Persschouw
1989-08-14
Wat ik zeggen wilde…- Jaargang 33
- nummer 17
In de boekenkast bij mijn dochter in Ingelheim waar ik laatst een paar dagen was, vond ik een prachtig boekje dat ze in de Evangelische Kirche van Ingelheim gebruiken bij groepsgesprekken zowel met jongeren als met volwassenen.
Er stonden allemaal pakkende verhaaltjes in aan de hand waarvan dan een gesprek werd gehouden. Eén verhaaltje vond ik zo veelzeggend, dat ik het graag aan u door wil geven.
Er was een oude, vrome rabbi, die elke dag naar de synagoge ging.
Dagelijks boog hij zich daar in ernstig gebed voor God. Hij werd alom zeer geacht om zijn grote geloof. Op een dag zei hij. in zijn gebed tot God: o eeuwige, dagelijks kom ik in Uw huis. Het zou voor mij de heerlijkste dag van mijn leven betekenen wanneer U een keer mijn nederige woning zou willen betreden.
En God antwoordde de rabbi: morgen kom Ik. Opgewonden en blij ging de rabbi naar huis en nog diezelfde dag keerde hij zijn huis met bezemen, want alles moest glimmen en blinken. Die nacht kon hij bijna niet slapen. Hij stond al vroeg op en ging allerlei dingen in orde maken voor de maaltijd. Binnen korte tijd rook het heerlijk in zijn huis naar het eten dat hij klaar maakte. Door die heerlijke lucht aangetrokken stapte een buurjongetje binnen en met grote, begerige ogen keek het kind naar de heerlijke honingkoeken die de rabbi bakte. De rabbi echter stuurde het kind weg en zei: lieve jongen, ik verwacht vandaag hoog bezoek en nu moet je me niet voor de voeten lopen, want ik heb nu echt geen tijd voor je. Kom morgen maar weer langs. Er blijft vast wel wat over.
De morgen verstreek. In het begin van de middag werd er geklopt. Er stond een bedelaar aan de deur. De rabbi zei: goede man, vandaag schikt het mij niet. Ik verwacht hoog bezoek. Ik ben te druk. Kom morgen maar weer, dan zal ik je wat geven.
Een groot deel van de middag was al verstreken toen een buurman aanklopte.
Hij vertelde de rabbi, dat hij moeilijkheden had en om raad verlegen was. De rabbi zei: goede vriend, het schikt mij heden niet hoezeer het mij ook spijt. Ik verwacht echter hoog bezoek, maar kom morgen gerust bij mij en dan zullen wij uw moeilijkheden bespreken en wanneer het in mijn macht is zal ik u zeker helpen.
Het werd avond en heel laat, maar God verscheen niet. Moe en teleurgesteld ging de rabbi naar bed en evenals de vorige nacht sliep hij slecht.
Hij ging de volgende morgen al vroeg naar de synagoge. Bijna verwijtend klonk zijn stem toen hij zei: 0 Eeuwige ik heb gisteren de gehele dag tevergeefs op U gewacht.
Waarom bent U niet gekomen, want U had het mij toch beloofd.
Toen antwoordde God: Ik was gisteren tot driemaal toe bij je, maar je hebt Mij niet herkend.
Wat ik zeggen wilde ...
Herkennen wij Hem wel?
Dit stuk troffen wij aan in het: 'Gereformeerd Kerkblad voor Drenthe en Overijssel (eindredakteur: ds. D.H.
Borgers te Den Ham)'. De geciteerde bijdrage is van de hand van ds. S. Landheer, die in bovengenoemde rubriek regelmatig ingaat op allerlei aktuele vragen. Dit artikel spreekt eigenlijk voor zichzelf. Hoe dikwijls blijven wij met onze vroomheid niet in allerlei prachtige theorieën hangen! Dogmatisch zal het dan allemaal wel kloppen als een bus, maar aan het in praktijk brengen komen wij niet toe. Wij staan onszelf in de weg als 't erom gaat de gelovige verbondenheid met de Here handen en voeten te geven ten opzichte van anderen, die Hij juist op onze weg plaatst. Wij zien aan hen en aan onze opdracht voorbij. Het is goed hier de bekende gelijkenis van de barmhartige Samaritaan naast te leggen (Lucas 10:25-37). De priester en de Leviet lieten verstek gaan tegenover de uitgeschudde, halfdode reiziger, die aan de kant van de weg lag. Zij liepen in een behoedzaam boogje om de stakker heen. Een theologie, die versteend is, funktioneert immers niet meer.
Maar de barmhartige Samaritaan toonde een orgaan te hebben voor de taak van dienstverlening aan de naaste in nood. Hij bewees metterdaad barmhartigheid! En Jezus zei tegen de wetgeleerde, die opgestaan was om Hem te verzoeken: "Ga heen, doe gij evenzo".