Gemeenteopbouw in India
2008-02-15
- Jaargang 52
- nummer 4
| Ds. Dick Lagewaard (NGK Veenendaal) en ds. Gert Jan Vogel (CGK Zierikzee) waren in november in India om Bijbelstheologisch onderwijs te geven aan het Seminarie in Canning (niet ver van Calcutta). Sukrith Roy - geen onbekende voor Opbouw (jubileumactie) - heeft daar als rector en predikant een sleutelrol. Het betrof een uitzending door de EvTA, zoals er de afgelopen tien jaar al meer zijn geweest. |
Over gemeenteopbouw wordt de laatste tijd niet zoveel meer geschreven.
Toch heeft het ons als Nederlandse kerken in de loop van de jaren middelen aangereikt om het gemeentewerk te toetsen op sterke en minder sterke aspecten.
Wat gebeurt er als we een ouderwetse gemeenteanalyse loslaten op het nieuwe werk in India? Ik neem daarvoor de acht kenmerken, die de theoloog Christian Schwarz wezenlijk achtte voor een gemeente. Een korte impressie.
1. Echt geestelijk leven
Als er iets is wat we in India hebben gezien dan is het echt geestelijk leven. Het geloofsvertrouwen van ds. Sukrith Roy en zijn vrouw Sang Yee, de vele predikanten die in het werk van de stichting Christ Mission Ashram werkzaam zijn en gemeenteleden is groot. Als er forse problemen zijn, is de eerste reactie 'fasting and praying' totdat er antwoord en uitzicht komt.
De geloofsverhalen die we hoorden over antwoorden op gebed zijn zo talrijk en zo indrukwekkend dat wij er soms beschaamd naar luisterden.
Het vasten, een ondergeschoven kindje in de protestantse geloofstraditie, is daar heel gewoon. Met regelmaat oefent men zich hierin en wanneer nodig past men het toe. Niet om God te dwingen (daar zijn ze veel te calvinistisch voor), maar als teken van liefdevolle toewijding.
Ook de dankbaarheid wordt op allerlei manieren geuit. Zo werden we uitgenodigd om in een flat in Calcutta een familie- en burensamenkomst bij te wonen, waar iemand God wilde danken voor een uitredding door een zware operatie heen. De huisdeuren stonden open toen we daar zongen, het Woord openden en samen de Here God dankten.
Zowel voorbede als dankgebed gaan veelvuldig gepaard met handoplegging.
Wat in Nederland een betrekkelijk nieuw fenomeen is, is daar min of meer standaard. Als je voor elkaar bidt dan geef je elkaar de hand of je legt elkaar de handen op.
In die cultuur is men sowieso makkelijker in het aanraken van elkaar. Als je buurman in de trein jou iets zegt, legt hij zijn hand op je been.
2. Doelmatige structuren
India heeft oude structuren die in de cultuur zijn ingebakken. Het kastenstelsel, maar ook het familiesysteem waar het gezag van een oudste broer vanzelfsprekend is. Het christelijk geloof echter stelt dat we allen gelijk zijn in Christus.
In het werk van Christ Mission Ashram is op dit gebied een goede ontwikkeling te zien. Dat was nodig ook, want het werk was lange tijd te afhankelijk van één charismatisch leider, de oprichter en kerkplanter Sukrith Roy.
Via hem kwamen zowel de gelden als de ideeën binnen.
Meer en meer wordt echter toegewerkt naar een organisatie die de trekken vertoont van een levend organisme. Steeds minder wordt het dus een top-down structuur, eigen aan een kerkverband dat ontstond door voornamelijk het werk van één persoon. Doelmatige structuren, ook op het gebied van communicatie, zullen voorlopig nog wel een punt van aandacht blijven. Maar er wordt aan gewerkt en men ziet het belang ervan in. Juist op dit gebied kunnen wij als westerlingen - analytisch als we zijnde helpende hand bieden aan onze oosterse broeders en zusters. In alle bescheidenheid, want het is en blijft een andere cultuur.
3. Inspirerende kerkdiensten
Hoe ziet een dienst in India eruit? Het begint met zingen, waarbij de begeleiding afhangt van de beperkt aanwezige instrumenten. Maar gevoel voor zingen en ritme schijnt iedereen daar te hebben.
De preek is het centrale deel, een half uur tot een uur - niemand kijkt op de veelal afwezige horloges. Want wij hebben horloges, zij hebben de tijd.
Men is in India dankbaar voor de Nederlandse traditie van de heilshistorische prediking. Ze ervaren deze insteek als een schat die ze uit andere delen van de wereld niet aangereikt krijgen, zoals van docenten uit Korea, Amerika en Australië.
Het onderdeel voorbede neemt zo'n 20 à 30 minuten in beslag. Velen staan op bij het doen van een verzoek om voorbede. Vrouwen bedekken op zo'n moment soms hun hoofd met een sari en bij een punt van grote nood heffen ze hun armen ten hemel om te laten zien hoezeer dit gebedsonderwerp hen na aan het hart ligt.
De voorganger voegt nog enkele gebedspunten toe en dan begint het.
Iedereen gaat tegelijkertijd hardop bidden, staand, geknield, liggend, niemand die erop let. De één in stilte, de ander met duidelijke smeking in zijn stem, weer een ander (zoals bezoekende Nederlandse dominees) zachtjes biddend. De eerste keer was ik te verbijsterd om ook maar iets te kunnen bidden, later deed ik vrijmoedig mee.
4. Toerustend leiderschap
Als organisatie, ontstaan onder leiding van één charismatisch leider, is Christ Mission Ashram (waaronder het werk van Sukrith Roy en de zijnen valt) kwetsbaar. Daarom hebben we de afgelopen jaren vanuit Nederland de notie van toerustend leiderschap meerdere keren onder de aandacht van Sukrith Roy gebracht. Juist op dit punt zien we goede ontwikkelingen.
Het Jethro-advies (Exodus 18) wordt meer en meer opgevolgd en er wordt geïnvesteerd in nieuwe leiders. Als een student van het seminarie kwaliteiten heeft wordt hij naar Mumbai uitgezonden voor voortgezette theologische studie om vervolgens (na terugkeer) een leidende functie op zich te nemen.
Verder zijn er gezamenlijke vergaderingen vanuit een grotere kring van gemeenten (iets als onze Landelijke Vergadering), waarbij twee bekwame predikanten een soort supervisor zijn.
Ds. Sukrith Roy is enerzijds een charismatisch leider, anderzijds is hij nederig genoeg om in te zien dat het werk niet van hem afhankelijk moet zijn en dat nieuwe leiders de taken moeten gaan overnemen. Op dit gebied zien we een toename in volwassenheid van de organisatie, tegen de stroom van de cultuur in.
5. Gavengericht werken
In beginnende gemeenten is het vanzelfsprekend om gavengericht te werken.
Heeft iemand de gave van het Woord: rust hem toe en laat hem preken.
Heeft iemand de gave van gebed: zet hem tijdens de diensten in en stuur hem naar de gemeenteleden thuis die gebed nodig hebben. Is iemand technisch, laat hem een kerk bouwen. Heeft iemand geloof in bijzondere mate, laat hem bidden voor hen die ziek zijn. Zo maakten we het mee dat we ergens in een huiskamer afscheid namen, waarbij iedereen door elkaar heen praatte. Totdat het plotseling stil viel, toen iemand voorbede vroeg vanwege een gebrek aan zijn arm. Een van de broeders, met de gave van geloof en gebed, bad voor hem met de handen om de zieke arm.
Anderen, die dat merkten, zwegen alsof er Iemand was binnengekomen voor Wie men vol ontzag zwijgt.
Omdat de Indiase christenen leven in een 'pre-christian' tijdperk is het gavengerichte werken een vanzelfsprekendheid en niet een bijbelse werkelijkheid die herontdekt moet worden.
6. Kleine kringen
Het is in Calcutta heel gewoon om het evangelie aan huis te vieren en te beleven. Bij ons in Nederland heeft men de gemeenschapsvormende werking van de maaltijd via bijvoorbeeld de Alpha-cursus herontdekt, in India weet men niet anders. Vaak komen gemeenteleden rond de maaltijd thuis, zingen samen en delen het Woord met elkaar. Dat alles met de deuren wijd open voor de omgeving.
Laagdrempeliger kan het niet zijn, zowel letterlijk als figuurlijk.
Voor alle duidelijkheid: in West Bengalen is er grote openheid en veel tolerantie. In andere delen van het land neemt de druk en vervolging toe. Al is het wel zo dat ook ds. Roy en de zijnen wel eens zijn gearresteerd, maar tot op heden biedt de heersende communistische partij in deze deelstaat een grote mate van godsdienstvrijheid.
7. Evangelisatie
Het is de passie van Sukrith Roy en de zijnen om het evangelie in India te verspreiden. Het beeld van de tempelrivier (Ezechiël 47) is zijn levensmotto, gecombineerd met de Grote Opdracht, waarbij het evangelie van het Koninkrijk zich steeds verder verspreidt.
Sang Yee Roy gaat iedere vrijdag, samen met een groepje vrouwen, op grote treinstations pamfletten ronddelen aan ieder die het wil ontvangen.
Ik heb gezien dat het met grotere interesse wordt aangenomen dan toen ik onlangs hetzelfde in Nederland zag gebeuren. De studenten van het seminarie worden, samen met de meer ervaren 'pastors', met regelmaat uitgezonden op een Evangelism Explosion. Met name in de kerstvakantie gaan ze met een bus naar vergelegen gebieden om daar te evangeliseren. Geld voor de terugreis krijgen ze niet - daar moet de Heer in voorzien (wat Hij ook altijd doet).
Zelf maakten we mee dat we, bij thuiskomst in Calcutta, in de keuken een man aantroffen, die de architect van het huis bleek te zijn. Of we voor hem wilden bidden, want aan hem was even tevoren door Sukrith Roy het evangelie uitgelegd ('he received the gospel'). Met de tas nog om de schouders legden we hem de handen op en baden voor hem. Drie mannen, allen hardop, ieder in eigen taal. Een half uurtje later was hij weg en schoven we aan tafel. Er werd niet meer over gepraat, het zaad was gezaaid.
8. Onderlinge liefde
Hoe belangrijk de onderlinge liefde is, en hoe er ook door de omgeving op gelet wordt, hoorden we terug in het verhaal van een weduwe van wie het huis was verbrand. Zij en haar kinderen waren aan de brand ontkomen, maar nu woonde ze al twee maanden bij iemand anders in.
De dorpsgenoten begonnen de kerk te belasteren omdat deze vrouw geen nieuwe woning kreeg. Een dominee deelde dit verhaal op het seminarie.
Er was een bedrag van 100 euro nodig om haar verbrande dak te vervangen.
Dat dak is inmiddels vervangen, maar men weet nu goed dat de Hindoe-omgeving en de moslims de christenen in de gaten houden, 'do they practise what they preach'stemmen hun daden wel overeen met hun woorden? Wellicht ligt het ook cultureel meer in hun aard elkaar lief te hebben. Het zal in India niet gauw gebeuren dat iemand de kerk heeft bezocht en haar verlaat zonder werkelijk contact te hebben gehad met de medegelovigen. Het is ook een kleine minderheid die elkaar hard nodig heeft.
Terugblikkend op drie weken India kunnen we zeggen, dat we daar een goede bijdrage kunnen leveren vanuit een rijke gereformeerde traditie, die met name in de benadering van de Schrift iets eigens heeft. In veel landen wordt de Bijbel vooral thematisch benaderd, waardoor de tekst zelf niet in al haar kracht naar voren kan komen. Keer op keer horen we dat onze theologische bijdrage juist op dat punt van de omgang met de Schrift gewaardeerd wordt.
Maar keer op keer merken we ook wat wij van onze Indiase broeders en zusters kunnen leren.
Zij leven in het tijdperk van Handelingen, het voorchristelijke tijdperk.
God is aan het werk en het evangelie breidt zich uit. En ze dagen ons uit om niet alleen met ons geld, maar ook met onze jongeren te komen om een tijdreis te maken naar een land waar de akkers wit zijn om te oogsten. Laten we, in plaats van discussies te voeren of Hindoes ook buiten Christus om zalig worden, onze broeders en zusters helpen toerusten om die Hindoes te bereiken met het evangelie van kruis en opstanding.
Een student aan het seminarie (ex-Hindoe) kreeg van zijn familie te horen 'keer terug naar ons geloof'.
Zijn antwoord was: 'Jullie hebben zoveel goden, maar er is er niet één voor mij gestorven'. Waarvan akte.
Ds. Dick Lagewaard is predikant van de Nederlands Gereformeerde Kerk te Veenendaal en lid van het bestuur van EvTA.
Over gemeenteopbouw wordt de laatste tijd niet zoveel meer geschreven.
Toch heeft het ons als Nederlandse kerken in de loop van de jaren middelen aangereikt om het gemeentewerk te toetsen op sterke en minder sterke aspecten.
Wat gebeurt er als we een ouderwetse gemeenteanalyse loslaten op het nieuwe werk in India? Ik neem daarvoor de acht kenmerken, die de theoloog Christian Schwarz wezenlijk achtte voor een gemeente. Een korte impressie.
1. Echt geestelijk leven
Als er iets is wat we in India hebben gezien dan is het echt geestelijk leven. Het geloofsvertrouwen van ds.
Sukrith Roy en zijn vrouw Sang Yee, de vele predikanten die in het werk van de stichting Christ Mission Ashram werkzaam zijn en gemeenteleden is groot. Als er forse problemen zijn, is de eerste reactie 'fasting and praying' totdat er antwoord en uitzicht komt.
De geloofsverhalen die we hoorden over antwoorden op gebed zijn zo talrijk en zo indrukwekkend dat wij er soms beschaamd naar luisterden.
Het vasten, een ondergeschoven kindje in de protestantse geloofstraditie, is daar heel gewoon. Met regelmaat oefent men zich hierin en wanneer nodig past men het toe. Niet om God te dwingen (daar zijn ze veel te calvinistisch voor), maar als teken van liefdevolle toewijding.
Ook de dankbaarheid wordt op allerlei manieren geuit. Zo werden we uitgenodigd om in een flat in Calcutta een familie- en burensamenkomst bij te wonen, waar iemand God wilde danken voor een uitredding door een zware operatie heen. De huisdeuren stonden open toen we daar zongen, het Woord openden en samen de Here God dankten.
Zowel voorbede als dankgebed gaan veelvuldig gepaard met handoplegging.
Wat in Nederland een betrekkelijk nieuw fenomeen is, is daar min of meer standaard. Als je voor elkaar bidt dan geef je elkaar de hand of je legt elkaar de handen op.
In die cultuur is men sowieso makkelijker in het aanraken van elkaar. Als je buurman in de trein jou iets zegt, legt hij zijn hand op je been.
2. Doelmatige structuren
India heeft oude structuren die in de cultuur zijn ingebakken. Het kastenstelsel, maar ook het familiesysteem waar het gezag van een oudste broer vanzelfsprekend is. Het christelijk geloof echter stelt dat we allen gelijk zijn in Christus.
In het werk van Christ Mission Ashram is op dit gebied een goede ontwikkeling te zien. Dat was nodig ook, want het werk was lange tijd te afhankelijk van één charismatisch leider, de oprichter en kerkplanter Sukrith Roy.
Via hem kwamen zowel de gelden als de ideeën binnen.
Meer en meer wordt echter toegewerkt naar een organisatie die de trekken vertoont van een levend organisme. Steeds minder wordt het dus een top-down structuur, eigen aan een kerkverband dat ontstond door voornamelijk het werk van één persoon. Doelmatige structuren, ook op het gebied van communicatie, zullen voorlopig nog wel een punt van aandacht blijven. Maar er wordt aan gewerkt en men ziet het belang ervan in. Juist op dit gebied kunnen wij als westerlingen - analytisch als we zijnde helpende hand bieden aan onze oosterse broeders en zusters. In alle bescheidenheid, want het is en blijft een andere cultuur.
3. Inspirerende kerkdiensten
Hoe ziet een dienst in India eruit? Het begint met zingen, waarbij de begeleiding afhangt van de beperkt aanwezige instrumenten. Maar gevoel voor zingen en ritme schijnt iedereen daar te hebben.
De preek is het centrale deel, een half uur tot een uur - niemand kijkt op de veelal afwezige horloges. Want wij hebben horloges, zij hebben de tijd.
Men is in India dankbaar voor de Nederlandse traditie van de heilshistorische prediking. Ze ervaren deze insteek als een schat die ze uit andere delen van de wereld niet aangereikt krijgen, zoals van docenten uit Korea, Amerika en Australië.
Het onderdeel voorbede neemt zo'n 20 à 30 minuten in beslag. Velen staan op bij het doen van een verzoek om voorbede. Vrouwen bedekken op zo'n moment soms hun hoofd met een sari en bij een punt van grote nood heffen ze hun armen ten hemel om te laten zien hoezeer dit gebedsonderwerp hen na aan het hart ligt.
De voorganger voegt nog enkele gebedspunten toe en dan begint het.
Iedereen gaat tegelijkertijd hardop bidden, staand, geknield, liggend, niemand die erop let. De één in stilte, de ander met duidelijke smeking in zijn stem, weer een ander (zoals bezoekende Nederlandse dominees) zachtjes biddend. De eerste keer was ik te verbijsterd om ook maar iets te kunnen bidden, later deed ik vrijmoedig mee.
4. Toerustend leiderschap
Als organisatie, ontstaan onder leiding van één charismatisch leider, is Christ Mission Ashram (waaronder het werk van Sukrith Roy en de zijnen valt) kwetsbaar. Daarom hebben we de afgelopen jaren vanuit Nederland de notie van toerustend leiderschap meerdere keren onder de aandacht van Sukrith Roy gebracht. Juist op dit punt zien we goede ontwikkelingen.
Het Jethro-advies (Exodus 18) wordt meer en meer opgevolgd en er wordt geïnvesteerd in nieuwe leiders. Als een student van het seminarie kwaliteiten heeft wordt hij naar Mumbai uitgezonden voor voortgezette theologische studie om vervolgens (na terugkeer) een leidende functie op zich te nemen.
Verder zijn er gezamenlijke vergaderingen vanuit een grotere kring van gemeenten (iets als onze Landelijke Vergadering), waarbij twee bekwame predikanten een soort supervisor zijn.
Ds. Sukrith Roy is enerzijds een charismatisch leider, anderzijds is hij nederig genoeg om in te zien dat het werk niet van hem afhankelijk moet zijn en dat nieuwe leiders de taken moeten gaan overnemen. Op dit gebied zien we een toename in volwassenheid van de organisatie, tegen de stroom van de cultuur in.
5. Gavengericht werken
In beginnende gemeenten is het vanzelfsprekend om gavengericht te werken.
Heeft iemand de gave van het Woord: rust hem toe en laat hem preken.
Heeft iemand de gave van gebed: zet hem tijdens de diensten in en stuur hem naar de gemeenteleden thuis die gebed nodig hebben. Is iemand technisch, laat hem een kerk bouwen. Heeft iemand geloof in bijzondere mate, laat hem bidden voor hen die ziek zijn. Zo maakten we het mee dat we ergens in een huiskamer afscheid namen, waarbij iedereen door elkaar heen praatte. Totdat het plotseling stil viel, toen iemand voorbede vroeg vanwege een gebrek aan zijn arm. Een van de broeders, met de gave van geloof en gebed, bad voor hem met de handen om de zieke arm.
Anderen, die dat merkten, zwegen alsof er Iemand was binnengekomen voor Wie men vol ontzag zwijgt.
Omdat de Indiase christenen leven in een 'pre-christian' tijdperk is het gavengerichte werken een vanzelfsprekendheid en niet een bijbelse werkelijkheid die herontdekt moet worden.
6. Kleine kringen
Het is in Calcutta heel gewoon om het evangelie aan huis te vieren en te beleven. Bij ons in Nederland heeft men de gemeenschapsvormende werking van de maaltijd via bijvoorbeeld de Alpha-cursus herontdekt, in India weet men niet anders. Vaak komen gemeenteleden rond de maaltijd thuis, zingen samen en delen het Woord met elkaar. Dat alles met de deuren wijd open voor de omgeving.
Laagdrempeliger kan het niet zijn, zowel letterlijk als figuurlijk.
Voor alle duidelijkheid: in West Bengalen is er grote openheid en veel tolerantie. In andere delen van het land neemt de druk en vervolging toe. Al is het wel zo dat ook ds. Roy en de zijnen wel eens zijn gearresteerd, maar tot op heden biedt de heersende communistische partij in deze deelstaat een grote mate van godsdienstvrijheid.
7. Evangelisatie
Het is de passie van Sukrith Roy en de zijnen om het evangelie in India te verspreiden. Het beeld van de tempelrivier (Ezechiël 47) is zijn levensmotto, gecombineerd met de Grote Opdracht, waarbij het evangelie van het Koninkrijk zich steeds verder verspreidt.
Sang Yee Roy gaat iedere vrijdag, samen met een groepje vrouwen, op grote treinstations pamfletten ronddelen aan ieder die het wil ontvangen.
Ik heb gezien dat het met grotere interesse wordt aangenomen dan toen ik onlangs hetzelfde in Nederland zag gebeuren. De studenten van het seminarie worden, samen met de meer ervaren 'pastors', met regelmaat uitgezonden op een Evangelism Explosion. Met name in de kerstvakantie gaan ze met een bus naar vergelegen gebieden om daar te evangeliseren. Geld voor de terugreis krijgen ze niet - daar moet de Heer in voorzien (wat Hij ook altijd doet).
Zelf maakten we mee dat we, bij thuiskomst in Calcutta, in de keuken een man aantroffen, die de architect van het huis bleek te zijn. Of we voor hem wilden bidden, want aan hem was even tevoren door Sukrith Roy het evangelie uitgelegd ('he received the gospel'). Met de tas nog om de schouders legden we hem de handen op en baden voor hem. Drie mannen, allen hardop, ieder in eigen taal. Een half uurtje later was hij weg en schoven we aan tafel. Er werd niet meer over gepraat, het zaad was gezaaid.
8. Onderlinge liefde
Hoe belangrijk de onderlinge liefde is, en hoe er ook door de omgeving op gelet wordt, hoorden we terug in het verhaal van een weduwe van wie het huis was verbrand. Zij en haar kinderen waren aan de brand ontkomen, maar nu woonde ze al twee maanden bij iemand anders in.
De dorpsgenoten begonnen de kerk te belasteren omdat deze vrouw geen nieuwe woning kreeg. Een dominee deelde dit verhaal op het seminarie.
Er was een bedrag van 100 euro nodig om haar verbrande dak te vervangen.
Dat dak is inmiddels vervangen, maar men weet nu goed dat de Hindoe-omgeving en de moslims de christenen in de gaten houden, 'do they practise what they preach'stemmen hun daden wel overeen met hun woorden? Wellicht ligt het ook cultureel meer in hun aard elkaar lief te hebben. Het zal in India niet gauw gebeuren dat iemand de kerk heeft bezocht en haar verlaat zonder werkelijk contact te hebben gehad met de medegelovigen. Het is ook een kleine minderheid die elkaar hard nodig heeft.
Terugblikkend op drie weken India kunnen we zeggen, dat we daar een goede bijdrage kunnen leveren vanuit een rijke gereformeerde traditie, die met name in de benadering van de Schrift iets eigens heeft. In veel landen wordt de Bijbel vooral thematisch benaderd, waardoor de tekst zelf niet in al haar kracht naar voren kan komen. Keer op keer horen we dat onze theologische bijdrage juist op dat punt van de omgang met de Schrift gewaardeerd wordt.
Maar keer op keer merken we ook wat wij van onze Indiase broeders en zusters kunnen leren.
Zij leven in het tijdperk van Handelingen, het voorchristelijke tijdperk.
God is aan het werk en het evangelie breidt zich uit. En ze dagen ons uit om niet alleen met ons geld, maar ook met onze jongeren te komen om een tijdreis te maken naar een land waar de akkers wit zijn om te oogsten. Laten we, in plaats van discussies te voeren of Hindoes ook buiten Christus om zalig worden, onze broeders en zusters helpen toerusten om die Hindoes te bereiken met het evangelie van kruis en opstanding.
Een student aan het seminarie (ex-
Hindoe) kreeg van zijn familie te horen 'keer terug naar ons geloof'.
Zijn antwoord was: 'Jullie hebben zoveel goden, maar er is er niet één voor mij gestorven'. Waarvan akte.
Ds. Dick Lagewaard is predikant van de Nederlands Gereformeerde Kerk te Veenendaal en lid van het bestuur van EvTA.
| Wilt u het werk van de EvTA steunen, zodat ze met regelmaat gastdocenten kan uitzenden naar Azië en Afrika? Bid voor dit werk en steun het met uw gift. Bank 33.03.724, Giro 9710 t.n.v. St. EvTA te Ommen. Meer informatie in het jaarboekje van de NGK, p. 239/240. |