Gereformeerd zijn in de moderne tijd

1987-01-30
  • Jaargang 31
  • nummer 4
Het eerste artikel en de hoofdzaak van ons geloof is, dat alleen Jezus Christus, onze God en Heer, "het Lam' Gods is dat de zonde der wereld wegneemt" (Joh. 1 : 29).
Omdat dit iets is dat we gelóven moeten en verder niet door enige prestatie of verdienste geldigheid voor .ons krijgt, is het duidelijk en staat het vast dat alleen het geloof ons rechtvaardigt, zonder werken der wet, zoals Paulus zegt in Rom. 3: 28. Van dit artikel kan men niet afwijken noch ten aanzien ervan iets toegeven, al zouden hemel en, aarde of wat dan ook vergaan. Op dit artikel berust alles, wat wij in leer en leven tegen de paus, de duivel en de wereld in brengen. Daarom moeten wij hiervan volstrekt zeker zijn en er niet aan vertwijfelen. Anders is alles verloren en behalen paus en duivel en al onze tegenstanders de overwinning en krijgen zij gelijk.

Maarten Luther, Schmalkaldische Artikelen 11-1 (1537)
Ter voorbereiding van een vergadering van protestanten in Schmalkalden, een plaatje in het zuidwesten van het huidige Oost-Duitsland, theeft Luther een aantal artikelen opgesteld aan de 'hand waarvan men overeen moest komen, op welke punten men aan de RK-e autoriteiten toe kon geven en op welke punten men het been stijf moest houden. NadatLuther in deze 'Schmalkaldische artikelen' eerst kort heeft aangeduid waarover RK-en en protestanten het eens zijn valt hij in het tweede hoofdstuk met de deur in huis: als het gaat om de rechtvaardiging van de goddeloze mag nog niet de geringste concessie worden gedaan. "Dit artikel is de hoofdzaak van ons. geloof; daarvan kan .
men niet afwijken en ten aanzien daarvan niets toegeven. (... ) Anders is alles verloren.". Alles wat verder nog volgt aan fundamentele kritiek op de mis, de kloosters en het pausdom wordt hieraan opgehangen. Elders heeft Luther zelfs beweerd, dat het deze leer van de rechtvaardiging is, waardoor' het christendom zich van alle andere godsdiensten op aarde onderscheidt. Vandaar, dat in de lutherse traditie de rechtvaardiging van de goddeloze het artikel is gaan heten "waar mee de kerk staat of valt".

Andere vragen?
Men kan zich afvragen of wij het ook nog zo zouden zeggen. In de historische situatie van toen werd inderdaad alles toegespitst op, die ene vraag, hoe mensen bij de hemelse Rechter op gratie kunnen rekenen. Maar brengt de moderne tijd geen andere vragen met zich mee, fundamentelere ook? Is voor ons niet in' het geding het bestaan van God als zodanig: is Hij er of is Hij er niet? Vallen de verschillen tussen RK en gereformeerd niet weg, nu wij samen staan tegenover een geseculariseerde wereld, waarin elk spoor van God· is verdwenen? Daarmee zijn Wij terug bij de vraag die in de opening van deze reeks artikelen is' gesteld: is het .niet wezenlijker en belangrijker om christelijk te zijn dan gereformeerd? Is die typisch gereformeerde, nadruk op de rechtvaardiging van de goddeloze niet buiten proporties in de moderne tijd?
Merkwaardig genoeg zijn het juist moderne theologen geweest, die de vraag van Luther uiterst aktueel vonden. Zo heeft de invloedrijke Paul Tillich (1886-1965) in het leerstuk van de rechtvaardiging van de goddeloze inspiratie gevonden voor het .ontwerp van een eigentijdse vorm van christen-zijn. Ook Karl Barth (1886-1968), die het gesprek met de moderne tijd bepaald niet geschuwd heeft, meent dat de vraag naar het bestaan van God niet los staat van de vragen rond genade en vrijspraak. Het zou veel te ver voeren hun gedachtengangen hier uiteen te zetten; ik wil volstaan met het maken van enkele praktische opmerkingen over het belang van de rechtvaardiging van de goddeloze voor het geloven en het kerk-zijn vandaag. Juist wanneer we op zoek zijn naar een manier van geloven die niet van deze tijd is, 'maar er wel middenin staat, is er wellicht meer noodzaak dan sommigen vermoeden om vol te houden, dat met dit artikel de kerk staat of valt. Ik noem de volgende vier motieven.

1. Ontmaskering
Onze tijd is eerlijk, op het cynische af. Harde journalisten ontmaskeren ogenschijnlijk keurige intellectuelen als doortrapte oplichters. Meedogenloos worden gevels van fatsoen gesloopt, zodat mensen te kijk worden gezet in hun ware aard en met hun zwakke plekken. Ook heel vrome christenen - of je nu in de evangelische hoek zitten of juist heel gereformeerd -zijn kunnen geweldig door de mand vallen. In de eerste plaats is te wijzen op blinde vlekken bij mensen die zich vurig inzetten voor een daadwerkelijk heilig leven. Zij zijn actief in evangelisatie, stellen hun huis open voor berooiden, zijn hartelijk en meelevend. Maar door dat alles heen kunnen ze iets drijverigs hebben, iets zelfvoldaans, iets arrogants ook in hun kritiek op een kerk die lauw is.
En dat, zonder dat ze het zich bewust zijn, zodat ze de dominee nog bijvallen ook als die 'waarschuwt voor de zonde van zelfvoldaanheid en hoogmoed...

In de tweede plaats heeft de (diepte)psychologie er ons met de neus, op gedrukt, dat er veel heiliging is, die de minder fraaie beweegredenen van pet menselijk hart niet overwint, maar slechts gewelddadig onderdrukt. Dat kan lang, heel lang met groot succes plaats vinden, zo, dat een mens werkelijk denkt af te zijn van z'n geldzucht, z'n heerszucht, z'n egoïsme, z'n jaloezie. Maar wat een ontnuchtering als die diep verscholen driften na lange tijd toch nog aanwezig blijken te zijn en in tijden van crisis weer krachtig de kop opsteken. Heel, dat geduldig opgebouwde nieuwe leven stort dan als een kaartenhuis in elkaar. Kortom: onze tijd breekt door de schone schijn van religiositeit en burgerlijk fatsoen heen. Wat kan de kerk dan beter doen dan zich het goede .nieuws van de rechtvaardiging van de goddeloze te herinneren?!
Dat houdt dan wel in, dat juist in de gereformeerde kerken alle zelfvoldaanheid moet wijken en mensen zich niet dienen te beroemen op hun burgerlijk fatsoen en nette pakken. Niet dat mensen in de kerk niet fatsoenlijk mogen zijn of geen nette pakken zouden mogen dragen - dat zou een even erg moralisme zijn als het oude dat spijkerbroeken uit de kerkdiensten wegkeek! Maar het komt er wel op aan" dat we ons ervan bewust zijn dat al dat fatsoen en al die nette kleren onze sjofelheid alleen maar camoufleren. Vooral moeten wij ons' ervoor hoeden, van onze gereformeerdheid een deugd te maken die bij God in de smaak valt. De Catechismus al heeft ervoor 'gewaarschuwd, het geloof niet als een verdienste te gaan beschouwen die onze goddeloosheid verzacht (zondag 23, v/a 61). Hoe gauw gaat onze gereformeerde levensstijl inderdaad. in onze gedachtewereld niet functioneren als het streepje dat wij bij God voor hebben ten opzichte van de liederlijke wereld rondom ons. Met een variant op Calvijns gezegde, dat onze enige waardigheid om avondmaal te vieren onze onwaardigheid is, kun je zeggen: goed gereformeerd ben je, als je beseft dat je gereformeerd-zijn je niet kan redden.

2. Stress
Onze tijd zadelt talloze mensen op metfaalangst, zelfverwijt en stress. Er worden eisen aan hen gesteld waaraan- ze niet kunnen voldoen, met als gevolg dat ze over hun tekortschieten inzitten, bang zijn dat ze het niet goed genoeg zullen doen en in het ergste geval compleet overspannen raken. De kerk doet daar vaak nog een schepje bovenop. De vele aansporingen om -toch vooral naar Gods geboden te leven, de naaste lief te hebben, evangelisatiewerk te doen, zich voor de ambten beschikbaar te houden en een zoutend zout in de samenleving te zijn, roept bij al diegenen die toch al ontevreden zijn over hun functioneren, extra spanningen op. Wat lijden er veel christenen onder het besef geen goede gelovigen te zijn, te weinig aan het kerkenwerk te doen, te weinig liefde uit te stralen in hun gezin en op het werk. Wat kan het dan een gevoel van enorme bevrijding en opluchting teweeg brengen, als zij in 'de bijbel de God mogen ontmoeten die hen in hun tekortschieten aanvaardt! Laten al die perfectionisten die vinden dat ze het nooit goed genoeg doen, toch vooral die typisch gereformeerde prediking horen dat God op de eerste ril in zijn feestzaal mensen heeft zitten, die niet genoeg hebben lief gehad, te weinig hebben gedaan in de kerk, gezakt zijn voor hun examen en zichzelf altijd een grote nul hebben gevonden!'

3. In de goot
Onze tijd is vol van mensen, die door alle vloeren van fatsoen zijn heen gezakt. Buiten de kerk ligt de goot vol verongelukten van allerlei, slag: criminelen, heroïnehoeren, racistische voetbalsupporters enz. Binnen de kerk dragen velen .een bitter geheim met zich mee van een zeer schuldig verleden. Wat is het evangelie dat Luther predikte up-to-date, als het zulke mensen perspectief, voorhoudt, geconcretiseerd in de uitnodiging om aan te zitten aan de tafel van de Here Jezus, zonder dat één voorwaarde gesteld wordt omdat het voldoende is te geloven dat wij mensen in Christus voor God acceptabel zijn. Daarom is het erg, wanneer gereformeerden de indruk wekken over allerlei schandelijkheden alleen maar keihard te kunnen oordelen. Zijn we niet pas dan in de volle zin van het woord gereformeerd, wanneer we met dit evangelie de donkere wereld intrekken om goddelozen die in de goot liggen hoop te bieden? Of laten we dat aan het Leger des Hei!s over, onszelf opsluitend in een' behaaglijk Nederlands Gereformeerd wereldje??

4. Goede werken
Onze tijd durft nauwelijks meer te geloven in ware belangeloosheid. Is niet alle heiligheid schijnheiligheid? Is niet alle liefde zelfbevrediging? Is niet alle ontwikkelingssamenwerking eigenbelang? Het behoort tot de diepste geheimen van Gods Koninkrijk, dat goede werken tevoorschijn komen op het moment dat mensen zich als goddelozen laten rechtvaardigen.
Kijk maar naar Zacheüs: wanneer raakte die los van zijn geld? Geen oproep om niet ' te stelen (8e gebod) en om niet te begeren (8e gebod) hielp. Pas toen Jezus dwars tegen alles wat voor redelijk en zedelijk doorging de gast wilde zijn van deze geldwolf, kwam deze tot de houding van verzadiging en dankbaarheid waarin het hem een vreugde was overvloediger gerechtigheid te bewijzen dan de Farizeeën (Lukas 19: 8).

De Nederlandse Geloofsbelijdenis formuleert het schitterend in art. 24: "Er is geen sprake van dat dit rechtvaardigend geloof de mensen onverschillig zou maken voor een vroom en heilig leven. Integendeel, zonder dit geloof zullen zij nooit iets doen uit liefde tot God, maar alleen uit liefde tot zichzelf en,uit vrees verdoemd te worden. Ook hier weer het modem aandoende besef, dat veel vroomheid en goede werken, verkapte zelfstreling zijn: Maar tegelijk de zekerheid, dat een mens werkelijk kan loskomen van zichzelf wanneer, hij geen enkele verwachting meer van zichzelf heeft en geen enkele eis meer aan zichzelf hoeft te stellen. Zo biedt de verkondiging van de rechtvaardiging van de goddeloze uitzicht op datgene, waar de kerk zo om verlegen zit: een daadwerkelijk christelijk leven in liefde en zelfverloochening. Terecht daagt de evangelische beweging ons uit, om eens wat meer vertrouwen te hebben in het vernieuwende werk van de Heilige Geest, die van zondaren werkelijk andere mensen kan maken. Maar verwacht van de Geest niet, dat Hij teruggaat achter de rechtvaardiging. Nooit zullen wij toekomen aan de vrucht van de Geest, wanneer wij niet vanuit de geloofservaring leven dat wij God reeds lief waren toen wij nog geen vrucht droegen. Een laatste citaat van Luther: "Omdat je in het geloot Jezus Christus hebt aangenomen, door Wie je rechtvaardig wordt, ga daarom heen en heb God, en je naaste lief; roep Hem aan, dank Hem, predik, loof en belijd God; doe wel en dien je naaste; doe je plicht. Dat zijn de echt goede werken, die voortvloeien uit het geloof en uit de vrolijkheid die je in het hart ontvangen hebt vanwege de vergeving der. zonden, om niet." (Commentaar op Galaten 2 : 16).

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief