Pastorale Notities
1988-04-22
God troont op lofgezangen- Jaargang 32
- nummer 16
Een paar jaar geleden maakten wij met een paar van onze kinderen een autotochtje. Achterin zat onze jongste kleindochter. Ze zal toen drie geweest zijn. Het duurde haar te lang en ze werd een beetje dreinerig. We kwamen langs een weiland met schapen en om haar af te leiden zei ik: "Kijk, Suzan, schaapjes ", Ze keek heel even opzij, alsof ze mij wilde controleren en zij toen: "Goed zo, opa!".
Waarom hebben we daar toen zo om gelachen?
Omdat grote mensen de lofprijzing van een kind niet ernstig kunnen nemen. Zij kunnen het zich niet veroorloven, zich daardoor vereerd te voelen. Het is alleen maar potsierlijk als een turf van drie een oudere man prijst.
Ik moest hieraan denken toen we onlangs op een zondagochtend In de kerk een lofzang zongen.
Dat het toch eigenlijk zo wonderlijk is dat de Here zich daarin kan verblijden.
Alle geschapen dingen mogen de Here loven, maar van de meeste dingen geldt dat ze dat alleen maar kunnen door hun bestaan. Zoals een brug uit het landschap oprijst en daardoor zijn maker prijst.
Maar voor de mens komt daar wat bij.
Hij mag nadenken over God en zijn werken en dan mag hij daar een oordeel over hebben en hij mag dat vervolgens in lovende woorden gieten.
En dan schiet de Here daarbij niet in de lach.
De bijbel zegt ons ook andere dingen, dingen die ons klein maken.
Daar moeten wij onder buigen, heel diep. Maar wij zijn niet geschapen om dan maar diep in het stof gebogen te blijven liggen. Door schuldbesef getroffen en geslagen.
Wij worden daarna opgericht en uitgenodigd om het stof van het kleed te slaan en recht overeind op beide benen staande, de Here te prijzen.
En dat neemt de Here God dan volstrekt ernstig.
We lezen zelfs dat Hij troont op de lofzangen van zijn volk. Hij zit er op als op een prachtige zetel. De Here God is vereerd.
Daartoe zijn wij door God geschapen.
Het best gaat dat in de kerk.
Omdat je alleen met alle heiligen de hoogte, diepte, lengte en breedte van Gods heil kunt doormeten. In je eentje slaag je daar nooit helemaal in en blijft het loflied je ook vaak In de keel steken. Maar in de kerk neem je elkaar mee.
Daarom kunnen we de kerkdienst ook maar het best staande beëindigen. Niet voorovergebogen in het stof, maar recht overeind.
Mët het hoofd omhoog.
Niet hulpeloos maar schuldig.
Maar gerechtvaardigd.