Paradijs of hel

1987-02-20
  • Jaargang 31
  • nummer 7
1. Was Polycarpus een scherpslijper toen hij Marcion, een medeschepsel, een naaste, zo fel bejegende? Polycarpus was voorganger van de gemeente van Smyrna. Eén van die discipelen die onze Heiland op het oog had toen Hij zei: "Zalig zij, die Mij niet gezien hebben en toch geloven", En dat zo stellig en aanstekelijk, dat de werfkracht van zijn gemeente - en dat is het wat onze Heiland zoekt - zo intensief doordrong, dat het de Joden verbitterde en hij, op hun aandringen, bij de Romeinse gouverneur van Smyrna, op de brandstapel het leven moest laten.

2. Polycarpus zag dat zijn gemeente, vanwege Christus' verzoening door Zijn kruisdood hoofd voor hoofd terugverwacht in het herwonnen Paradijs, nóg weer van alle kanten door de gnostische trawanten van de satan, met Maroion als uitschieter, werd vastgelijmd: hun "verlossing" van de tegenwoordige tijd: tegenover háár verlossing tot de tijd, die God ons .doet beleven.
hun "doop" in het "boventijdelijk" denken tegenover háár doop in het bloed van Christus, hun "weten" door de diepteboring in de vonk van hun ziel uit de lichtwereld tegenover háár weten door de Openbaring van het Woord in hun leven, hun "evangelie" van de onthechting aan het aardse bestaan en de terugreis naar de "boventijdelijke" lichtwereld tegenover het Evangelie van het Koninkrijk Gods op déze aarde, in déze concrete creatuurlijke tijd. En Polycarpus durfde het aan, in het geloof, in de Naam van Jezus Christus, in toepassing te brengen: "Wie gij de zonden vergeeft, die zijn ze vergeven, wie gij ze houdt, die zijn ze gehouden. (Joh. 20).

3. Johannes heeft de machtsontwikkeling van de gnostiek intens beleefd, en de worsteling met deze besmettende lucht- en milieuvervuiling in' de gemeenten, in grote beduchtheid gadegeslagen: Als de gemeenten hun eerste liefde verlaten voor hun Heiland, Die voor hen stierf zijn ze vogelvrij, opnieuw in de grijparmen van de helse machten. En de ogen van Jezus Christus zijn een vuurvlam. Johannes disputeert niet. Hij schrijft zijn Evangelie van die wonderlijke vreugde: "Hetgeen was van den beginne, hetgeen wij gehoord hebben, hetgeen wij gezien hebben met onze eigen ogen, hetgeen wij aanschouwd hebben en onze handen getast hebben van het Woord des levens - het Leven toch is geopenbaard en wij hebben gezien en getuigen en verkondigen ook u het eeuwige leven, dat bij den Vader was en aan ons is geopenbaard - hetgeen wij gezien en gehoord hebben, verkondigen wij ook u, opdat ook gij gemeenschap met ons zoudt hebben.
En onze gemeenschap is met den Vader en met Zijn Zoon Jezus Christus." (Aanhef van de brief.)

4. Johannes, de discipel dien Jezus liefhad, heeft Hem al die tijd nauwlettend gadegeslagen. Al die bijzonderheden 'van tijd en uur: het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt.
Hun onderling contact blijft voortdurend aanhouden, tot bij de kruisiging toe. Wie heeft zo scherp beschreven de volledige ontkleding van de Vorst des levens bij de verloting van Zijn gewaad: Zijn totale ontluistering als Man, als degene, aan wie de ontplooiing van Gods kosmos is, toevertrouwd in liefde en huwelijk, leven, kinderen, zuiverheid, openheid, waarheid; vrijheid. God in het vlees.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief