Wat heb je er aan?

1987-01-30
  • Jaargang 31
  • nummer 4
Je kunt niet zeggen, denk, ik, dat de vijandschap tegenover het geloof in onze tijd heeft plaatsgemaakt voor onverschilligheid tegenover het geloof. Vijandschap proef je nog steeds wel. Maar het is waar dat onverschilligheid erbij gekomen is. De vervreemding van het evangelie is voortgeschreden. Als je aan de praat komt met zo'n onverschillige, botst je op: het zegt me niets, van mij hoeft het niet, waarom zou ik, wat heb ik eraan? Over die laatste vraag gaat deze meditatie: wat heb je eraan om te geloven? Dat is een legitieme vraag. Ook al' is het niet de belangrijkste vraag. Waarom gelooft een mens in God? Niet in de eerste plaats om er zelf beter van te worden maar om God Zelf. En toch mag binnen een geloof,dat Goden zijn 'eer centraal stelt, die vraag aan de orde komen: wat heb ik eraan?

Nuttig
Paulus schrijft aan Timótheüs immers: "de godsvrucht is nutig". Godsvrucht is er, als het dagelijks leven gestempeld is door de verlossing van Jezus Christus. We leven godvruchtig, als we leven zoals past bij de gezonde leer, in geloof en gehoorzaamheid. Dat is nuttig, zegt Paulus. Niet in de goedkope en platte zin die dat woord kan hebben. Maar omdat deze godsvrucht een belofte inhoud van leven.
Ja, denken we misschien, dat zal waar zijn. Later! In de hemel. Als je nu gelovig en godvruchtig leeft, heb je de belofte van een mooi leven in Gods Koninkrijk. Maar Paulus heeft het niet alleen over de toekomst, ook over nu. Hij zegt: de godsvrucht houdt een belofte in van leven, in heden en toekomst.

Geloven is niet saai
Er zijn mensen die zeggen:' als je gelooft en naar de kerk gaat wordt het leven saai en vervelend. Als je je van God niks aantrekt en lekker doet waar je zin' in hebt: dan leef je pas! Zo hoor je wel eens.
Maar de Bijbel zegt: laat je niet in de luren leggen door dit soort praatjes. En zie om je heen, hoe die mensen, die zo van "het leven" zeggen te genieten, steeds weer op zoek zijn naar iets anders. Waarom? Toch alleen maar, omdat het andere op den duur begon te vervelen? Bet lijkt zo leuk: alleen maar doen waar je zin in hebt: Maar het is op den duur geen leven, Paulus. schrijnt: als je gelovig de Here dient, helemaal, dàn komt er leven, Dan leef je pas echt. Ik zou 'rustig durven zeggen: wie beweert dat geloven saai is, heeft het nog nooit echt geprobeerd. Geloven is leven, een belevenis, brengt spanning, een leven vol uitdaging. Wie dat niet merkt in zijn geloof, staat" vermoed ik, toch' maar een beetje aan de kant. Ja, dan kun je best eens denken: wat doet het er eigenlijk toe? En de indruk vestigen, dat geloven een duffe boel is. Maar wie niet aan de kant blijft staan, voor wie de Here alles is in zijn leven, die zal ook merken dat er leven in de brouwerij komt.

Een rijk leven
Voor alle duidelijkheid: een belofte van leven betekent niet,dat dat leven altijd voor de wind gaat. Leven in de brouwerij kan ook negatief zijn. Een godvruchtig leven garandeert, geen succes. In zijn tweede brief aan Timotheüs schrijft Paulus_op een gegeven moment: ,,,allen, die in Christus Jezus godvruchtig willen leven, zullen vervolgd worden." En toch: een belofte van leven, ook nu al in het heden. Mag ik eens iets van die rijkdom noemen?
Wie godvruchtig leeft hoeft niet gebukt te gaan, onder een steeds groter wordende schuldenlast, maar mag door de vergeving in Jezus steeds weer met een schone lei beginnen. Daarmee ontsnapt het leven aan de doem van de zinloosheid. Het leven krijgt weer een doel, het gaat ergens heen. En onderweg is' er een hemelse Vader, die voor ons zorgt. Geen abstract goddelijk wezen, maar Iemand, Wie wij zeer ter harte gaan. Hij hoort onze gebeden. We ontvangen onderweg ook leiding in ons leven. Gods Woord geeft een licht op ons pad.

Zijn wijze geboden zijn ons tot zegen. En we worden gesteund door een krachtige Geest, die ons daadwerkelijk kan en wil helpen bij ons geloven en leven. Hoe reageren wij op zo'n opsomming? Met: dat wist ik al? Ouwe koek? Dat zou me een beetje bang maken. En toch zit er wel iets waars in.
Wie wil leven zonder' God, moet, steeds op zoek naar iets nieuws dat bevrediging schenkt. Wie godvruchtig met de Here leeft, heeft iets gevonden dat tot in eeuwigheid blijft. Ouwe ko*? Ik zou liever zeggen: brood des levens.
Als je echt op je laat inwerken wat deze rijkdom betekent, hoe een mensenleven daardoor verandert, besef je hoe waar het is' wat Paulus schrijft: dit leven is nuttig tot alles. Daar wordt je weer mens 'van.

Oefening
Eerlijk gezegd ,is het in veel gevallen niet zo verwonderlijk dat de mening kon postvatten, dat geloven saai is. Daar zullen wij gelovigen/helaas' vaak mede schuldig aan zijn. In een middelmatig godvruchtig leven, zullen ook de beloften, van de godsvrucht minder zichtbaar zijn.
Godsvrucht vraagt om training: "oefen u in de godsvrucht". Paulus trekt hier een vergelijking met de sport. Hij zegt: "de oefening van het lichaam' is van weinig nut". Hij zegt dus niet: sport deugt nergens voor. De vergelijking is deze: de oefening van het lichaam heeft wel nut, maar beperkt nut (bijvoorbeeld voor de conditie" de gezondheid, de ontspanning); de godsvrucht, inclusief de oefening daarin, is nuttig tot àlles: heeft een goede invloed op héél het leven; in alle facetten. Sport vraagt training. Des te meer een leven in godsvrucht. Je leert niet zwemmen als je alleen maar je tenen in het water steekt. Hoe kun je ooit schaatsen leren, als je niet verder komt dan de tent met chocolademelk? Je moet het gewoon doen, en doorzetten! Zo is het ook met het dienen van de Here.
Als je blijft aarzelen: “zal ik wel, zal ik niet", dan zul je het nooit leren. Je moet het gewoon doen. En niet eventjes, maar echt oefenen. En hoe meer je doorzet, hoe meer je ook de smaak te pakken zult krijgen. Net als met schaatsen. Dat is een onderdeel van de belofte. Voor heden ..

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief