Een nieuwe categorie in 1 Tim. 3, 11?

1988-04-15
  • Jaargang 32
  • nummer 15
In zijn boekje 'Adam eerst ... ' (Amsterdam 1988) blz. 84 vgl. tracht ds A. J. Moggré aannemelijk te maken, dat in 1 Tim. 3, 11 het door Paulus gebruikte 'evenzo' een aanwijzing is, dat de apostel hier naar een andere categorie overgaat; dat dus de vrouwen die hier worden genoemd niet meer tot de categorie 'diakenen' behoren, zoals ondergetekende· had betoogd (1) "Diaken zijn deze zusters dus niet geweest, want van die groep worden zij onderscheiden en afgegrensd" (blz. 85).
Deze gedachte heeft mij zeer verbaasd.
En niet minder de bewijsvoering.
Laat ik met dat tweede punt mogen beginnen.
In 1 Tim. 3 komen eerst aan de orde de vereisten voor de categorie 'ouderlingen' (vv. 2-7), daarna die voor de categorie 'diakenen' (vv. 8-13). Binnen deze tweede categorie onderscheidt Paulus naar mijn opvatting twee sub-categorieën, t.w. 'mannen' en 'vrouwen '.
Dat het in v. 11 over een subcategorie gaat, leidde ik af uit het feit, dat v. 11 midden in de pericoop overde diakenen staat. Ds M gaat aan dit argument en de daarbij door mij uit Dt. 15, 12-18 aangevoerde parallel voorbij.
Deze interpretatie zou nu volgens ds M. weersproken worden door het hier gebruikte 'evenzo'. "In de hele eerste brief aan Timotheüs komt het bijwoord 'evenzo' om de overgang naar een deelgroep van een tevoren genoemd geheel aan te geven, niet voor" (blz. 85).
"Maar Titus 2 dan?" vraagt men toch aanstonds. Daar onderscheidt Paulus, evenals hier, twee categorieën, en wel 'oude mensen' en 'jonge mensen'. Maar anders dan hier worden daar beide categorieën onderverdeeld in twee sub-categorieën, nl., evenals - naar mijn mening - hier, in 'mannen' en 'vrouwen'.
De overgang van categorie 1 ('ouderen') naar categorie 2 ('jongeren'), die bij v. 4 ligt, is niet scherp gemarkeerd, omdat v. 4 een bijzin is van v. 3. Paulus begint nl. in v. 4 wel dejonge vrouwen aan te spreken, maar hij doet dat indirect, t.w. via de oude vrouwen. Deze laatsten moeten Paulus' vermaning aan haar jongere sexegenoten doorgeven. Door deze weg te kiezen laat de apostel bij de tweede categorie (de jongeren) de vrouwen het eerst aan bod komen, daarna pas de mannen (v. 6), wat een omkering betekent van de volgorde die hij bij de eerste categorie (de ouderen) had gekozen. Zo ontstaat een Z.g. 'chiasme' (=kruisstelling), een bij Pauluszoals we vroeger al eens hebben ges.gnaleerd (2) - nogal geliefde stijlfiguur.
Maar wat zien we nu gebeuren? Beide malen bezigt de apostel bij de overgang van de ene sub-categorie naar de andere het woord 'evenzo', nl. in v. 3 (de overgang van 'oude mannen' naar 'oude vrouwen') en in v. 6 (de overgang van 'jonge vrouwen' naar 'jonge mannen').
Twee onmiskenbare voorbeelden dus van het gebruik van 'evenzo' bij een onderverdeling naar geslacht binnen één en dezelfde categorie. Twee parallellen en dat nog wel uit de pastorale brieven zelvedie mijn opvatting t.a.v. 1 Tim. 3, 11 op dit punt volledig dekken.
Wie. schetst dan ook mijn verbazing, toen ik bij ds Moggré deze plaats uit Titus zag aangevoerd als bewijsplaats voor zijn these.

Nog kort over het eerste punt.
Hoe komt iemand toch op de gedachte aan een zo 'ruim' woord als 'evenzo', waarmee men toch in principe enkel op een zekere overeenstemming tussen wat nu volgt en het voorafgaande wil wijzen, een zo strenge beperking op te leggen, dat het alleen bij verschil in categorie, en niet bij verschil in sub-categorie gebruikt zou mogen worden? HetfeiteliJk gebruik, alleen al in het NT, staat nl. haaks op zo'n verengende theorie. We zien de evangelisten het woord b.V. ook gebruiken waar het niet eens om een nieuwe sub-categorie gaat, maar enkel om een volgend 'exemplaar' van dezélfde categorie: Mt. 25, 17 (we blijven in de categorie 'knechten' uit v. 14); Me. 12,21 (nog steeds is de categorie 'broers' uit v. 20 aan de orde), 14, 31 ("alle (anderen)" behoren evenals Petrus tot de categorie 'discipelen'). Als wij het gezag van de Schrift hoog willen houden - en dat wil ds Moggré zonder twijfel; daarom alleen al geniet hij allang mijn waardering en sympathie - zijn we toch gehouden ook met de taalkundige gegevens die ze ons levert, zorgvuldigom te gaan.

1) 'Opbouw', 30stejrg., blz. 117.
2) 'Opbouw', 28ste jrg., blz. 19

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief