Ingezonden (2)

1987-02-13
  • Jaargang 31
  • nummer 6
Dat alles achterwege laten kan inderdaad betekenen dat wij een offer brengen ter wille van de gemeenschap der gelovigen 'die Christus toebehoren in het belijden en onderhouden van Zijn 'Woord. De Nieuwtestamentische Gemeen te kende ook dit probleem. Dé reactie van de apostel' Paulus daarop heeft toch ook voor ons normatieve betekenis? Om bij het door drs De Jong genoemde voorbeeld te blijven. De Landelijke Vergadering onzer kerken heeft getracht tot een evenwichtige benadering te. komen. Een tweede studieopdracht was het gevolg. Behoort het nu tot de Christelijke vrijheid op grond van de door hem gegeven argumentatie, als plaatselijke kerk een eigen weg të gaan 'en zo het kerkverband voor voldongen feiten te stellen?
Wat is dan nog de waarde van dit kerkverband? We kunnen dan de aanduiding' Gereformeerd wel doorstrepen. Het is mij bekend dat drs De Jong met het boven aangegeven standpunt, de tolk is van meerderen· in onze kerken.
De Kerk van Amsterdam-C. heeft in,elk geval de Gereformeerde weg bewandeld door het oordeel van de Landelijke Vergadering te vragen. Er zijn enkele kerken. die dat kennelijk' niet nodig vonden en daarin een eigen weg insloegen. Daarmede werd reeds een zware wissel getrokken op het' kerkverband. Het moge duidelijk zijn dat het karakter daarvan. wel heel erg in de mist komt te hangen als de benaderingswijze zoals die in de artikelen van drs De Jong naar 'voren komt, leidraad zou gaan worden voor het kerkelijk handelen.

Merkwaardig is ook .de positieomschrijving van onze Kerken t.o.v. de Vrijgemaakte Kerken. Ook hier worden op basis van ervaringen praktische conclusies zetrokken voor het verdere handelen. Principiële normering ontbreekt. Ook geen poging tot. relatievering maar wel een uitspraak met absoluut karakter: "Zoals een pasgeboren kind niet meer inde moederschoot terug kan, zo kan ik niet meer Vriigemaakt worden". Een vreemde vergelijking. Alleen begriipeliik misschien voor iemand die af wil rekenen met het verleden i.c. ook persoonlijk, een streep wil halen door zijn vroegere instemming met de Vrijmaking van de Synodebesluiten van 1944. Dat .laatste wil ik echter van drs De Jong niet aannemen.
Als lid van een Nederlands Gereformeerde Kerk ben ik in het belijden en beleven van mijn geloof, nog steeds met hart en zie'! Vrijgemaakt. Omdat ik dat laatste wilde blijven ben ik het eerste geworden. Voor mijn besef geldt dit voor zeer velen in -onze kerken.
Wat is het verschil tussen ons beiden in de hantering van dit begrip? Ik heb de indruk dat drs De Jong aan het begrip Vrijgemaakt een ideologische betekenis verbindt, die ongetwijfeld verband houdt met de kerkelijke moeiten in de zestiger jaren: Een aanvulling op de aanduiding Gereformeerd, blijkende uit een bepaald gedragspatroon. We zijn thans echter een kleine twintig jaar verder. De tijd heeft ook in de Vrijgemaakte Kerken niet stil gestaan.
De vraag is of de principiële kloof die toen ontstaan is ook thans nog als zodanig bestaat of, dat bepaalde toen lijkende principiële verschillen thans geen enkele actualiteitswaarde meer hebben en in de doos der geschied beschrijving kunnen worden bijgezet. Het is mijn overtuiging dat dit laatste het geval is en dat, wat ons als Kerken van Christus verenigt, veel sterker is dan wat ons thans scheidt.
Daarom zou ik drs De Jong willen vragen bovenstaande stelling nog eens nader te willen overwegen en daarin ook te betrekken, de besluiten van de Synode van de Vrijgemaakte Kerken te Heemse, waarin de leer van ds. Hoorn werd afgewezen. Een leer die m.i. als een zeer extreme vorm van "de ware kerkidee" kan worden aangeduid maar mede een verklaring geeft, dat het in de zestiger jaren tot een kerkelijke breuk heeft kunnen komen. Wie thans een oordeel .wii geven over het begrip "vrijgemaakt", daarmede wijzend op de huidige (Vrijgemaakt) Gereformeerde Kerken. kan niet om deze laatste' synodebesluiten heen. Het heeft mij bevreemd dat de betekenis daarvan in onze kring niet is opgemerkt.
Uiteraard ben ik het met drs De Jong eens dat "kerken niet aan elkaar kunnen worden geplakt" en dat vereniging van' kerken het risico inhoudt, dat een deel zich niet-voegt en verder.een eigen weg volgt. Maar moeten wij ons door dat 'risico laten leiden of- door de weg der geloofsgehoorzaarnheid te volgen en te voldoen aan de roeping die van Christus wege tot Zijn Kerk hier op aarde komt in Zijn gebed!? "Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor hen, die door hun woord in mij geloven, opdat zij allen één zijn, gelijk Gij Vader in Mij en Ik in opdat de wereld gelove dat Gij Mij gezonden hebt...
Opdat zij één zijn gelijk Wij één zijn, dat zij volmaakt zijn tot één opdat de wereld erkenne dat Gij Mij gezonden hebt" (Joh. 17,20/23). Welnu mogen wij als Nederlands Gereformeerde Kerken, en ook (Vrijgemaakt) Gereformeerde Kerken, Christelijk Gereformeerde Kerken, de roeping die in bovenstaande woorden tot ons allen komt, nog langer beschamen? Ze gaan relatieveren in verband met onze persoonlijke omstandigheden en gevoeligheden? Het antwoord kan toch niet twijfelachtig 'zijn?!

Naschrift
De lust om op deze kritische reactie op mijn artikelen over onze identiteit opnieuw in' kritische zin te reageren, is niet zeer groot. Als ik zulke dingen lees als in 't artikel van de heer Arends staan, heb ik altijd de neiging 'tegen mezelf te zeggen: sufferd, dat had' jij zelf toch ook wel kunnen bedenken!
Waarom heb je dat dan niet gedaan? Ik ben 't er niet eens mee oneens, moet je begrijpen. Waarom breng ik dit geluid dan ook niet voort? Wel, omdat er nu volgens mij genoeg soorten 'gereformeerd' zijn. We staan voor de noodzaak onszelf op bepaalde punten een relativeringskunst bij te brengen. Doen we dat niet en blijven we alles principiëel zien, dan zullen we ons als reformatorische christenen steeds verder uit elkaar vechten" - onder de luidste betuigingen van onze wil tot eenheid. Net als de heer Arends ben ik van mening dat wat ons met de vrijgemaakten (om hen als voorbeeld te nemen) verbindt veel meer is dan wat ons van hen scheidt. Goddank is dat zo. Maar stel je nu toch eens voordat we weer terug gingen. Zou het kerkelijke triomfalisme (waar de vrijgemaakten toch al voor op moeten passen) dan geen hoogtij vieren? Zii kunnen al niet eens tegen hun ongelijk, laat staan tegen hun gelijk. Kerkscheuring moet je serieus nemen.
Zulke breuken mag je niet. Op 't lichtst genezen, om 't profetisch te zeggen (Jeremia 6: 14). Daarom moet je zoeken naar een zin van de scheiding: Wat zou Christus er mee bedoelen dat we uit elkaar geraakt ziin? Het zou toch kunnen zijn dat Hij zegt: trekken jullie maar eens een poosje gescheiden op, ruziemakers die jullie zijn! En leer elkaar zo maar eens- een beetje waarderen! Maar in deze benaderingswijze ligt inderdaad een relatievering van de scheiding tussen ons opgesloten.
En dat relativeringsvermogen heb ie bij meer splitsingen. nodig. Niet bij a:lle, wel bij meer. Zoals veel echtscheidingen zo vind ik ook veel kerkscheuringen voorlopig en niet definitief - maar op voorwaarde dat ie ze serieus neemt en niet voortdurend' bij 'de ander over 't hek kijkt want dan leer ie er niets van. Toen Noord- en Zuid-Israël uit mekaar, vlogen waren er ook herenigingsforceerders met lijmpogingen van 'eenheid door waarheid' enzovoorts, enzovoorts, maat God zei: Keer terug, ieder naai zijn huis, want door Mij is deze zaak geschied) (1 Koningen 12 : 24). Als dan zo de ware d.W.z. strikt bijbels georiënteerde kerken in dit land ten opzichte. van elkaar apart zijn gesteld (of liever: -ieder voor straf in de hoek zijn gezet) is het niet de bedoeling dat ze niets anders .doen dan daarover treuren en zeuren. Zij zijn ook geroepen, ieder het eigene op te zoeken om daarmee de anderen te dienen. Om die reden zoek ik naar de identiteit van onze kerken en meen die te vinden in het iets losser zijn van de knellende -banden aan het verleden en aan elkaar.
Ik weet dat er zijn in'ons midden die als ze ons met dit gegeven aan de gang zien, hun hart vasthouden. Ik weet echter ook dat er- in andere kerken ziin die daar met belangstelling en zelfs jaloersheid naar kijken. We zullen ten opzichte van belden het hoofd koel en het hart warm moeten houden.

H. de Jong

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief