‘Hier kun je best wezen’

2011-02-18
  • Jaargang 55
  • nummer 4
Als geestelijk verzorgers houden we groepsactiviteiten voor demente bewoners van het verpleeghuis. Is dat wel zinvol? Zeg niet te snel ja. Soms is het ook voor professionals een zoektocht.

Op een donkere herfstige ochtend met veel wind zingen we op ‘de Brink’ met bewoners. Buiten jagen donkere wolken over en we beginnen dus met ‘Daar ruischt langs de wolken’. Ik probeer een gesprek op gang te brengen over de wolken. Van wolken kun je nat worden, weet uiteindelijk iemand te vertellen.
Is er ook iets ‘boven de wolken’ of ‘achter de wolken?’ Vragende gezichten. Mevrouw F. begint het lied weer op te zeggen. Mevrouw M. is huilerig, enkelen dommelen weg en mevrouw F. maakt aanstalten op te staan. Tot overmaat van ramp zit mevrouw B., die anders altijd het hoogste (vrolijke) woord heeft, nu voor zich uit te staren. Blijkbaar heeft de sombere herfstmorgen ook haar geïnfecteerd.
Ik stap in mijn hoogstpersoonlijke valkuil en geef zelf de antwoorden maar. ‘Achter de wolken schijnt altijd de zon.’ ‘Na regen komt zonneschijn.’ Die spreekwoorden herkennen ze. We kunnen een zon zijn voor elkaar, opper ik. Dat beaamt mevrouw v. D.
Beseft ze wat ze beaamt? Op mijn vragen krijg ik verder soms de meest absurde antwoorden. Meneer T. volgt zijn primaire zintuiglijke indrukken en maakt een opmerking over de kleur van mijn bloes. Nee, ze zijn vandaag niet uit hun eigen wereldje te trekken. Wat ben ik hier toch aan het doen? Ik beperk me verder tot het zingen van bekende verzen.

Wat is de betekenis van een groepsgebeuren als dit? Met de activiteitenbegeleidster en de vrijwilligerster kijk ik terug. We zoeken naar betekenis. Niet voor onszelf, maar voor de bewoners. De tijd van het jaar speelt een grote rol. De bladeren vallen en op de andere afdelingen was men ook niet vooruit te branden, weet de begeleidster. Maar samen komen we toch tot een verbazingwekkende lijst betekenisvolle zaken.

- De mensen zijn van de afdeling af en ‘samen’. Wanneer ze weer terugkomen op de afdeling, zijn ze ‘uit’ geweest.
- Mevrouw H. zegt nauwelijks meer iets, maar zong toch drie van de acht liederen mee. Er gebeurt blijkbaar iets in haar.
- Op sommige momenten kijkt zeker de helft van de mensen mij verwachtingsvol aan, alsof ze de woorden uit mijn mond willen trekken. Ook al weten ze niet precies wát mijn woorden betekenen, ze voelen aan dát ze iets betekenen. Mevrouw B. luisterde intensief naar het Bijbelverhaal.
- Mevrouw K. was even gedreven en enthousiast in het opzoeken en lezen van de bladzijnummers als altijd, waarbij ze zorgzaam haar buurvrouw hielp. Ze is bezig met een taak en wil die goed doen. Daar geniet ze van.
- Mw. v. D. beseft misschien niet helemaal wat ze beaamt, maar ze beaamt in elk geval. Als je kunt laten blijken het ergens mee eens te zijn, doe je er toe. Het verbindt je met de wereld.
- Meneer T. maakte niet alleen opmerkingen over mijn bloes, maar reageerde ook op de illustraties in het zangboek: ‘die melkbussen zijn zwaar’. Een stukje uit zijn leven als boerenzoon en leraar landbouwschool kwam terug.

Verbazingwekkend wat je aan betekenis kunt vinden als je je eigen ideeën over wat belangrijk is loslaat en je verdiept in de ander. Als je de meest basale niveaus van het mens-zijn serieus neemt.

Na afloop staat meneer T. als een echte leraar in zijn karakteristieke houding met de handen in de zakken goedkeurend rond te kijken. ‘Mooie ruimte hier’, zegt hij. ‘Hier kun je best wezen.’
Pas achteraf realiseer ik mij de betekenis van zijn opmerking. Als dat overblijft na een zangactiviteit, dan doe ik het ervoor: ‘Hier kun je best wezen.’

Job Smit is geestelijk verzorger bij Viattence Heerde, verpleeghuis Wendhorst.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief