of vier op de zaterdagmiddag, wankelden ze gekreukt en minder schoon de Marijkehal binnen.
Er waren, meen ik, 115 Grieken, die nog een halve dag éérder uit hun land waren vertrokken. Er waren ook - gelukkig - veel Nederlanders; veel Duitsers en Duitssprekenden; ook hoorde je heel wat Frans en Engels en' ertussen door Italiaans, Spaans en Skandinavisch in diverse variëteiten.
Als ik het echt niet kon thuisbrengen, veronderstelde ik - wat soms juist bleekdat het Hongaren, Polen of Joegoslaven waren. Allemaal jonge mensen, die niet zelden buitengewoon bemoedigd werden door het zien vari zóveel andere jongeren, komend vanuit ons hele werelddeel.
Gevarieerd
Dat dat zo was bleek wel uit gesprekken met andere tolken; met Isabel, Luisa en Fausto uit Portugal,die al sinds het vorige congres in Lausanne, eind 1983, persoonlijke en goède vrienden zijn geworden. Ik hoorde het ook van de parmantige dominee Apostolos uit Thessaloniki, die me de vorige keer ook al zo was opgevallen. Hij stapte er, als midden-vijftiger, rond alsof hij inderdaad een van de apostelen was!
En verheugde zich, als echte zuiderling, hoorbaar bij elke opzienbarende uitspraak over de voortgang van het Evangelie in de wereld. Natuurlijk, dat zij toegegeven, als je daar 's middags of's avonds in je tolkencabine zit (en dat nog niet eens elke dag, want ik "deed" slechts een deel van het Congres), dan zit je daar niet als de gemiddelde deelnemer.
Ik ging om een uur of elf 's avonds op mijn' fiets terug naar Zeist, in plaats van mij tussen duizenden geloofsgenoten in één reuzenslaapzaal op mijn matras uit te strekken. Ik at boven in-een restaurant in plaats van duizend mensen vóór me te hebben staan in een rij wachtenden. Maar desondanks, je maakt toch - ook als niet meer zo jonge deelnemer - de sfeer mee. En de mogelijkheid bij honderden standsinformatie over zendingswerk te krijgen. Of de mogelijkheid om een aantal van Europa's bekendste "gospelzangers" te horen concerteren. En wat hèb ik van de meesten genoten, zeg ik zonder gêne! Vooral echter de mogelijkheid om vanuit de hele wereld verhalen aan te horen. Hoe het was (en is) in Oeganda. Hoe het staat met de opwekking op het Chinese Vasteland. Hoe het gesteld is met de situatie van Moslimse immigranten in Europa, om zo maar wat verhalen te noemen die ik vertalen moest. Maar er waren allerlei keuzeprogramma's; er was dus veel meer!