Afrikaans platteland gebaat met werk van bijbelvertalers

1989-09-01
  • Jaargang 33
  • nummer 18
Uit ons dagelijks leven is het gedrukte woord niet meer weg te denken: Je leest de krant, Je koopt een boek, bestudeert de gebruiksaanwijzing bij apparaten, bij anderstalige tv-uitzendingen is er ondertiteling.
Wat wordt er in een relatief klein taalgebied als Nederland een onvoorstelbare hoeveelheid gedrukt materiaal uitgegeven!

Dat ligt wel even anders in bijvoorbeeld West-Afrika. Op het platteland is het percentage analfabeten 93 tot 99 procent van de bevolking. En áls mensen al lezen en schrijven geleerd hebben, is dat in de meeste gevallen niet in hun moedertaal maar in bijvoorbeeld Frans of Engels.
Ondanks alle inspanningen zullen er volgens een schatting van de UNESCO (de organisatie van onderwijs, wetenschap en cultuur van de Verenigde Naties) in de volgende eeuw 954 miljoen analfabeten zijn over de hele wereld.
Twee vertalers voor de Wycliffe-organisatie, Ruud en Conny Hidden-Wesdijk, waren de afgelopen zomer met hun 3 kinderen met verlof in Barendrecht. Ze zijn inmiddels weer vertrokken naar Burkina Faso, het vroegere Opper-Volta in West-Afrika.
Het land telt 7 miljoen inwoners en is 6 keer zo groot als Nederland.

Werken onder de Bissa's
Het opzetten van een alfabetiseringsprogramma was een van de eerste taken van Ruud en Conny Hidden, toen ze in 1979 onder de vlag van de internationale Wycliffe-organisatie in Burkina Faso in het Bissa-gebied gingen wonen en werken. Burkina Faso is een Sahelland, één van de regelmatig door droogte geteisterde landen ten zuiden van de Sahara. De Sahel kwam vooral in het begin van de jaren zeventig regelmatig in het nieuws door de grote droogte die het leven kostte aan vele mensen en dieren. Ook de Bissa-streek heeft hiervan te lijden gehad. De Bissa's wonen in een gebied dat- half zo groot is als Nederland, in het zuiden van Burkina Faso bij de grens met Ghana. De beelden van daar verschillen niet veel met die van de rest van het land: agrarische dorpsgemeenschappen die van de opbrengst van de schaarser wordende en aan erosie onderhevige bouwgrond moeten leven. Er worden voornamelijk gierst, maïs en pinda's verbouwd.

Nadeel
Waarom een alfabetiseringsprogramma in een gebied metarmoede, ondervoeding, dreigende hongersnood? Leren lezen brengt toch geen brood opde plank? Ruud Hidden: "Er bestaat een heel duidelijk verband tussen onderontwikkeling en analfabetisme. Net zo goed als iemand in Nederland die niet kan lezen en schrijven 'gehandicapt' is in het dagelijks leven, is iemand in de Derde Wereld dat. Ook al is er in Afrika een praatcultuur en is het gesproken woord veel en veel belangrijker dan hier, iemand uit de dorpen die niet kan lezen en schrijven is heel duidelijk in het nadeel ten opzichte van hen die dat wel kunnen."
Hiermee hangt samen dat anderen geen al te hoge dunk hebben van analfabeten, en zij op hun beurt ook niet van zichzelf. In de traditionele culturen speelde dat uiteraard geen rol en waren andere (en belangrijkere) waarden doorslaggevend, maar in de ook in Burkina snel veranderende samenleving is alfabetisering een 'must'. De huidige regering onderkent dit en geeft hoge prioriteit aan het onderwijs in minderheidstalen.

Een taal leren
Hoe leer je zo'n taal? Niet uit boeken dus, want die zijn er niet. De enige manier is om er te gaan wonen en het woord voor woord te leren. Na verloop van tijd kon een alfabet samengesteld worden en het begin van een lees- en schrijfprogramma. Dat is altijd in nauwe samenwerking gegaan met Bissa leraren, voornamelijk uit het landbouwonderwijs.
Die moesten aanvankelijk in het Frans werken en hadden daarbij matig succes. Sinds 1980 staat de lokale taal op het programma en de leraren zijn erg enthousiast om verder onderwijs helemaal in Bissa te doen plaatsvinden. Overal worden nu lees- en schrijfcursussen gegeven voor verschillende doelgroepen als vrouwen, boeren, in kerken enz.
Een stap verder gaan de Schrijverscursussen, waar mensen die in de afgelopen jaren hebben leren lezen en schrijven zelf creatief schrijven in hun taal. Ruud en Conny zijn daarbij, uiteraard alleen technisch adviseurs.
De eigen cultuur van de Bissa's is rijk en gevarieerd genoeg om stof te leveren voor vele bundels en boeken, en die beginnen nu ook te komen: volksverhalen, liederenbundels, poëzie en spreekwoorden.

Zelfbewustzijn
Is alfabetisering de hoofdtaak van Ruud en Conny? "Hoewel we zeker de eerste jaren de meeste tijd en aandacht hebben gegeven aan taalanalyse en alfabetisering is onze eerste taak Bijbelvertaling," vertelt Ruud. "De Bissa-christenen zien daar allang naar uit en we hopen er in de komende jaren flink mee te vorderen. Tot nu toe zijn het Evangelie van Markus,enkele verhalen en liederenbundels vertaald. Het Bissa is als taal totaal verschillend van de naburige talen. Maar het is nooit op schrift gesteld. Daarom moet men in de zondagse diensten, noodgedwongen gebruik maken van andere talen die maar door enkelen in de kerk verstaan worden: er wordt bijvoorbeeld vaak in drie talen gepreekt, Frans, Moore en Bissa, dat dan voor de vuist weg vertaald wordt. Een, heel onbevredigende situatie, omdat zowel het Frans als het Moore voor' hen vreemde talen zijn. Er is, ook in de kerken, een groeiend zelfbewustzijn, zo van: wij, en ook onze taal, mogen er zijn!
Kunnen de Bissa-mensen zelf daarom die vertaling niet doen?
Ruud: "We hopen dat binnen een aantal jaren inderdaad een team van Bissamensen de vertaling zal overnemen en afmaken. Daar werken we ook helemaal naar toe, door middel van cursussen in exegese, vertaaltechnieken en het opzetten van een systeem waarin de vertaalde stukken in de kerken getest en gecorrigeerd kunnen worden. Dat kader bestond echter niet toen we kwamen en op dat gebied hebben we een aandeel mogen leveren. Het is duidelijk dat een geboren Bissa een betere vertaling zal leveren dan buitenlanders zoals wij." Een Bissa vertaler, Pascal, werkt nu full-time met Ruud aan de vertaling en ze hopen dit jaar een tweede vertaler erbij te krijgen.

Verrijking
Ruud en Conny hebben drie kinderen.
Een Nederlands gezin dus in de Afrikaanse savannen: hoe gaat dat met de opvoeding van de kinderen?
Conny: "Wat de scholing betreft: de afgelopen drie jaren heb ik de oudste twee kinderen (10 en 8 jaar) zelf les gegeven met behulp van de zogeheten Wereldschool, een correspondentie-cursus speciaal voor kinderen in het buitenland, die goed aansluit op het Nederlandse onderwijs.
Dat blijkt wel nu ze hier op een Barendrechtse school zitten. Verder is het leven in een Afrikaans dorp natuurlijk heel anders, moeilijk vaak vanwege het veel hardere bestaan van de mensen om ons heen. De problemen waar een Nederlands kind hoogstens via de televisie mee geconfronteerd wordt, zaten bij ons als het ware op de stoep! Aan de ander kant was het ook een verrijking van ons leven. Het is wel eens goed je te realiseren, dat er prima televen valt zonder televisie en andere Westerse gemakken die hier zo gauw onmisbaar lijken. Een huishouden in een dorp zonder supermarkten, elektriciteit en stromend water loopt wel wat anders. Vervreemding van de natuur is er op dat gebied niet bij: water komt uit een put, groenten en graan van hetland en warmte en brandstof van sprokkelhout.
Zo trokken Clarieke, Harm-Jan en Jiska daar op met de Bissa-kinderen waarvan het merendeel niet naar school gaat. Harm-Jan ging op jacht met de jongens. Clarieke haalde met de meisjes water bij de pomp, ging mee naar het bouwland enzovoort."

Op eigen benen staan
"Ook al blijven we altijd een beetje vreemdelingen", vervolgt Conny, "we mochten toch in veel opzichten lief en leed met de mensen om ons heen delen en we proberen ook daarin de voetstappen te volgen van Christus. Het is waar: aan directe armoedebestrijding kunnen we vaak niet veel doen. Maar op de achtergrond van ons denken is de stellige overtuiging en hoop dat ons aandeel in dit geheel meewerkt aan de emancipatie van een volk, in dit geval het Bissa-volk in Burkina Faso. Het bijbelwoord 'sta 'op en wandel' is voor ons in dit verband ook van toepassing op een heel volk.
Het werd gezegd tegen een mandie totaal verlamd was, gedoemd tot nietsdoen en overgeleverd aan de genade en liefdadigheid van zijn omgeving. Geen situatie om jaloers op te zijn. En in veel opzichten, de oorzaken daarvan laten we hierbij even buiten beschouwing - daar kun je genoeg over lezen - verkeren derde wereld landen in deze situatie.
Cultureel en maatschappelijk op eigen benen staan, en vooruit gaan, is ook een uitwerking van het Evangelie."

Wat doet Wycliffe?
- De Wycliffe Bijbelvertalers werken vanouds in minderheidstalen waarin tot dusverre weinig of niets op schrift staat. Taalanalyse, beschrijvingen van onder meer de grammatica, bijbelvertaling en alfabetisering zijn het specialisme van deze internationale organisatie. Medewerkers ontvangen hun opleiding zowel aan universiteiten (Ruud, afgestudeerd als natuurkundig ingenieur, studeerde Afrikaanse taalkunde in Leiden) als aan de opleidingsinstituten van de Wycliffe Bljbelvertalers, waarvan er in Europa drie zijn. Momenteel werken er meer dan 5000 Wycliffe-mensen in 40 landen in Afrika, Azië, Zuid- en Midden-Amerika en Australië. Er wordt gewerkt in 850 talen. Dit jaar kwam het driehonderdste door Wycliffe Bijbelvertalers vertaalde Nieuwe Testament gereed. Van het totale aantal talen dat bekend is (6170), heeft pas een derde deel, zo'n 2000 talen, een (deel van de) Bijbel. Werkloosheid dreigt niet voor Wycliffemedewerkers: alleen al in Afrika zou in honderden talen meteen gestart kunnen worden met zowel alfabetisering als vertaalprojecten.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief