Zorg om de kerk (1)

1987-02-06
  • Jaargang 31
  • nummer 5
In de laatste jaren wordt veel geschreven over het verontrustende verschijnsel, dat velen de kerk de rug toegekeerd hebben. Toch is de ontkerkelijking geen nieuw verschijnsel. Al in de loop van de 1ge eeuw hebben velen, vooral arbeiders, de kerk vaarwel gezegd. Het proces van kerkverlating waarmee we nu geconfronteerd worden, heeft zich al in het begin van de zeventiger jaren ingezet. Dit proces heeft zich in de loop der jaren helaas versneld.

Het is, al weer enkele jaren geleden, dat in een dissertatie de toekomst van God in Nederland vergeleken werd met het beeld van een camping in de herfst", Op de grazige weiden staan nog slechts een paar tenten, aan, de rand enkele caravans. Hier en daar een auto met een buitenlands nummerbord, een Jongen met ·een rugzak op zoek naar de "beheerder". Deze kijkt hem onderzoekend aan en vraagt: voor hoe lang nog?
Een somber beeld, die camping in de herfst. Je ziet,' dat het seizoen afgelopen is. Eigenlijk had de camping al gesloten moeten zijn. Het' kan onmogelijk nog lang duren. Het geheel maakt 'n trieste indruk. Is dat ook niet het beeld, dat. de kerken vertonen? In heel West-Europa neemt de ontkerkelijking toe. In de meeste .landen neemt het aantal 'kerkleden sterk af. Nederland neemt daarbij helaas een vooraanstaande plaats in. Ongeveer 42 % van de Nederlandse -bevolking zegt bijvoorbeeld geen enkele band met de' kerk te hebben. Vermoedelijk is dat .e..e. n van de hoogste percentages van heel West-Europa. Wij leven in een postchristelijke tijd.
In de Ned. Herv. Kerk onttrokken zich de laatste jaren 50.000 personen per jaar. Ook bij de Rooms-Katholieke Kerk vinden veel onttrekkingen plaats. Daar zijn echter ook velen, die nog wel lid blijven, hoewel ze in feite het geloof vaarwel gezegd hebben. Zo wees een onderzoek uit, dat nog geen 30% in een persoonlijke God gelooft. ' Op een vergadering van de .Geref. Mannenbond zei ds J. G. Arensman, dat in 'de Gereformeerde Kerken van de in 1964 geborenen na 20 jaar een derde deel belijdenis gedaan heeft en , een vijfde deel zich onttrokken heeft.
Ook de kleinere kerken krijgen de laatste jaren, met kerkverlating te maken.
Wel vermindert het aantal leden daar .niet zo veel, omdat de geboortecijfers over 'het algemeen hoger liggen.
Terecht toonde men zich daarom op de synode van de Christelijke Gereformeerde Kerken bezorgd over de kerkverlating in eigen kerken. Een derde deel van de Chr. Geref. jeugd is of raakt voor deze kerken verloren, zo werd ter synode geconcludeerd. ' Dit cijfer was 'gebaseerd op een onderzoek onder de jeugd van 15-25 jaar.
Uit het jaarboekje blijkt, dat in 1985 zich 362 leden onttrokken hebben zonder zich bij een andere kerk aan te sluiten. De Nederlands Gereformeerde Kerken geven een soortgelijk' beeld te zien.
In 1985 waren er 181 onttrekkingen: Opvallend is daarbij, dat in 19R5 39 kerkleden overgingen gaar pinkstergemeenten.

Terecht concludeert Scheps in "Kerkelijk Magazijn";' dat de kerkverlating ook aan de Ned. Geref. en Chr. Geref.
Kerken niet voorbijgaan. Ontkerkelijking en 'Ontkerstening zijn over de hele linie toegenomen. In het bijzonder bij de jongeren. Godsdienstigheid en geloof hebben voor steeds minder mensen betekenis.
Nu is het waar, dat de Kerknaar Gods belofte niet ten onder zal gaan en dat de kerken in andere delen van de wereld soms -een sterke groei vertonen . Dat neem niet weg, dat de toestand in West-Europa en speciaal in ons land zeer verontrustend is. God heeft ons ook niet beloofd, dat de Kerk in West-Europa en met name in ons land in stand zal blijven.

In streken waar Paulus het' eerst het Evangelie verkondigde, is de kerk soms geheel verdwenen.' Denk maar aan de zeven gemeenten in Klein Azië, waarvan we in het boek Openbaring lezen. Deze ontkerkelijking is een zeer trieste zaak. Denk er eens over na. In 1985 zeiden 181 leden van de Ned. Geref. Kerken vaarwel tegen de kerk. Bij hun doop werd gezongen, dat God zijn Verbond eeuwig bevestigen zal van kind tot kind. Zij bezochten later kerkdiensten, bezochten .catechisaties 'en velen van hen deden belijdenis. Ze verklaarden voor God en zijn gemeente: ik geloof in Jezus Christus als mijn Verlosser en Zaligmaker, En nu zijn ze heengegaan.
Ze hebben tegen God vaarwel gezegd. Een trieste zaak voor de kerk, maar ook voor veel ouders. Ouders zien hun kinderen heengaan. Hun kleinkinderen zullen wel helemaal niet gedoopt worden.
De kennis van GOG en -zijn Woord Zal in het nageslacht helemaal verdwenen zijn.
Het valt op, dat veel mensen, die in deze tijd de kerk verlaten helemaal onverschillig zijn geworden.
Kerkverlaters uit een vorige generatie stelden zich vaak heel scherp op tegen- .
over de kerk. Wat kerkverlaters als Vredeling en Den Uyl bijvoorbeeld over de kerk en godsdienst gezegd hebben was weinig fraai. Het ademde een geest van vijandschap en haat tegenover de kerk waarin men eens gedoopt was. Daar was en is bij hen een duidelijk gevoel van wrok achtergebleven.
Bijzonder, scherp heeft. zich ook de bekende schrijver Maarten 't Hart afgezet.
Zo karakteriseerde hij in de N.R.C. het verschijnsel godsdienst met deze drie woorden: ritueel, geld en schisma.
In hetzelfde artikel schrijft hij, dat Jezus een nare opschepper was; die niet van mensen hield. Als hij de won van God is, hoop ik, .dat hij niet op zijn vader lijkt, Zo is zijn afschuwelijk eindoordeel.
In "De Wekker" 'noemde D. Koole dit terecht het' "spuwen in de bron waaruit men gedronken heeft."
Een dergelijke houding van mensen, die eens. als kinderen van het Verbond van God gedoopt zijn, is heel erg. Toch blijkt uit hun houding en uitlatingen, dat de kerk hen nog altijd bezig houdt. Met name bij 't Hart is dat merkbaar, tot in zijn -laatste boek. Hij is er in zijn denken. Nog steeds niet helemaal los van. Bij veel kerkverlaters uit de laatste tijd ligt dat anders. Velen zijn volkomen onverschillig tegenover kerk en geloof geworden. Ze zijn niet vijandig tegenover de kerk. Ze zijn er helemaal los van. Het doet hen niets meer. Dit komt met name duidelijk uit in de studie die door Piet van der Ploeg verricht werd. Hoewel het aantal ondervraagde jongelui erg gering was, vrees ik toch, dat ze een vrij goed beeld geven van de kerkverlaters.
Mensen, die volkomen areligieus zijn. Het Woord van God is voor hen niet meer dan een leeg testament.

