Geen passen op de plaats maken (1)

1987-01-30
  • Jaargang 31
  • nummer 4
Onder deze titel (Duits: Nicht auf der Stelle treten) gaf de in onze kring bekend geworden pastor Ernst L. Judt uit Oberndorf (W.Dtsl.) in september 1984 een bijzonder interessant boek uit, waarvan het karakter intussen niet zo makkelijk te omschrijven valt. Een biografie is het niet. Een kerkgeschiedenis evenmin. Het houdt het midden tussen die twee. Nu eens vertelt de dominee over zichzelf. Dan weer over zijn gemeente te Feudingen. Feitelijk zouden we moeten zoeken naar een ellips met drie brandpunten: de pastor, zijn gemeente en de zogenaamde Gemeinschaft.

Gemeinschaften zijn conventikels, vrome gezelschappen, kerkjes in de kerk, zoals ze in Duitsland en Zwitserland veel voorkomen (daar ook: Versammlungen genoemd), waarbinnen godsvrucht, het Schriftgeloof en de oude ' tradities bewaard werden, die in de Volkskerk onder invloed van het opdringend modernisme verloren dreigden te gaan. In de Gemeinschaft ging een wijze broeder voor. In de Gemeinschaft werden kindertjes gedoopt: dat Was het voorrecht van de Hebammen, de vrome vroedvrouwen. Daar werd avondmaal gevierd. Pastor Judt is zelf voortgekomen uit de Gemeinschaft.

Daar kwam hij tot bekering - en onder meer voor de dienst in de Gemeinschaft volgde hij een soort evangelistenopleiding, Maar de Here heeft hem, tot zijn, eigen verbazing en tegen heug en meug, geleid naar de officiële kerk en God heeft hem dáár, hoewel hij geen academische opleiding had, geroepen tot het ambt van Dienaar des Woords.
Toen is hij er met alle kracht, tegen aan gegaan om te komen tot kerkherstel. Zijn godvrezende broeders en zusters uit de Gemeinschaft sloegen dat in het begin met wantrouwen gade. In die tijd besloot de kerkenraad over te gaan tot kerkbouw te Oberndorf. Voordat de bouw, die deels met eigen kracht moest geschieden, kon beginnen, moest een waterleiding verlegd worden van de ene kant van de weg naar de andere. Pastor Judt heeft dat karweialleen geklaard, terwijl de gelovigen stonden toe te zien. Hij groef aan de ene kant van de weg een boorput, wijd genoeg om een boorstang van 4 meter, met aan de punt een geslepen buis, te hanteren.
Met een mokerhamer sloeg hij de buis onder de weg door: 50 slagen voor 10 cm.
Telkens moest de stang teruggetrokken worden om de buis te ledigen. Toen hij halverwege de weg was, groef hij precies zo'n put aan de overkant. Voor hij daar begon, knielde hij eerst neer in het water en schreeuwde tot God om hulp (Ich habe im Graben im Wasser gekniet und zu Gott um Hitte geschrieen).

De Here hoorde zijn gebed: hij kwam precies in het gat uit en God maakte hem tegenover de omstanders niet beschaamd. Toen kwamen langzaam aan de handen uit de zakken en de kerk werd gebouwd en ingewijd. Daar werd nu het ware Woord Gods gepredikt. Daar werden kindertjes gedoopt en daar werd avondmaal gevierd. Intussen bleef de Gemeinschaft bestaan en pastor Judt heeft te enenmale geweigerd te polariseren.
Hij bleef de Gemeinschaft erkennen als behoedster van de waarheid in tijden van verval en zocht samenwerking over en weer. Mijn vraag is: ligt hierin voor ons een les?
Meer en meer krijgen wij te maken met reformatorisch evangelische kringen, ontstaan ais gevolg van het vervat in de officiële kerken. Ik doel niet op de felle perfectionistische sekten, die de kerk haren en haar in de grootste verwarring kunnen brengen. Maar op die milde groepen, die deernis hebben met Jeruzalems puin en die bidden voor de kerk, en die ongeveer dezelfde functie vervullen in onze kring als de Gemeinschaft in Duitsland. Zouden wij er goed aan doen ons tegen deze groepen af te zetten? Zouden we niet beter doen om, waar we kunnen, samen te werken?
En intussen te laten zien dat een voluit gereformeerde kerk levend en krachtig kan zijn en sterk in liefde en saamhorigheid, ook in het "winnen van zielen"?
Daar noem ik intussen nogal wat!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief