Is er een derde weg? (3)

1989-08-04
  • Jaargang 33
  • nummer 16
Ik beperk mij voor deze lezing tot een onderdeel van de hermeneutiek van vandaag nl. de vraag wat is er nu eigenlijk aan de hand met de bijbelse geschiedenis? U herinnert zich allemaal wellicht nog de discussie hierover in het dagblad Trouw rond 1 maart waar de bekende N.H. predikant Nico ter Linden de stelling verdedigde bijv. t.a.v. de geboorteverhalen of de hemelvaart "het is niet echt gebeurd - maar het is wel waar". Waartegen destijds al Willem Smouter en nu Spijkerboer en zelfs de nu vrijzinnige A.A. v.d. Meiden ten strijde trokken en zeiden: Maar wordt dan de bijbelse geschiedenis zo niet tot een vroom verhaal met een diepe zin. Kan je het dan nog wel geschiedenis noemen? Is het voor zover het over geschiedenis lijkt te gaan dan geen vroom bedrog? vraagt v.d. Meiden. Recht tegenover ds. Nico ter Linden staat die bijbeluitleg die ik pasgeleden nog tegenkwam in een boek van een dispensationalist A. Luyben, 'Door het oog der profeten', die ieder jaartal, ieder geslachtsregister, iedere geologische aanduiding, iedere beschreven gebeurtenis ziet als een fotografisch verslag van wat toen en daar plaatsvond.
Hij periodiseert de geschiedenis dan ook in 3 x 2000 jaren en danhet millennium als de 7de 1000 jaar de sabbatstijd.

'Fact of fiction?
Is dat de bedoeling van de bijbel om ons informatie te geven over ouderdom, lengte, inhoud en indeling van de geschiedenis van de volkerenwereld?
Zijn de bijbelschrijvers geschiedschrijvers zoals prof. dr. L. de Jong of journalisten à la Van Meekeren met of zonder t.v.-camera? Moeten wij ons tegenover de een die de geschiedenis vervluchtig laten terugwerpen op de ander die ze ziet als historisch exact beschreven?
Wat is eigenlijk bijbelse geschiedenis?
Is het fact of is het fiction?
De houding die wij al van de Reformatoren hebben geleerd is: wat zegt de bijbel hier zelf over? Laat de Schrift allereerst zelf spreken!! Zie Greydanus' 'Schrifbeginselen ter Schriftverklaring'.

Echt gebeurd
A. Het treft mij altijd weer dat wetenschappelijke reuzen zoals prof.dr. G. von Rad zeggen: Het is juist het meest unieke van de bijbel dat de Schrift vertelt over de schepping (bijv.) als geschiedenis. Terwijl de Kanaänieten over de schepping spraken als een mythe bericht ons Genesis wat werkelijk toen en daar gebeurde "durch Jahwehs Offenbarung war Ihm (d.i. Israël W.R.) der Bereich der Geschichte aufgerissen und von da aus musste der Begriff der Schöpfung erst bestimmt werden.
Dass Israenatsächlich diesen Bezug der Schöpfung zu der Heilsgeschichte - und nicht zu einen mythisch verstandenen Gegenwartherzustellen im Stande war, das war theologisch eine grosse Leistung"
(Theologen des A.T. I, S. 150) "Die Schöpfung wird als ein Geschichtswerk, als ein Werk in der Zeitstrecke Jahwehs angesehen". Mit ïhr wird der Prospecte der Geschichte recht eigentlich eröffnet. (S. 152) Wij zouden het nooit zo zeggen als Von Rad doet. Hij spreekt alsof de openbaring een reuzenprestatie van Israël is, maar het is van groot belang dat een man die je niet van fundamentalisme kan beschuldigen opmerkt dat het unieke van de Schrift hierin ligt dat het al vanaf het scheppingsbericht een historisch verhaal vertelt en dat daarin het unieke van de bijbelse openbaring tegenover de mythen van Kanaän en Babel gelegen is.
Zelfs de schepping als aanvang van de geschiedenis wordt als geschiedenis verteld, ja, omdat het echt eens toen en daar heeft plaatsgevonden!

Verworteld in de geschiedenis
Eens, toen en daar, echt - dat zijn woorden die ik wil gebruiken voor heel het O.T. én N.T. In het O.T. de grote daden van God in de Exodus, onder Israël, in en tijdens en na de ballingschap. In het N.T. de verschijning van de Messias Jezus Christus en Zijn werk, Zijn Kruis, Zijn opstanding Lk. 24:40, Zijn wederkomst Openb. 1:7. Het N.T. maakt er een punt van dat het echt gebeurde, vgl. 1 Cor. 15, 1 Joh. 1, 11 Petrus 1, "en elk oog zal hem zien".
Ook in de toekomst zal Hij er zijn, straks, daar en dàn, echt.
Het is van het hoogste belang om deze verworteling in de geschiedenis vast te houden. De gnostiek en het docetisme gaan weer herleven.
Zij zagen deze geschiedenis als een schepping van een lagere godheid en Jezus niet echt als Gods zoon.
Maar nu: dit gezegd hebbend: hoe beschrijft de Schrift de geschiedenis?
De manier waarop de Schrift geschiedenis beschrijft is anders dan prof. L. de Jong dat doet in zijn ... delig werk over de laatste wereldoorlog.
Ik wil proberen de verschillen aan te geven.


Selectief-kerugmatisch
1. de bijbel spreekt selectief-kerugmatisch.
Ik bedoel hiermee dat het de bijbel ergens om gaat. Kerugma betekent boodschap. De bijbel is een liefdesbrief van de levende God aan zijn kinderen, de mensen die Hij zelf schiep maar die zich lieten verleiden …aan hen heeft Hij een boodschap.
Die boodschap bepaalt heel de inhoud van de bijbel. De bijbel laat daarbij heel veel weg wat niet ter zake is maar waar een historicus wel veel belang in zou stellen - bijv. waar bleven de 10 stammen van Israël?, wanneer werd de sabbath ingesteld?, wanneer vond de Exodus plaats?, wat vertelde Lazarus na zijn opstanding?, wat voor verhaal vertelden de wachters bij het graf?, etc. - allemaal heel belangrijke momenten voor een historicus - maar iemand die wil vertellen wat de Here door de Exodus aan Israël heeft willen laten zien, en welke redding er in de opstanding ligt opgesloten, die gaat aan deze details voorbij - of springt er zelfs slordig mee om.

Niet letterlijk
Als ik in Afrika iets vertel over Utrecht dan zeg ik: "een stad van 200.000 inwoners". Dat moet je niet letterlijk nemen want het ging dáár niet om. Dit betekent dat details kunnen worden verwaarloosd, en wij geen antwoord krijgen op de vraag of er nu 1 of 2 blinden zaten bij de uitvals- of invalsweg van Jericho,(Lk. 18:35 - Mt. 20:29,30) en of er nu één of 2 ezels waren bij de intocht (Mt. 21:2 ezelin + veulen; Lk. 19:30 = veulen). Ook wordt onze nieuwsgierigheid niet bevredigd bijv. hoe de Here nu met Abraham sprak. De Schrift is gezaghebbend in wat het te zeggen heeft: Gods reddend handelen in de geschiedenis ten behoeve van ons, maar dit gezag strekt zich niet uit over wat de Schrift niet heeft willen zeggen, bijv. over accuraatheid van afstanden, jaartallen, getallen en zeggingswijzen. De bijbel is geen tekstboek voor geschiedenis of geologie of biologie. Het bevat alles, - wat nodig is om behouden te worden, zegt art. 7 NGB "al wat de mens moet geloven om behouden te worden wordt daar genoegzaam geleerd ..."

Wel betrouwbaar niet nauwkeurig
Dat betekent niet dat de bijbel over feiten, plaats en jaartallen onzin zegt, maar wel, dat deze vaak bij benadering worden benoemd.
Kortom: wel betrouwbaar doch niet nauwkeurig. Het gaat om wat daar eigenlijk gebeurde bijv. bij de uitzending van de 70. Of Jezus nu wel of niet opdroeg om een staf mee te nemen zal wel nooit iemand met zekerheid uit de Evangeliën kunnen afleiden. In Mt. 10:10 lezen wij dat zij er niet een moesten meenemen (heeft Mattheus hier gedacht aan de staf als stok om je provisie aan op te hangen?). In Mk. 6:8 zegt Jezus dat zij juist wel een staf moesten meenemen en waarschijnlijk zal Markus wel aan een staf als symbool van armoede gedacht hebben.
Zulke voorbeelden zijn er wel meer te vinden. Ook de vorm waarin woorden en toespraken van Jezus zijn overgeleverd zijn gecreëerd door de evangelisten. Zie de bergrede. Citaten uit het O.T. worden naar hun strekking geciteerd, niet naar de letterlijke tekst.
De volgorde van de gebeurtenissen wordt steeds anders verteld. Vgl. Mt. 8 en 9 met andere Evangeliën. Kortom de bijbel is betrouwbaar in inhoud en tegelijk slechts benaderend exact in de details.
Dat noem ik selectief kerugmatisch.
Eigentijdse uitdrukkingsvormen
Het 2e principe: De Schrift kan zomaar ineens eigentijdse uitdrukkingsvormen overnemen die op het eerste gezicht aardrijkskundig lijken - maar eigenlijk allereerst een religieuze kwalificatie inhouden (H. de Jong) bijv. Ps. 48:3 "de berg Sion ver in het noorden".
In de religies van de omringende volkeren lag de godenberg ver in het Noorden.
Mt. 24:29: de maan wordt verduisterd: is dat het einde van de wereld?
Jes. 13:14 laat zien dat het een teken is van gericht. Ik noem ook de getallensymboliek, Daar zitten eigentijdse betekenissen achter die wij niet altijd meer kunnen achterhalen!
Het 3e principe: Retro- en prospectief worden de lijnen verlengd (D. Holwerda).
Zie Abram die volgens Hebr. 11:10 het hemels Jeruzalem zocht. Jezus Christus is de hoeksteen in het gebouw van de kerk dat al met de profeten begon, Ef. 2:20. Abel wordt de eerste van de profeten genoemd.
Zijn bloed wordt ook aan Israël gewroken, Mt. 23:35, vgl. Op. 6:9.
Mag men het ook zo als retrospectief verlengen zien dat Noach al reine en onreine dieren in de ark onderscheidde? en Jahweh al in Gen. 2:4 Jahweh wordt genoemd terwijl Hij die naam pas in Ex. 3:14 aan Zichzelf geeft?
Stefanus kent aan Mozes al een goddelijke roeping toe toen hij nog aan het hof in Egypte was, Hand. 7:25.
Kennelijk kenden de bijbelschrijvers zichzelf een vrijheid toe omlijnen vanuit het heden naar het verleden toe door te trekken en omgekeerd lijnen vanuit het heden naar de toekomst toe aan te zetten. Zo beschrijft Jesaja de toekomst als een eeuwige sabbat (Jes. 66:23) en schildert Ezechiël in Ez. 40-45 het Rijk in de kleuren van de tempeldienst.

Stamvader en volk inéén
Het 4e principe: Vaak worden sternvader en volk inééngeschoven. In Hebr. 7:9,10 lezen Wij over Levi in de lendenen van Abram, vgl. Richt. 1:3: "Toen zei Juda tegen zijn broer Simon". In Maleachi1 gaat het over Jacob en Ezau: Het wordt in Rom. 9 aangehaald. Ook al staan er persoonsnamen, het zijn volkeren.
Werpt dit licht op Henoch en de voorvaderen in Genesis 5? Is hier sprake van 'corporate personalities'?

Profetisch- symbolisch
Als ik tenslotte spreek over een 5e principe, betekent dit niet dat er hier nog veel meer regels zijn die het eigene van de bijbelse geschiedschrijving zouden kunnen aangeven.
Alleen: deze vijf zijn bij mij bovengekomen na een studiedag enige tijd geleden, waaraan m.n. prof. D. Holwerda een grote bijdrage leverde, waar ik hier ijverig uit put. De geschiedenis wordt profetisch symbolisch belicht. Dit is heel duidelijk in de 3 keer 14 geslachten van Mt. 1.
Maar het duidelijkste voorbeeld ontleen ik aan PS. 18: Niemand heeft natuurlijk fotografisch kunnen vastleggen dat er gedurende Davids oorlog een Goddelijke interventie was die zelfs de grondvesten der aarde blootlegde! Bij het historisch verslag van 1 Sam: 18-26 wordt hiervan geen melding gemaakt; maar David heeft het in profetische belichting met alle delen die erbij horen zo gezien als hij beschrijft in Ps. 18 en zo was het ook - en toch was het niet zo. Zo was het ten diepste. Zo was het niet voor een camera van de t.v. Als ik, wat echt gebeurd is, vereenzelvig met wat een t.v.-camera registreert dan was het niet echt gebeurd. Als dit het is wat ds. Nico ter Linden bedoelt, val ik hem bij, maar de foute gedachtegang ligt hier juist op het punt van die gelijkstelling.
Is het echt zo dat alleen wat een camera registreert echt gebeurt?
Er gebeurt bij iedere ontmoeting tussen mensen en mensen en mens en dier en mens en ding veel meer dan de camera registreert.
Profetische belichting is niet een subjectieve belichting van objectieve feiten, maar het is weergave van de diepere zin van dat wat objectief gebeurt. Vergeef mij het plastische beeld, het is geen saus over de maaltijd die wij er over gieten, maar de geur, die opstijgt uit de maaltijd, een geur waarvoor je je neus kan dichtknijpen, en een geur waarvoor de Geest van God ons open kan maken en waarvan Hij ons kan doen genieten, maar het is in géén geval een geur die wij uit onszelf laten opkomen. 'Hier ligt het ongelijk van ds. Nico ter Linden (als hij dàt meent...). Hier ligt heel subtiel een waterscheiding. Wij moeten niet meegaan met die valse onderscheiding tussen feit en interpretatie - de een 'objectief' en de ander 'subjectief' - saus en geur. Trouw zijn aan de Schrift komt vandaag' uit in het eraan vasthouden dat die subjectieve interpretatie objectief is! Terwijl wij tegelijk heel onkrari1pachtig kunnen toegeven, dat de kern van wat daar gebeurde toen David oorlog voerde, niet objectief fotografeerbaar was.

Derde weg
Al lijkt dit ingewikkeld, toch is dit laatste punt heel belangrijk voor het, afbakenen van de derde weg waar wij voor staan. Deze derde weg is er één die tegenover het fundamentalisme echt ingaat op de vragen naar, de historiciteit van wat er gebeurd is, "inderdaad, zeggen wij: het waren geen journalistieke verslagen ..", maar tegelijkertijd houden wij t.o. de schriftkritiek vol dat wat ons verteld wordt ook in Ps. 18 en Mt. 1 echt gebeurd is en reële geschiedenis beschrijft, zelfs zó, dat wij juist door die profetische beschrijvingswijze pas doorkrijgen wat er eigenlijk gebeurd is ... en vooral oor deze beschrijvingswijze worden aangesproken tot in de 20e eeuw. Wat daar gebeurde, raakt mij - wat daar en toen plaatsvond is mijn geschiedenis!
In dat alles gaat het erom: het grote wonder te beschrijven dat de Here als de levende God - boven tijd en ruimte verheven.- handelt door Israël in Christus, voor de gemeente in onze geschiedenis: richtend, reddend, bevrijdend en toekomstopenend - en het wordt zó beschreven dat het een appèl doet op ons die ervan horen en dat het ons erin betrekt - en daarin ligt de herscheppende kracht van de Geest door het Woord.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief