Boekbespreking

1989-09-15
  • Jaargang 33
  • nummer 19

ds. C.A. Korevaar 'Alsmaar ouder worden'
Uitg. Kok, Kampen, 140 bladz. f 19,90

Dit boek verscheen als deel 25 van de Reformatie-reeks. Deze serie wil thema's die actueel zijn, aan de orde stellen vanuit het reformatorisch belijden en boeken doen verschijnen die bijbels verantwoord zijn. De inhoud ervan is gericht op geïnteresseerde gemeenteleden, Zoals blijkt uit de namen van de medewerkers aan deze serie ziet de redactie die geïnteresseerde gemeenteleden in eerste instantie binnen de Gereformeerde Bond in de Ned. Hervormde kerk.
Het aan de orde gestelde 'ouder worden en oud zijn' raakt ons allen.
Hoe kunnen we dat beleven in de gemeente waarin we een plaats kregen? ds. Korevaar is emeritus predikant en schrijft derhalve vanuit de verbondenheid met die ouderen.
Dat bemerk je, want zijn boek is v61 pastorale ervaringen. Het beschrijft breed de weg naar die ouderdom en het ervaren van het oud zijn. Oud worden, zegt hij, is een zegen: een lang leven, onder Gods beloften, temidden van Gods gemeente. Oud worden is ook een zorg: de krachten nemen af, je wordt hulpbehoevend, ondergaat verschillende beperkingen.
Dat laatste heeft in het boek een grote plaats gekregen. De auteur schrijft breeduit over de verveling, de eenzaamheid, het dement worden.
Je zoudt wensen dat het gezegend zijn méér klemtoon had ontvangen.
Want weliswaar brengt de oude dag zijn eigen problemen mee. Maar geldt dat niet voor het hèle leven, voor de levensgang van ieder?
Jonge mensen moeten teleurstellingen verwerken, in gezinnen komen soms nare dingen voor, in het persoonlijk leven is er veel strijd. Allen kennen het zuchten van de schepping (Rom. 8). Maar in dat alles mogen we toch vertrouwen op de HERE, die krachten geeft en het leven verlicht, lichter maakt door Zijn beloften.
Haast als terloops geeft de schrijver dit zelf ook aan. "Waar de Naam van God wordt genoemd en gekend, komt de ouderdom. in een ander licht te staan" (12), maar 't is alsof hij , zich dan rept met z'n waarschuwing om toch voorat bezig te zijn met 'zelfonderzoek'. Oud worden, ja, maar dan ook meer weet hebben van de 'oude mens'. Je kunt niet zomaar zeggen dat je ervaart wat in Spr. 16:31 staat: "De grijsheid is een sierlijke kroon; zij wordt op de weg van de gerechtigheid gevonden."
(19) Via soortgelijke vraagstellingen is de schrijver regelmatig bezig met wat ik zou willen aanduiden met 'godsdienstigheid', dit in onderscheiding van het bezig zijn met de Schriften, de beloften van de HERE voor dit en het toekomend leven.
Zijn 'reformatorisch belijden' draagt duidelijk het stempel van de 'nadere reformatie'. Een boek om aan je (groot)ouders cadeau te doen? Misschien. Maar lees het dan tevoren en vraag je af of je hen een dienst bewijst met zoveel praten over een moeilijke situatie, waarin ze verkeren of die er komen kan. Niet ieder behoeft alles te verwerken en je moet onze ouderen geen zorgen aanpraten. De Schriften zijn vol bemoediging; spreek daarover maar veel met hen.
Ambtsdragers, die in hun werk regelmatig ouderen bezoeken, treffen wellicht in dit boek informatie aan, die hen van dienst kan zijn.

De laatste levensglans lag over hem
In afscheid nemen en ontzeggen moeten
Van kleine vreugden, die het leven zoeten,
En iets gebrokens in gebaar en stem.
Hij liep behoedzaam, en de wandelstok
Werd losgelaten, of hij nog niet steunde,
Maar als hij statig in de tuinstoel leunde,
Trilden zijn knieën, en een kleine schok
Ging door zijn fijn omzilverd benig hoofd,
Nauwlijks gevoeld, en dadelijk bedwongen.
Hij sprak zo argeloos nog als een jongen
En zo eerwaardig als een opperhoofd.
Zijn lachen werd alwetend, en zijn blik.
Omving ons met een zuiverend liefkozen,
Zoals men 's avonds kinderen en rozen
Kan naderen met een verheugde schrik.
En als hij kalmpjes treuzlend 't zonnig pad
Afwandelde, kwam ons een groot ontroeren,
Waren Gods englen bezig hem te ontvoeren?
Wij zagen dat hij haast geen schaduw had.

Willem de Mérode (Uit 'De stille tuin')

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief