Een vergeten refonnator

1989-08-04
  • Jaargang 33
  • nummer 16
N.a.v. dr. B.J. v.d. Walt, 'Antheunis Janse van Biggekerke', Potchefstroom, 1989

Zelden heeft een boekje van 35 bladzijden zoveel bij mij overhoop gehaaid; zelden zag ik in zo'n kort bestek zoveel belangrijks vermeld: hoe Gods Geest door nietige mensen wil werken. Halleluja! En ook hoeveel verzet de 'wereld' - maar dan de wereld in de kerk - daar tegen aantekent.
De heer A. Janse, eens schoolmeester te Biggekerke, een der meest omstreden figuren in de Gereformeerde Kerken, wordt door een Afrikaans hoogleraar 'morgenster' van een 20e eeuwse reformatie' genoemd. Daar ook onder ons steeds verschillend wordt gedachten geoordeeld - over deze geleerde-in-het-koninkrijk-Gods, wil ik graag uw aandacht vragen voor deze broeder.
Ik beloof u plechtig, dat het verhaal boeiender is dan een roman.

Kerkelijke dorheid
Wie zich de jaren twintig en dertig kan herinneren weet, dat de kerken leden aan twee tegenstrijdige kwalen.
Enerzijds was er de theologie, koningin der wetenschappen genoemd, die het levende Evangelie had doodgepreekt tot dorre begrippen.
Aan de andere kant grepen zij die dit gevaar inzagen naar het tegenovergestelde; de 'bevindelijkheid': het zoeken in eigen hart, of er smeulende sintels van: Gods heilswerk gevonden mochten worden. Deze twee kwalen waren de vorige eeuw al in de Hervormde Kerk gesignaleerd, maar wisten ondanks Afscheiding en Doleantie onze kerkgrenzen te overschrijden. De theologie had de zaligmakende plaats van het Evangelie ingenomen; de bevindelijke vroomheid tastte naar geloofszekerheid in eigen hart, in plaats van in de Schrift. De Gereformeerde Kerken dreigden aan deze afgoden ten onder te gaan.

Reformatie
Een der eersten die de hachelijke toestand doorzagen was A. Janse.
Hij was de enige niet: ds S.G. de Graaf preekte zijn Amsterdamse hoorders wakker met 'Vuur op de aarde' en 'Een profeet den volken'.
In 1918 kwam dr. D.H.Th. Vollenhoven als predikant naar Oostkapelle, vlak bij Biggekerke. Hij was gepromoveerd in de wijsbegeerte en zelfs zijn promotor Geesink kon hem niet altijd volgen. Maar meester Janse begon het gesprek, begreep hem; in hetzelfde jaar publiceerden ze samen 'De activiteit der ziel bij het rekenonderwijs'. Ze werden vrienden voor het leven.
Van Vollenhoven naar dr. H. Dooyeweerd is een kleine stap; van 'V&D' naar dr. S.U. Zuidema, naar dr. K.J.
Popma en dr. A. Troost - het zijn nu allemaal bekende schakels. Maar schakels die op A..Janse teruggrijpen: in 1960 schreef Vollenhoven "niemand kon als A. Janse de schatten van het Woord, ontdaan van het stof der scholastiek, zo laten schitteren voor hen, die bij de Schrift willen leven". Dr. K.J, Popma in 1963: "hij was de enige, die de integrale eenheid van de menselijke natuur volkomen duidelijk onder woorden gebracht heeft". Vollenhoven erkende in 1972 dat de antropologie van Janse juist was geweest, hij stond daar nu geheel achter. Dr. A. Troost noemde zich al leerling van Janse, eer hij met Vollenhoven en Dooyeweerd had kennis gemaakt. En we mogen dankbaar de namen toevoegen van dr. S. Greydanus, dr. K. Sietsma, dr. K. Schilder, prof. C. Veen hof en vele anderen, die tot de reformatie der gereformeerde kerken hebben bijgedragen.

Wie was A. Janse eigenlijk?
Een Zeeuwse boerenzoon uit een hugenotenfamilie in Noord Frankrijk, jong wees, met nauwelijks lager onderwijs. Maar een jongeman, die zo gedreven werd door leeshonger en vooral honger naar het Woord, dat hij op zijn dertiende al Biestervelds 'Het echt menselijke' verslond, zijn kennis op de knapenvereniging opdeed en met zijn beter bedeelde vriendjes alle door hen geleende bibliotheekboeken meelas. Een tengere zachtaardige man - maar iemand die gezag kreeg door de enorme Schriftkennis, die hem wijsheid schonk.
Op zijn 17e zorgde een oom dat Janse een onderwijzersopleiding kreeg. Antheunis had veel achterstallige kennis in te halen, maar stond op zijn 20e voor de klas te Schoondijke. Na militaire dienst (waarin hij het Duits even meenam) kwam hij in 1918 als hoofd van een tweemansschool te Biggekerke, waar hij bijna 25 jaar bleef. Hij stond daar bekend als een kundig en geliefd onderwijzer. Ds G. Visee vertelde me eens, dat hij daar een godsdienstles had bijgewoond. A.J. zei tegen de klas: we spreken vandaag over de tempelbouw, wie weet een psalm die bij dat onderwerp hoort? Allen wisten: 'de steen die door de tempelbouwers ...' Maar diverse kinderen wisten waar A.J. eigenlijk op doelde: psalm 132! En die werd gezongen, eer Janse aan zijn boeiend verhaal begon. (Kent u psalm 132?) Behalve zijn oorspronkelijke visie op het lager onderwijs, dat hij met hart en ziel diende, gaf hij zijn tijd en arbeid aan het kerkelijke, sociale en politieke leven. Zijn vruchtbare pen bleef tientallen jaren vloeien: tal van boeken, meest bundelingen van losse artikelen, verschenen van zijn hand.
Maar ook wie nog niet aan het lezen van zijn boeken toekwam begreep, dat A. Janse iets belangrijks kwam brengen. Met de valse mystiek had hij in 1926 in zijn 'Lourens Ingelse' afgerekend; met de scholastiek deed. hij hetzelfde in zijn 'Van de rechtvaardigen' en 'Leven in het Verbond'. In 1929 - toen dr. K. Schilder' nog juichte over Kart Barth als een nieuw opgestane Profeet - hield Janse zijn lezing voor Kamper en Amsterdamse studenten: 'Karl Barth ende waarheid', (Schilder is hem daar later in gevolgd.) Over de plaats van de vrouw in de wereldgeschiedenis publiceerde hij in 1923 'Eva's Dochteren'. (Onlangs verklapte ds Kranenburg in dit blad, dat 'Eva's Dochteren' op zijn nachtkastje had gelegen. Dat herinnerde me aan de tijd, waarin mijn vrouw naïef verklaarde: mijn man slaapt direct, die gaat met Eva's Dochteren naar bed. Waarmee niet gezegd wil zijn dat Janse's boeken slaapverwekkend zijn - maar wel dat ze een goede aanloop geven tot een slaap, waarin zelfs onze nieren ons onderwijzen, naar psalm 16.).
Nu heb ik maar enkele titels genoemd, maar zijn complete bibliografie, artikelen, lezingen en boeken, beslaat 25 getypte vellen. Onbegrijpelijk dat 1 man zoveel reformatorische wijsheid kan publiceren. Hij was gezaghebbend en vernieuwend in zijn vak, onderwijs en opvoedkunde, (stond eenmaal op de nominatie voor een hoogleraarsfunctie) maar evenzeer in de kerkgeschiedenis, de vaderlandse geschiedenis, de bijbelstudie, evenzeer op politiek terrein, wist meer dan voldoende van dogmatiek en was de baanbreker voor de in 1936 opgerichte Vereniging voor Calvinistische Wijsbegeerte.
Hij zorgde voor landelijke populaire cursussen en ik herinner me de pakkende lezingen van Veenhof in zijn Haarlemse tijd: het christendom is niet voor de religie en de zondag alleen - Christus beheerst ons totale leven!

Weerstanden
Vanzelfsprekend dat een nederige, onaanzienlijke man uit Zeeland weerstanden opriep. In het gereformeerde standenstelsel van zijn dagen kwam van de gereformeerde bovenlaag een verguizing, die een kleinmoedig mens tot zwijgen zou brengen. Schrijvende over de onverbrekelijke eenheid van de mens (die officieel nog gezien werd als bestaande uit een ziel plus een vergankelijke kerker) riep hij modder en mest over zich heen. "Waarheden, zelfs door heidenen aanvaard, worden door A. Janse ontkend", kreunde De Heraut. Mevrouw H. Kuyper-van Oordt kefte: hij spreekt over de Griekse filosofie, niet wetend dat er wel een dozijn filosofieën . te onderscheiden zijn; wat wil een agressief mannetje uit Biggekerke, zonder titels of graden, ons eigenlijk leren? - Het was dr. K.J. Popma, die de schrijfster vriendelijk terecht hielp: waar u, mevrouw, nog verschillen ziet, grijpt A.J. terecht naar datgene wat alle Griekse scholen gemeen hebben; bovendien is uw woord 'agressief' verwant met a gredere = ervan weglopen; beter kunt u schrijven aggressief, verwant met ag gredere = er op af komen.
Mag ik met mijn paar graden u dit even bijbrengen? (lk herinner me dit uit het hoofd, na 50 jaar.) En het was dr. H.H. Kuyper, die een herdruk van Janse's 'De mens ais levende ziel' recenseerde met: 'herhalingsoefeningen in geaccidenteerd terrein'. Gemener kon het niet. Maar ondanks een groeiende kring van 'leerlingen', die een reformatie van ons totale gereformeerde leven zagen ontluiken, kregen de tegenstanders de macht. Dr. V. Hepp nam in zijn 'Dreigende Deformatie'-reeks A. Janse op de korrel. Ook in de kerkelijke pers werd Janse allerminst gespaard.
Hoge bomen vangen veel wind. Wie het Woord laat spreken krijgt het kruis van Christus mee. Het scheldwoord 'Jansenist' moest zijn leerlingen ontmoedigen of doodverven; een stom woord, want het Jansenisme bestond al sinds 1675 en betekende iets heel anders.

Aftakeling
Waren Janse's eerste 30 jaren die van studie en groei, de volgende 20 van mateloze productie - zijn laatste 2Ójaren stonden in het teken van aftakeling. In 1939 begon hij te lijden aan de Parkinsonziekte, die hem langzamerhand het bewegen, het' schrijven en tenslotte het spreken benam. Ik herinner me een ontmoeting, waarin alleen zijn vrouw de gelispelde woorden kon verstaan en doorgeven. In 1942 moest hij, gedwongen geëvacueerd, ontslag nemen bij zijn geliefde school en vertrok naar Breda.
Op zijn ontslagbrief was het woord 'eervol' doorgehaald - door zijn gereformeerde broeders. Hij kreeg ook geen attestatie mee naar Breda, de eerste vrijgemaakte kerk van ons land.
Janse werd namelijk verdacht te heulen met de Duitse bezetter en hier concentreerde,alle duivelse verzet zich op. Hij, die als een der eersten de Nederlandse NSB en de Duitse Nazismus had ontmaskerd; die personen als Hitier, Mussolini, Ghandi, Lenin, Kant, Hegel en Dostojewski had doorgelicht en geanalyseerd; die moedig alle politieke vragen in oorlogstijd vanuit de Schrift beantwoordde: heette Deutschfreundlich! Na de oorlog is hij gearresteerd (door gereformeerde broeders), gehoond door het gepeupel en drie maanden gevangen gehouden, zelfs zonder bril en bijbel. Als Jeremia, als Paulus.
Daarna werd hij vrijgesproken, verloor voor enkele jaren het kiesrecht, maar- mocht zijn koninklijke onderscheiding uit 1931 behouden: Waarom dan die beschuldiging?
Janse zag in de hoogmoedige verzetshouding van Nederlanders dezelfde afgoderij en onbekeerlijkheid, die de Duitsers bezielde. Hij vroeg, als Jeremia, onderwerping aan Gods straffende hand. Hij kreeg, als Jeremia, de naam van landverrader.
Hij droeg de smaad van Christus, maar leed er onder en bad voor ons land, voor de overheid, voor de hem zo dierbare gereformeerde kerken.
De Vrijmaking van 1944 was mede vrucht van zijn arbeid - al zou Janse nooit van ware en valse kerk spreken, nooit de zaken op de spits drijven.
In die jaren - en ook al in 1934- had ik enige correspondentie met hem; ik werd getroffen door zijn voorname nederigheid en vriendelijke terechtwijzing - uit het Woord natuurlijk. Ook trof ik, een aantal brieven aan van de jonge Janse, gericht tot mijn grootvader H. Milo, wiens gedachten 'hij in 'De School met de Bijbel' was tegengekomen.

Mij heeft hij geleerd, de Bijbel te lezen, en menselijke wetenschap in de gaten te houden.

Calvinistische Wijsbegeerde
Het viel de Zuidafrikaanse schrijver dr. V.d. Walt op, dat Janse (die volgens Vollenhoven en Dooyeweerd de vader van de Calvinistische Wijsbegeerte was) in zijn vereniging langzaamaan schijnt te zijn vergeten.
Bij het 25-jarig bestaan in 1961 werd zijn naam terloops 2 x bij Vollenhoven genoemd, hoewel hij (Vlak na zijn dood in 1960) waarlijk wel een In Memoriam verdiende. Ook in 1986 bij het 50-jarig jubileum van deze Vereniging - nog wel onder het thema 'Antropologie in Christelijk perspectief' - werd Janse, die dit thema in 1923 had ingezet, vergeten.
En dat terwijl 'V&D' hun belofte voor .een Chr. Antropologie nimmer zijn nagekomen, terwijl A.J. drie werken erover schreef. Ik kan niet alles controleren, maar geef de opmerking van dr. V.d. Walt gaarne door.
Janse zag de Schriftuurlijke eenheid van de mens-als-Ievende-ziel (zie Gen. 2:7) toen heel de gereformeerde wetenschap in het spoor van Voetius nog het heidense dualisme nasprak. Zie voor dat dualisme bijvoorbeeld Zd 22 HC, waar ik op aansporing van ds G. Visee zowel achter 'mijn ziel' als achter 'mijn vlees' de woorden' = ik-zelf' heb bijgeschreven. Maar raken aan de letter van de belijdenis is hachelijk.
Ik heb zijn begrafenis bijgewoond, meegetroond door vrienden Jager en Veen hof. Ds B. Telder sprak uit Daniël 12:3 over de verstandigen, die zullen stralen als sterren. Op zijn grafsteen staat Hab. 3:2 "Uw werk, Heere, behoud dat in het leven". Om nooit te.vergeten. "Sonder sy moeisame en ook miskende en seis belasterde werk zou baie van ons seis van dag dalk nog ultqetewer gewees het aan sulke onsalige, onbybelse idees oor die mens", zo vat V.d. Walt zijn kostelijk boekje samen. Laten wij vandaag, die precies weten te.
zeggen wat Zuid-Afrika fout doet en deed, ons eens iets laten gezeggen vanuit dat gesmade land. En laten we eens aanwerken op een complete en waardige biografie van Antheunis Janse, morgenster van de 20e eeuwse reformatie.

(Het boekje is verkrijgbaar bij dr. B.J. V.d. Walt, Universiteit Potchefstroom Z.A., franco à 5 Z.A. Rand.)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief