Niet zielig, maar zalig
1987-01-16
Wij zijn eigenlijk allemaal hulpbehoevende mensen. Op elke leeftijd ook. Niet alleen zolang we een baby zijn en helemaal afhankelijk. Of als met de ouderdom ook de gebreken komen en we misschien opnieuw geholpen moeten worden met lopen en eten. Nee, niet alleen in het begin en aan het eind van ons leven, maar ook in die jaren daartussen hebben We hulp nodig. Ook als je in de kracht van je leven en kerngezond bent.- Jaargang 31
- nummer 2
Wij mensen willen wel graag de indruk wekken dat wij onszelf wet kunnen redden.
We kunnen soms' zelfs kwaad worden als iemand ons hulp aanbiedt: "hoe komt 'ie erbij dat ik hulp nodig heb!" Zo houden wij ons groot. Maar in feite kunnen we geen dag zonder hulp. Ook al ben je 30 of 40 jaar, je kunt niet alles zelf, je krachten schieten een keer te kort, er is een grens aan je kennis en bevoegdheid. Wij hebben dagelijks medemensen nodig: van de groenteboer tot de loodgieter, van de dokter tot de buren, van je man of vrouw tot je vrienden. Mag dat de ouderen onder ons eens bemoedigen. Laat u - hoe moeilijk het ouder worden soms ook te aanvaarden is - niet in de zielige' hoek drukken, alsof er twee soorten mensen zijn: mensen die hulp nódig hebben en mensen die hulp kunnen géven. Er is maar één soort mensen: mensen die hulp nodig hebben. Natuurlijk de één meer dan de ander; maar toch niemand uitgezonderd, ook niet die kwieke verzorgsters of gezonde verpleegsters die dagelijks om u heen lopen.
Een waarschuwing
Gelukkig zijn er meestal medemensen op .wie wij kunnen terugvallen, op wie we mogen rekenen. Dat is een geweldige zegen. Maar de dichter van psalm 146 laat daarbij wel een waarschuwing horen: hoe fijn het ook is als iemand je helpt, vertrouw niet teveel op een mensenkind. Want bij een mens is geen redding, één keer gaat immers zijn adem eruit.
Het is goed als mensen op elkaar steunen. Maar pas op, dat die man, die vrouw (ook al is het je eigen man of vrouw), niet àlles voor je wordt. De kans is groot, dat je een keer weer zonder hem of haar verder moet.
Edelen
Deze algemene waarschuwing wordt nog voorafgegaan door een speciale: "vertrouw niet op edelen". Wie zijn dat? Het meest voor de hand liggend, is hier te denken aan de vorsten, de aanzienlijken in het land. Je mag, de lijndoortrekkend naar onze tijd, wel denken aan de overheid, de rijken, de groten der aarde. Dan zegt deze psalm: dus: pas op dat je' niet teveel vertrouwt: op de hulp van machthebbers. Zij kunnen vaak wel helpen, maar zij dóen het niet altijd. Zowel in onze taal ·als in het hebreeuws, kan "edel" echter ook slaan op iemands gezindheid. Zou het hier gaan om mensen die edel van het zijn, de goeierds, de lieve mensen .die altijd voor de ander klaar staan. Waarom zou je voor' de hulp van deze mensen dan moeten oppassen?
Omdat ook een goed hart een zwak hart blijft, en lieve mensen ook niet alles en altijd kunnen.
Psalm 146 waarschuwt ons dus: verwacht niet teveel van mensenhulp, want:
a. mensen die helpen kunnen (de machtigen), zij willen niet altijd;
b. mensen die helpen willen (de edelen van hart), zij kunnen niet altijd.
De combinatie van beide, van kunnen èn willen, van macht èn bereidheid tot hulp, is zeldzaam. Jesaja zegt wel: "de edele beraamt edele daden en hij staat voor wat edel is" (hfdst. 32 vers 8). Maar dat voorziet hij pas in de toekomst. Boven het gedeelte, waarin deze woorden voorkomen, staat: "het Messiaanse rijk"!
Gefeliciteerd
De kern van. de psalm is' een zaligspreking: "Welzalig hij, die de God van Jakob tot zijn hulpe heeft, wiens verwachting is op de HERE, zijn God". Het is eigenlijk een felicitatie: gefeliciteerd als u deze God als uw Helper hebt! Zalig is dat. En omgekeerd: armzalig als je deze God mist. Het is rampzalig zonder zijn hulp te moeten, want dan ben je alleen op de hulp van mensen aangewezen. En die hulp. is maar zeer beperkt, zagen we net. Wij hoeven ons niet flinker voor te doen dan wij zijn. Wij hebben hulp nodig, op elke leeftijd. Hulp van mensen, hulp van onze God. Misschien zegt de wereld dan wel: ach, wat zielig, die mensen durven het niet alleen, die hebben een God nodig. Maar laat u dan niet van de wijs brengen.
Zing met psalm 146: dat is niet zielig, maar; zalig! Zalig wie de HERE tot zijn Helper heeft. Want Hij is anders dan de medemensen: Hij kan èn wil en zal in nood, zelfs bij het naad'ren van de dood, volkomen uitkomst geven" (psalm 68 vers 10, oude berijming). Een klinkend getuigschrift Psalm 146 illustreert dat ook nog. Vers 8 zegt: “de HERE heeft de .rechtvaardigen lief". Hij is geen almachtig wezen zonder hart voor zijn kinderen. Dat is heerlijk om te weten: wij dienen geen kille afstandelijke God, maar de HERE, die ons liefheeft. Hij wil wel. En toch zou het, aan de andere kant, ook hopeloos zijn, als Hij niet de macht had die liefde in daden om te zetten. Als het bleef bij sympathie en solidariteitsgevoelens zonder dat we daar iets van merkten.
Maár zo is het ook niet bij de God van Jakob, zegt psalm 146. De dichter geeft God als het ware een klinkend getuigschrift mee. Lees maar: Hij is het immers, "die hemel en aarde gemaakt heeft, de zee en al wat daarin is", (zou deze machtige Schepper niet in staat zijn ons creatief te helpen?!) , "die trouwe houdt tot in eeuwigheid"; (mensen kunnen wel eens lelijk tegenvallen op den duur, maar Hij blijft trouw tot het einde). "Hij heeft (al zo vaak) recht gedaan aan de verdrukten, Hij heeft brood gegeven aan de hongerigen, 'Hij heeft gevangenen losgemaakt, Hij heeft blinden weer ziende gemaakt, Hij heeft de gekromden opgericht, Hij heeft de rechtvaardigen liefgehad, Hij waakt over de Vreemdelingen, wees en weduwe houdt Hij overeind."
(vers 6 tot 9a) Is dat niet een prachtig getuigschrift?! Deze God, die al zoveel geholpen heeft, wil ook onze Helper zijn. Het enige dat wij hoeven doen is, deze psalm meezingen, en ondanks ons trotse hart zeggen: HERE, U heb ik nodig. Dan zijn ook wij te feliciteren.