Perspectieven voor eenheid met de broeders en zusters van welleer?
1987-03-06
In de 'maand november,heb ik in reactie op vragen van ds De Ruiter in de Reformatie' en gezien het feit dat er hier en daar samensprekingen tussen Ned.Geref. en Vrijg.Geref. kerken op gang zijn gekomen de verhouding tot laastgenoemden nog eens ter sprake gebracht. Aan de jongeren in beide kerken heb ik gepoogd duidelijk te maken waarom ik een toenadering tussen hen die in de zestiger jaren tegenover elkaar kwamen te staan niet zie zitten. Daarbij heb ik gewezen op de veroordelingen en beschuldigingen van die dagen rondom de Open Brief. Niet alleen de ondertekenaars moesten het ontgelden, daarbij kwamen ook zij die de kerkelijke " vonnissen" afwezen.- Jaargang 31
- nummer 9
Hoe diep de kloof is 'die ons scheidt werdt mij opnieuw duidelijk toen ik in ons verslag van de gang van zaken op de synode van die Geref. Kerk van Zuid Afrika op een gegeven moment -een beetje nijdig - het woord vrijmakingsgeloof (uit de O.B.) nog eens liet vallen. Het Nederlands Dagblad nam uit de reeks artikelen een deel over waarin juist dit woord voorkwam en kort daarop reageerde H. P. de Roos met een ingezonden stuk. Deze broeder schreef: ds Van der Kwast handhaaft hardnekkig dat het in de Vrijmaking niet hierom ging "dat onze Here Jezus Christus door de Vrijmaking in -1944 en volgende jaren een nieuw werk kerkreformatie heeft ten uitvoer gelegd" ... "en met het verwerpen van die waarheid en het, handhaven van dat spotwoord (vrijmakingsgeloof) beledigt hij niet de gereformeerden, maar Hem die reformeerde.
In de oren van deze broeder klonken mijn woorden als een Godslastering. Hieruit valt af te leiden dat voor ik weet niet hoevelen, zeker niet voor allen in de vrijgemaakte kerken de Vrijmaking tot een geloofsstuk in de zin van Zondag. 1: wat is u nodig te geloven, is geworden. In mijn oren klinkt dit als een 'ketterij. In het vorige artikel heb ik uitgelegd dat voor mij de Vrijmaking geen geloofstuk, maar een geloofsbeslissing 'is geweest, Daarbij heb, ik mij niet afgescheiden van devalse kerk, maar vrijgemaakt van bovenschriftuurlijke bindingen en schorsingen. Ik ben gaarne bereid terwille van de broeders het woord vrijmakingsgeloof terug te nemen, maar dit verandert niets aan de zaak in geding.
Het historisch fundament van de Ned. Geref. Kerken
Een zeer omstreden passage in de Open Briefwas ook de vraag of het historisch fundament, van de Ned. Geref. Kerken samenvalt met het fundament van de heilige, algemene christelijke kerk.
Ik kan me voorstellen dat er onder onze lezers' zijn die denken: Konden jullie je tijd niet beter gebruiken 'dan met het stellen van zulke wonderljke vragen. Wat was nu in geding? Het waren tijden, vol spanningen in de kerken rondom de zaak Groningen-Zuid en wat men in Vrijgemaakte kring noemt de leer van ds Telder, van ds Oosterhof, de avondmaalspraktijk in Rijsbergen en nog veel meer. Nu deed zich het merkwaardige feit voor dat de kerk, die een predikant had geschorst en afgezet vanwege het, feit dat hij aan een samenspreking met synodaal gereformeerden had deelgenomen niet vanwege afwijking van de belijdenis - contacten zocht met kerken in Korea, die niet de drie formulieren als bélijdenis en ook niet de samenlevingsregels van onze kerken hadden. Dit gebeurde in de tijd waarin elke afwijking of vermeende afwijking van de belijdenis scherp aan de kaak werd gesteld en kerkelijk optreden hiertegen werd geëist. Beschuldigingen .van aanranding en verkrachting van de belijdenis waren heel gewoon en daar doorheen speelde de over de “ware kerk" in volle hevigheid, Bekend was dat de kerken in Korea de Westminster Confessie als ,belijdenis van het geloof hadden aanvaard en een Andere praktijk bij de avondmaalsviering hadden.
Nu is de Westminster Confessie een bekende en erkende gereformeerde belijdenis, maar in vrijgemaakte kring had men toch wel wat bezwaren vanwege diverse uitdrukkingen in de leer over de kerk. 'Zo wordt in art. 25 van de W.C. o.a. beleden: De katholieke of universele kerk, die onzichtbaar is, bestaat uit het volle aantal uitverkorenen, die tot één vergaderd werden, worden of zullen worden onder Christus haar Hoofd.
,
De kerk is dus een optelsom van uitverkorenen; dit is beslist geen "vrijgemaakte"
taal. Verder wordt er niet gesproken van de ware kerk - wél van de ware godsdienst maar van meer of minder zuivere kerken, waarbij de zuiverste kerken nog blootstaan aan verwarring en dwaling.
Het zijn termen die doen denken aan een pluriformiteitsleer. Terwijl in onze eigen kerken de strijd woedde om de leer van de ware kerk en een binding aan de belijdenis die confessionalistische trekken vertoonde, aanvaardde men aan de andere kant van de wereldkerken met een ander belijden. In die situatie werd de vraag gesteld of het historisch fundament van onze Ned. Geref. Kerken samenvalt met het fundament van de algemene christelijke kerk. Met dit historisch fundament werd bedoeld de belijdenis van onze kerken in de drie formulieren van enigheid. Zou er dan sprake zijn van een samenvallen, dan kan een kerk met een andere belijdenis niet aanvaard worden. Vandaar is de vraag in de Open Brief: Zo ja, hoe is dan de verhouding tot andere kerken in binnen- en buitenland, die kennelijk Gods kinderen vergaderen, maar niet onze belijdenisgeschriften hebben noch onze samenlevingsregels kennen.
U merkt, die vraag is van toepassing op o.a. de kerken in Korea. Helaas heeft men de passages over dit fundament uitgelegd als een “generale problematisering” van het gereformeerd belijden.
Men heeft niet willen luisteren naar de later gegeven toelichting: “Binnen deze vraagstelling houdt men het algemeen of katholiek karakter van het gereformeerd belijden vast, om er keken, die minder of op enig punt anders belijden, maar die toch kerken zijn te achten, mee te dienen, opdat ook zij de volheid en zuiverheid van het gereformeerd belijden naar de Schrift mogen ontvangen? Het mocht niet baten: de ondertekenaars werden aangeklaagd' omdat zij de belijdenis disputabel stelden.Wat is nu de ironie van de historie? Met de Open Brief en de ondertekenaars is afgerekend... maar de vrijgemaakte kerken zijn gaan handelen overeenkomstig hetgeen in deze brief is gezegd. De geschiedenis heeft niet stil gestaan en de vrijgemaakte kerken hebben zich op wereldniveau begeven.
De kerken in Korea zijn als zusterkerken aanvaard en enkele kerken van Presbyteriaans karakter in Schotland en Ierland. Ook deze kerken hebben de Westminster Confessie, als belijdenis. In deze contacten is de broeders wel duidelijk geworden dat zij met hun Ieringen over de ware kerk, die oorzaak waren van de breuk in de zestiger jaren, vrijwel nergens in de wereld bijval vinden. Ook treft men andere samenlevingsregels aan. De berokken deputaten komen bij de volgende synode bliikens een verslag in het Ned. Dagblad met het voorstel "dubbele correspondentie met buitenland niet uitsluiten" (daarover een volgend keer) en zij schrijven aan de synode dat er rekening mee gehouden moet worden: "dat de Here Christus zijn kerk onder verschillende volken, welke elk door hun bijzondere geografische ligging, historie en cultuur zijn bepaald, vergadert zodat buitenlandse kerken om verschillen op oudergeschikte punten inzake Wijze van belijden, liturgie, kerkorde en praktijk niet veroordeeld zullen worden". Het is mijn bedoeling met de verhoudingen verder te polariseren en daarom spreek ik mijn dankbaarheid uit voor deze ontwikkeling. "Hier opent zich mogelijk een perspectief voor toenadering. Wanneer men in het buitenland onderscheidingen als onzichtbare kerk, meer of minder zuivere" kerk aanvaardt dan ben ik daar blij om al houd ik-bezwaren tegen deze termen. , Deze nieuwe openheid worde ook in, ons vaderland werkelijkheid.) Het wordt de hoogste tijd dat de zwaarden worden omgesmeed tot ploegscharen en de speren tot snoeimessen om,elkaar bij te staan in de strijd tegen de geest van onze tijd, die zoveel slachtoffers maakt."