Gereformeerd zijn in de moderne tijd
1987-01-16
Waarom is sterven zo beangstigend? Omdat je dan alle houvast verliest. Alles in dit leven moet je achterlaten. Je moet afscheid nemen van de mensen die je lief zijn en van de natuur die ZO mooi is. Je ziet scherp wat je allemaal fout hebt gedaan en je weet dat je het niet meer goed kunt maken. Je bent bang om voor God te verschijnen, die beter nog dan jezelf onthouden heeft hoe Je gefaald hebt. Ligt aan de andere zijde van de dood dan niet het eeuwige leven voor allen, die de Here Jezus liefhebben? Jawel; maar er is zo weinig zekerheid dat dat ècht zo is. Het enige dat aanleiding geeft om in het leven na de dood tegeloven, is dat dat in de bijbel beloofd wordt. Maar die belofte wordt nergens' door bevestigd; er is geen enkel teken dat erop wijst, dat het wáár zou kunnen zijn, dat met het sterven het leven begint. Het is alleen maar een WOORD. verder niets. Je kunt daar je schouders over ophalen en je, laten imponeren door "Wat wèl zeker is: sterven; zonde; afscheid; een 'zwart gat. Dat is ongeloof. Je kunt dat 'woord ook serieus nemen, vanuit de overweging dat God dat leven belooft, God, die trouwen almachtig is,en niet liegt. Dan geloof je. 'Wánt dat is geloven: dat je huizen . bouwt op het beloftewoord van God, al wordt dat door de donkere werkelijkheid om je heen alleen maar weersproken. Zo kun je vanuit dat geloof de dood aan: "Wie dan het woord van God kan grijpen en de ogen durft sluiten, wie zo door de dood heen het leven ziet - die gaat het donker binnen, springt niet meteen terug en schrikt niet, maar is er getroost en vrolijk bij."- Jaargang 31
- nummer 2
Alleen maar een woord ...
Zo sprak Luther in een preek over Genesis 17 die hij in 1523 hield. Het is een prachtig voorbeeld van de manier waarop hij Gods heil ziet binnenkomen in onze werkelijkheid. Hij praat de duisternis waarin wij verkeren niet weg, maar benadrukt juist onze totale uitzichtloosheid: ' in het proces van sterven is als zodanig geen enkel lichtpunt aanwezig. Toch wil hij ons in dat absolute donker getroost en zelfs vrólijk hebben, Er is immers de belofte van God! Het is eigenlijk een onmogelijke belofte: een woord van leven als alles van sterven spreekt. Her is een belofte die op geen enkele wijze aansluit bij onze werkelijkheid: Maar het is toch een belofte die zekerheid geeft, omdat ze afkomstig is van de God voor wie het kenmerkend is dat Hij met zijn heil niet aansluit bij wat we om ons heen zien. Zegt Hebreeën 11: 3 niet, dat het zichtbare niet ontstaan is uit het waarneembare, maar dat -de wereld 'enkel en alleen door het woord van God tot stand is gebracht?
Welnu, zo is het met al het spreken van God: Hij roept dingen op die er niet zijn; 'Hij maakt alles uit niets. Daarom - al zie jij voor ogen niets anders dan zonde, dood en duisternis, het eeuwige leven is werkelijkheid met dat God het belooft. Zo is het woord van God een 'lamp die schijnt in een' donkere plaats' (ll Petrus 1 : 19), aldus Luther: in de totale duisternis van onze werkelijkheid valt licht, doordat God -zijn scheppend woord van genade tot ons spreekt. Daardoor is het mogelijk getroost en vrolijk het donker binnen te gaan en door de dood heen het leven te zien.
Modern
Er zit in deze benadering van hef christelijk geloof iets uitgesproken modems. Luther heeft namelijk een besef onder woorden gebracht, dat juist in de moderne tijd velen heeft overweldigd: het besef dat het heil volkomen ,puiten ons bereik ,ligt en dat de barre werkelijkheid geen enkel houvast biedt voor het geloof. Wat zijn er veel mensen, die de moed hebben opgegeven dat het nog wat worden kan met hun leven en met de wereld. Hoe zouden wij nog kunnen geloven in enige opbouw, in enige vooruitgang, sinds de Europese beschaving is uitgelopen op Auschwitz, op de verwoesting van het milieu, op de bizarre wapenwedloop? Alles spreékt van ondergang, schuld, lijden, dood; de mooie dingen vallen verdwaasd uit de toon. Dagelijks doen grimmige verkeersongelukken en kwaadaardige gezwellen, ontslag , en depressiviteit mensen wegzinken in een uitzichtloze duisternis zonder lichtpunten. En zeg niet dat het meevalt, want het valt niet mee! In feite heeft Luther de wereld van zijn dagen datzelfde voorgehouden: zeg' niet dat het meevalt in et de duisternis,want het valt niet mee. Zijn conflict met de RK kerk draaide om dit punt. Zoals bekend is het ontstaan vanuit de scherpe aanval die hij op 31 oktober 1517, heeft gedaan op het systeem van de aflaat: in de kerk toentertijd werd de vergeving te ' koop aangeboden. Toch is 'het niet deze aanval op de aflaat als zodanig geweest, die de Hervorming heeft ingeluid. Er was heel veel kritiek op de aflaat, zonder dat daar principiële vernieuwing van kwam.
Het grootse van Luther is geweest, dat hij niet alleen z'n tanden heeft gezet in de aflaat-affaire, naar de verrotting heeft blootgelegd en aangepakt die daaronder schuil ging, namelijk de grootscheepse poging van de kerk om God en zijn heil in het verlengde te schakelen, van ons leven.
Op naar de hemel!
De heersende gedachte in zowel de kerkelijke praktijk als theorie was, dat het met...de duisternis van het menselijk leven meeviel. Niemand ontkende dat de wereld verdorven was door de' zonde en dat de mensheid ellendig ver van God was afgedwaald en zo zijn brandende toorn opriep: Maar men had de vaste overtuiging, dat de weg terug bij redelijk nadenken en volhardende inspanning te vinden was. Men voelde zich op de bodem vaneen put zitten, waar het weliswaar schemerdonker is, maar waar in elk geval uitzicht bestaat op de hemel, op het licht. Wat meer is: men zag mogelijkheden om naar dat licht op te klimmen en God weer voor zich in te nemen. Zo ontketende de kerk een enorme beweging onder het motto: op naar de hemel! Men zag het goddelijke in het verlengde liggen van' het menselijke, het heil aansluiten bij de eigen werkelijkheid. Gezien tegen die achtergrond is het 'begrijpelijk dat de bijbel minder belangrijk werd en overwoekerd raakte door spitsvondig menselijk denkwerk: God hoefde niet meer speciaal tot de mens te spreken - Hij was toch wel opspoorbaar, als Hij een enkele wenk gaf. Tegen die achtergrond ook is de aflaat verklaarbaar Het wasnatuurlijk een heel extreem en ordinair idee, dat vergeving voor geld te koop is, maar het was toch niet meer. dan een uitloper van de diep gewortelde overtuiging, dat je God en zijn heil bemachtigen kunt vanuit de mogelijkheden die ons ter beschikking staan.
Deze gedachte is nog altijd opvallend vitaal, binnen en buiten de kerk. De put waarin de wereld zich bevindt is zo diep niet, of men ziet nog licht - hoog boven ons, ver weg, maar bereikbaar. Optimisten en activisten houden het de ontmoedigden en gedesillusioneerden hartstochtelijk voor: bij een uiers te krachtsinspanning móet het toch mogelijk zijn een nieuwe wereld te vestigen zonder kanker, zonder wapens, zonder werkloosheid, zonder depressies. We beschikken over de mogelijkheden om de weg terug naar het paradijs te vinden en te bewandelen. Dat geloven nog steeds veel mensen, binnen en buiten de kerk. In elk geval praten veel mensen zich dat aan; bang als ze zijn voorde sombere vermoedens die diep in hun' hart leven. En daarom heeft de hervorming waartoe Luther de stoot heeft gegeven nog steeds een boodschap, voor mensen binnen en buiten de kerk. Want wezenlijk heeft die hervorming erin bestaan, dat dit perspectief als vals is ontmaskerd en dat er een ander, vreemder, rijker, perspectief is aangewezen.
Oordeel en genade
Anders gezegd: fel en radicaal heeft Luther de bijbelse boodschap gebracht van oordeel en genade.
Hij heeft het er niet geweld ingehamerd: God en zijn heil zijn niet meer bereikbaar voor ons. Onze werkelijkheid is niet open naar het licht toe en wij vinden God en het paradijs niet in het verlengde van onze mogelijkheden. Onze werkelijkheid zit potdicht. God heeft zich in zijn brandende toom totaal van ons afgekeerd. Het is een dwaze vraag om te veronderstellen, dat wij gaten kunnen boren in onze duisternis. Wij leven onder Gods oordeel, zijn gericht. Daardoor kunnen wij met ons denken God nooit vinden en door onze inspanning de vergeving nooit grijpen. Onze werkelijkheid is hermetisch afgesloten van een betere werkelijkheid. De enige mogelijkheid om in dat duister niet om te komen is, dat God zelf genadig door die afgeslotenheid van ons leven voor Hem heen breekt. En dat doet Hij in zijn goede evangelie, het beloftewoord. Licht schijnt er alleen in onze duistere werkelijkheid, wanneer God zich tot ons wendt en opnieuw gaat scheppen door te spreken.
Zie daar Luthers boodschap voor de moderne tijd. Enerzijds roept hij ons op' om onder ogen te zien, dat het werkelijk donker is om ons heen. De ervaring van de moderne mens is niet van werkelijkheidszin ontbloot. Wij stuiten overal op het oordeel van God, die onze werkelijkheid heeft afgegrendeld voor zijn heil, voor het leven. Daarom doen wij er goed aan de moderne ontgoocheling serieus te nemen als een heel reële reactie op vals optimisme n activisme. Anderzijds wijst Luther een weg, die wegvoert uit de sombere moedeloosheid die allen bevangt, die beseffen hoe duister onze werkelijkheid is. Het. is de weg die zichtbaar wordt voor wie gelovig bouwt op Gods belofte van leven. Het lijkt nietig en dwaas, om tegenover de verpletterende feitelijkheid van dood en schuld, lijden en duisternis slechts het woord van God te stellen, maar voor Luther IS dàt nu net het lichtpunt, dat een geweldige blijdschap kan oproepen in het donker. De kracht van Gods woord is.
immers, dat het met voorbijgaan aan de feiten van zonde en dood een nieuwe werkelijkheid schept, even reëel en echt als die welke wij kennen. Vanuit de verkondiging, dat God genadig met ons is, leert Luther ons zingen:
Al wordt de wereld ook een hel en 't leven niets dan lijden,
wij vrezen niet, - lmmanuël zal stellig ons bevrijden.
Hoe satan ook woedt en wat hij ook doet;
't is machtloos geweld zijn vonnis is geveld.
Eén woord, en hij moet vallen.
(Liedboek, gezang 401: 3)
Eén woord, en hij moet vallen: volgende week zullen wij. zien hoe concreet dit wordt in het gebeuren waaraan Luthers naam voor alles verbonden is: de rechtvaardiging van de goddeloze.
1) Bewerking van een toespraak, gehouden op 31 oktober 1986 op uitnodiging van het Haarlemse Contact Comité voor de Gereformeerde Gezindte.