Secularisatie
Wanneer we de vraag stellen naar de oorzaak van de ontkerkelijking, moet in de eerste plaats gewezen worden op het feit,dat onze cultuur is geseculariseerd, verwereldlijkt.
Nu is deze secularisatie allang aan de gang. Al jaren lang is' men bezig om bepaalde levensterreinen zoals wetenschap, kunst, opvoeding en politiek te ontrekken aan de invloed van de religie. Men wil de belangrijkste sectoren van het maatschappelijk leven onttrekken aan de invloed van kerk en geloof. De uitspraak, dat er geen enkel levensterrein is waarvan Christus niet zegt, dat het van Hem is, lijkt nu wel een archaïsme. Neen, zo wordt gesteld, de verschillende levensterreinen zijn autonoom en zelfstandig. Deze secularisatie is de laatste tijd in een geweldige stroomversnelling geraakt. Niet alleen het publieke, maar ook het persoonlijke leven wordt er door aangetast.
Geleidelijk heeft men het geloof aangepast aan het algemene denken. De nadruk is daarbij komen te liggen op het hier en nu, op de mens in deze wereld. Kerken godsdienst staan niet meer centraal in onze samenleving.
Het zijn randverschijnselen geworden. Het leven speelt zich af naast en zonder de kerk. De kerk heeft hoogstens nog functie als ornament. Zo willen sommigen nog wel, in de kerk trouwen. Die kerkelijke huwelijksbevestiging zegt hen niets meer, maar het geeft wel wat kleur aan de huwelijksvoltrekking, Kerk en geloof zijn nu geprivatiseerd.

In het publieke leven spelen ze geen rol meer. Het leven, zo schreef prof. Runia, is nu verdeeld in segmenten.
Elk mens moet een aantal rollen spelen. Deze rollen' worden gescheiden gehouden. Het publieke en private leven worden helemaal gescheiden gehouden. Het publieke leven is de grote wereld, waar je als enkeling onmachtig bent. Aan het private leven kun je zelf de gewenste vorm geven. Daar behoort ook de kerk en geloof bij. Die zijn van jezelf. 'Het is duidelijk, dat in dit klimaat ook de christelijke organisaties 'het moeilijk krijgen. Hun invloed holt ook achteruit. Niet' altijd komt dat duidelijk uit. Zo geeft het C.D.A. een geflatteerd beeld, omdat men om wat voor reden dan ook steun krijgt van buitenkerkelijke kiezers. Bij de laatste verkiezingen 11 %. De verleiding is dan ook groot, dat men zich gaat richten op buitenkerkelijke kiezers en eigen identiteit gaat prijsgeven. Het valt ook niet te ontkennen, dat de secularisatie ook bij veel christelijke organisaties terrein heeft gewonnen. In dit proces past ook, dat steeds meer alles om het eigen ik gaat draaien. De zogenaamde "ik"-maatschappij is in. Iets is pas waar als je het zelf ervaren kunt. Alles wil men toetsen aan eigen ervaring. Alleen wat daarin relevant blijkt, ziet men als waardevol. Zo maakt ieder ook zijn eigen beeld van God. Een voorstelling van God, die almachtig is, past in deze tijd niet meer. De God van de Bijbel wordt geïnterpreteerd vanuit eigen ervaring. Men gaat God identificeren met een menselijk gevoelen. Dat heeft tot gevolg, dat ieder zijn eigen God er op na gaat houden. Maar deze God heeft niets meer te maken met de God en Vader van onze Here Jezus Christus.
Jongeren, die, mee door de media, al vroeg met deze gedachten besmet worden, komen dan ook gemakkelijk in botsing met de meer conventionele zienswijzen van de ouderen. Jong en oud begrijpen elkaar niet meer: Een gesprek wordt erg moeilijk, een verwijdering is vaak het gevolg. Het is ook opvallend, dat vooral jongeren, die het ouderlijk huis, verlaten en elders gaan wonen, gemakkelijk afhaken, De beschermende hand van anderen is weggevallen.
Daar komt nog bij, dat we een emancipatieproces meemaken, waarbij het gezag niet meer zo'n gewild artikel is.
De gezagsstructuren worden doorbroken. Op gezag, iets aanvaarden is er niet meer bij. Ook in de kerk niet.
Het geven van catechisaties is er bepaald niet gemakkelijker op geworden. Tegenover de met gezag oude geloofswaarheden wil men kunnen beroepen op wat men zelf wil en uit eigen ervaring weet. Ieder mens wil mondig zijn. De mens zal zelf beslissen wat hij gelooft en wat hij doen zal. Wij leven, zo zegt men wel, in een vaderloze samenleving. Een samenleving zonder vaders, maar wat erger is een samenleving zonder Vader.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief