Waren afscheiding en doleantie kerk politiek van aard?
1989-08-04
Boos - Jaargang 33
- nummer 16
Ir. J. van der Graaf, de volijverige sekretaris van de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk, is boos. Boos op de kerken van de scheiding die de zo goedkoop meeleven met de moeite die de Bond heeft om in de Hervormde Kerk te blijven. Moeite: vanwege het anti-tucht besluit ten aanzien van de homofiele broeders en zusters, vanwege de loochening van de opstanding door professor Van Gennep en 'vanwege de affaire-dr. Balke die geen kerkelijke hoogleraar in Groningen mag worden. Het hindert Van der Graaf dat hij vanuit de gescheiden kerken voortdurend. krijgt voorgerekend dat het nu toch eindelijk wel eens tijd wordt om het zinkende schip van 'de Hervormde Kerk te verlaten. Hij is het zat; het woord 'doleantie' dat een van zijn medestanders in een onbewaakt ogenblik van opwinding in de mond genomen heeft, kan hij niet meer horen.
Men wordt haast gedwongen om met deze uithaal naar geestverwanten de psychologische kant op te gaan.
Moet iedereen immers niet toegeven dat hij zich het scherpst pleegt te verzetten tegen waarheid die ongelegen komt? Met andere woorden, zou het kunnen zijn dat Van der Graaf daarom zo fel van zich afslaat omdat hij nu ook zelf de onhoudbaarheid van het Gereformeerde Bond standpunt inziet?
Hoe dat ook zij, behalve dat mijnheer Van der Graaf boos is, argumenteert hij ook. Wat is zijn verweer tegen de oproep tot afscheiding of doleantie? We laten hem nu zelf via de aanhaling in het Nederlands Dagblad van zijn artikel in 'De Waarheidsvriend' aan het woord: "In alle toonaarden horen wij de roep om afscheiding, maar niemand zegt: kom over tot ons. Integendeel, hoe zou het kunnen. AI degenen die om 'afscheiding roepen, kunnen ook niet sámen kerk zijn".
Luthers blinde paard
Hoe sterk is dit argument eigenlijk?
Wel, er blijkt in ieder geval uit dat onze hervormde broeder van afscheiding en doleantie niet veel begrepen heeft. Want het is toch echt niet zo dat de vaders van de scheiding in de vorige eeuw eerst om zich heen hebben gekeken of ze ook een gespreid bedje zouden vinden in geval zij het ouderlijk huis van hun kerk zouden moeten verlaten. Dat hield hen in de verste verte niet bezig. Het is zelfs niet zo dat zij hun daad van afscheiding of doleantie hebben gezien en aanbevolen als een oplossing voor de kerkelijke nood. Je hoort mensen zoiets wel eens zeggen als zij het moeilijk hebben in hun kerk: uittreden is ook geen oplossing. Ik denk dat dat waar is. Als je er een oplossing mee zoekt, kun je het beter niet doen. De kerk waarin men groot geworden was verlaten, dat is voor onze ouders en voorouders niet een oplossing, maar een daad van gehoorzaamheid aan God geweest, een gewetensbeslissing waarvan zij de konsekwenties nadrukkelijk aan Hem overlieten. Hoe vaak heb ik niet gehoord of gelezen dat ze daarbij naar Luther verwezen, die zichzelf vergeleken had bij een blind paard?
Misschien zou Van der Graaf nog eens in de leer kunnen gaan bij dat blinde paard van Luther.
Was Kuyper zo berekenend?
Want wat hij nu doet is eigenlijk dit dat hij bij uittreding uit de Hervormde Kerk voorstelt als een kerkpolitieke manoeuvre. Vreemd genoeg, want in zijn kringen is het altijd weer Abraham Kuyper die daarvan beticht wordt. Die zou zo heel anders te werk zijn gegaan dan de grote Luther: ongeestelijk, vleselijk en politiek-berekenend. En het is waar, zo lang Kuyper in de Hervormde Kerk verkeerde, stapte hij daar allerminst als een blind paard rond. Kuyper was een strateeg die zijn kerkelijke tegenspelers lik op stuk gaf. Hij en dr. Vos hier in Amsterdam waren aan elkaar gewaagd.
Maar eigenaardig, toen Kuyper buiten de Hervormde Kerk was komen te staan, toen bleek toch niet dat hij zijn plaatsje al besproken had in de afgescheiden kerken. Zover strekten zijn berekeningen zich blijkbaar niet uit. De onderhandelingen over een mogelijk samengaan van afscheiding en doleantie kwamen pas naderhand op gang. Terecht natuurlijk.
Wie zich afscheidt kijkt niet naar / andere kerken, die heeft de blik enkel gericht op de kerk die hij verlaat en die stelt de vraag: hoe zal mijn kerk hierop reageren? Trekt zij er zich iets van aan? Komt ze tot zichzelf? Er zit dan ook in een afscheiding altijd een belofte opgesloten: we keren terug als de oorzaak, de aanstoot weggenomen is. De oprechtheid vergt dat dat tenminste enige tijd wordt afgewacht.
Duidelijkheid vereist
Wie zou het derhalve de Gereformeerde Bond kunnen kwalijk nemen wanneer zij na uittreding eerst enige tijd op zichzelf zou blijven? Niemand.
Zij zou veeleer verdenking van kerkpolitiek op zich laden wanneer ze zo één-twee-drie al wist met wie ze verder wil optrekken. Maar Van der Graaf vindt zo'n afscheiding à la het blinde paard een gruwelijk vooruitzicht. "Het betekent gewoon een nieuwe scheur in kerkelijk Nederland, met alle gezinsontwrichtende gevolgen van dien". Wederom valt uit deze woorden de weerzin tegen de afscheidingen van vroeger tijd op te maken. Alles lijkt beter dan dat. "Dan toch maar lijden aan de kerk!": Laat ik duidelijk zeggen dat ik mij goed kan voorstellen dat ir. Van der Graaf zich weinig aangetrokken voelt door het voorbeeld van de kerken der scheiding. Als daar nog een oproep vanuit gaat dan toch deze: maak u vrij en doe het beter dan wij. Maar van de andere kant zeg ik dat het tot onze maatschappelijke verplichtingen behoort dat wij onszelf naar anderen toe duidelijk maken en dat hervormde christenen daar kerkelijk in te kort schieten. Ik verwacht van hen geen oplossing zoals ik al aangaf, maar wel duidelijkheid.
Geloof/ongeloof of fatsoen/ onfatsoen
Maar dan toch liever niet naar aanleiding van dat malle anti-tucht besluit betreffende onze homofiele broeders en zusters, als ik dat nog even mag zeggen. Want wat is dat voor vreemds dat een groep van mensen kategorisch boven (of onder!) de tucht wordt gesteld. Kerkelijke tucht is toch altijd persoonlijk?
Tucht of geen tucht over de homofiele broeder of zuster? Het hangt er maar helemaal vanaf hoe die broeder of zuster met die homofilie omgaat. Als een homofiele man of vrouw de vrijheid die hij of zij zichzelf in geweten toestaat tot norm verheft en daarvoor algemene erkenning afdwingt, zo zeer zelfs dat hij de gemeente waarvan hij deel uitmaakt op het spel zet, dan verdient hij wel degelijk kerkelijke straf.
Terwijl ik van de andere kant iemand die uit bestaansnood naar het hulpmiddel van een homofiel samenleven grijpt, niet met de kerkelijke tucht zou durven achtervolgen. Ik zou het niet goedkeuren, ik zou zo iemand vragen zelf alleen daar voor de verantwoordelijkheid te willen dragen. Daarom zou ik veel gelukkiger zijn geweest met dat oorspronkelijke rapport ter hervormde synode dat aandrong op grote voorzichtigheid met tucht over homofielen.
Bovendien, tucht of geen tucht over homofielen dreigt nu te worden voorgesteld als een kwestie van geloof of ongeloof van de kerk, maar als je het mij vraagt leeft het samenwonen van homofielen onder de mensen meer als een zaak van fatsoen of onfatsoen. Niet een gelovige maar een 'nette' kerk weert homofielen, als we niet oppassen. Ik zou er dan ook zeer ongelukkig mee zijn als de eenheid in de Nederlandse Hervormde Kerk daarop brak.
Het centrale
Nee, als ik vind dat de positie van de christen in de Hervormde Kerk onhoudbaar is, dan gaan mijn gedachten veelmeer uit naar de dingen die echt het centrale van ons geloof raken. Zoals de loochening van de opstanding van onze Here of de bewering dat men half-atheïst is door primair verantwoordelijken en het uitblijven van tuchtmaatregelen daarover. Eerlijk, hoe bestaat het dat men jaar in jaar uit daarvoor kerkelijke verantwoordelijkheid wil nemen!
Toegegeven, tot voor kort leek het alsof de Gereformeerde Bond dat kon maken. Eigenlijk dank zij hetfeit dat hij in de Hervormde Kerk een soort sluimerbestaan voerde. 'Niet storen!' leek lange tijd wel op zijn deur geschreven. Maar het is niet in de laatste plaats nu juist ir. Van der Graaf geweest die in de afgelopen tientallen jaren daarin verandering heeft gebracht. Je zou hem wel 'de klokkenist der kerkelijke kleine luyden' kunnen noemen. Maar wakker zijn heeft zo z'n nadelen. De Gereformeerde Bond kan nu niet langer doen alsof zijn neus bloedt. Juist een ontwaakte Bond zal het allemaal niet langer kunnen nemen. Ir. Van der Graaf komt hier voor de konsekwentie van zijn eigen levenswerk te staan. Maar nu moet hij niet doen alsof het de gescheiden kerken zijn die hem het kerkelijke kiezen voor de waarachtigheid onmogelijk maken.
Dat is duidelijk een drogreden.
Want het mag waar zijn dat het vermeerderen van de rechtzinnige kerken met één geen ideale toestand oplevert, het zou in ieder geval een einde maken aan een stuk ongeloofwaardigheid.
De profeten
Voor zijn optie om toch maar hervormd te blijven beroept Van der Graaf zich op het voorbeeld van Israëls profeten die in en niet buiten de kerk van de oude bedeling aan de zonde en de afval van het volk geleden hebben. Is dat zo, vraag ik me af. Waren de profeten echt zo wars van scheiden? Als ik bij Jesaja (8) lees: "Ga niet op de weg van dit volk" (vs 11), en: "Bind de getuigenis toe, verzegel de wet onder mijn leerlingen" (vs 16) en: ,;Zie, ik en de kinderen die de HERE mij gegeven heeft..." (vs 18), dan versta ik dat als een begin van gemeentevorming, waar de Almachtige Zelf de aanzet toe gegeven heeft: "Gij zult geen samenzwering noemen alles wat dit volk een samenzwering noemt, en voor hetgeen zij vrezen, zult gij niet vrezen of verschrikken" (vs 12). Ook de Gereformeerde Bond zou de - vrees voor de mensen die jammeren dat zo de solidariteit verbroken wordt, opzij moeten zetten en het niet langer bij woorden moeten laten maar een daad moeten stellen. En inderdaad, dan zullen ze mij niet horen zeggen: kom maar bij ons.
Daarvoor ben ik te zeer onder de indruk van het verschil in houding en traditie tussen hen en ons, die ik trouwens, vooropgesteld dat we het over de hoofdzaak eens zijn, helemaal niet erg vindt.