De bedrieger bedrogen

1987-02-20
  • Jaargang 31
  • nummer 7
Je kunt zeggen: Jacob kon niet langer (af/wachten. Izaäk had zich duidelijk verklaard en er resten nog maar luttele uren. Elke minuut is kostbaar. Maar op dat moment had Jacob - en evenzo Rebecca - tot God kunnen gaan. Hém de zaak voorleggen ... zoals veel later Hizkia letterlijk deed met de brief van Sanheribs maarschalk. En "bij zichzelf overleggen, dat G6d machtig was ... " zoals grootvader Abraham deed (Hebr. 11 : 17-19). Gods beloften vormen de grondslag en het uitgangpunt van het geloof - geven zekerheid. Met 'zo’n geloof kun je zelfs het graf ingaan: "alle dezen zijn gestorven in dat geloof, zonder de beloften (het beloofde) te hebben verkregen" (Hebr. 11 : 13).

Misschien vonden Rebecca en Jacob hun optreden wel heel moreel verantwoord.
Izaäk hield zich niet aan Gods beschikking. En Ezau was blijkbaar niet van plan zijn eed (25 : 33) inzake de verkoop van zijn eerstgeboorterecht te houden. Hier ware ingrijpen op zijn plaats en wat list en handigheid niet misplaatst. "Jacob ontsteelt Ezau den vaderlijken zegen"? Dat is een emotionele samenvatting, die lang niet aan alle feiten en gegevens recht doet. Jacob had dubbel recht op die zegen (Gods voornemen en Ezau's uitverkoop). Het zijn Izaäk en Jacob, die hem de zegen willen ontnemen, als het erop aankomt. Ten onrechte klaagt Ezau straks, dat Jacob hem nu al twee maal heeft bedrogen (27 : 36). Dat is de wrange reactie van een man die zelf niet snel genoeg was om zijn broer te bestelen. Hij kwam bedrogen uit: de bedrieger bedrogen.

Het geloof twist met God
Opmerkelijk is de strijd rond de belofte en de realisering daarvan. Die realisering is geen zaak van eigen kunnen, van menselijke kwaliteiten, van meer of minder handig zijn. Als het gaat om de prille aanvangen en de voortgang der kerk, dan staat vast: G6d houdt zijn werk in stand. Iets om 'te onthouden: het is niet menselijke handigheid die de kerkstrijd wint of winnen zal.
Er zijn' activiteiten die "vleselijk" zijn' en niet bij het geloof horen. Kunst en vliegwerk, ook niet van kerkelijke vergaderingen, hoeft et niet aan te pas te komen om de kerk te "redden". Even opmerkelijk is het verzet tegen Gods alleen zeggenschap m.b.t. zijn plannen. Izaäk geloofde Gods beloften terdege, anders had hij geen problemen gehad inzake de zegen. Juist omdat hij geloofde komt hij met God in conflict (een gelovige twist met God): hij wil een andere geadresseerde - de zoon van zijn keus en voorliefde. Wie kiest om de HERE te dienen moet veel leren.
Je staat aan Gods kan (dat voorop), maar je zou het in veel gevallen heel anders willen. Wij zouden de wereld anders regeren. Wij zouden niet zoveel geduld hebben. Wij zouden het - zeg Golgotha - niet zover hebben laten komen. Wij maken bezwaar als iemand o.i. te vroeg uit dit leven heengaat. Wij hadden allang het sein tot de wederkomst gegeven. En dat alles. op basis van het gelóóf: wij geloven in en hopen op Christus' wederkomst. En dus mopperen we dat het zolang duurt, dat het de verkeerde partijgoed gaat (Ps. 73), dat het allemaal niet eerlijk is. Daarom proberen we Gods plannen bij te stellen en de uitvoeting ervan te· verhaasten. Op onze eigen manier: we ontwerpen er zelfs theologieën voor: de kerk moet maar eens optreden, laten zien dat zij een factor is die meetelt. De kerk balt een vuist - precies zoals haar (ideologische) tegenstander. God' gaat te langzaam en doet de verkeerde keus. Zijn soevereiniteit staat ons (soms) slecht aan: wij roepen Hem ter verantwoording en regelen alvast zelf de belangrijke zaken. Een worsteling met God ..

Hogere gedachten
Gods wegen en gedachten gaan ver uit« boven die van mensen (Jes. 55: 9).
Izaäk is heilig van plan, Ezau te bevoordelen boven Jacob: hij laat geen zegen over voor de ander, zo blijkt. Izaäk staart zich blind op het eerstgeboorterecht. Maar juist zó komt hij bedrogen uit. En het ergste is, dat hij het Ezau zelf moet bekennen en erbij zeggen: er is géén zegen voor jou overgebleven. Zo radicaal was hij zèlf geweest... Door in zijn zegen ook op te nemen: " wees heerser over uw broeders" (27 : 29), vervult hij onbewust Gods voornemen. Maar hij heeft er nu geen vreugde aan: het is "zijns ondanks" ... Hij mag proberen zich te verdedigen: "je broer is met bedrog gekomen en heeft je zegen weggenomen" (27: 35). Maar zèlf ging hij niet vrijuit: hij had God zijn wil willen opleggen - en heeft verloren. En Ezau? Luister: "want gij weet, dat hij later, toen hij (toch) de zegen wilde erven, afgewezen werd, want toen.vond hij geen plaats voor berouw, hoewel hij het onder tranen zocht" (Hebr. 12 :17). Hij kon de verkoop van zijn eerstgeboorterecht (12 : 16) niet ongedaan maken - 't was 'n voldongen feit - daar hielp geen lieve vader of moeder aan.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief