Nabetrachting bij de Tweede Kamer-verkiezingen

1989-09-29
  • Jaargang 33
  • nummer 20
Het lijkt wel of er over de uitslag van de laatste Tweede Kamer-verkiezingen een algemeen gevoel van tevredenheid heerst. Je hoort weinig echt gemopper. Werkelijk grote verschuivingen hebben zich niet voorgedaan, de VVD heeft haar verdiende afstraffing gekregen, de zorg voor het milieu heeft een zekere weerklank gevonden, de alom gerespekteerde heer Schutte heeft een tweede man naast zich mogen begroeten, en de grootste prestatie: het CDA onder de heer Lubbers is na bijna twee regeerrondes in zetelaantal gelijk gebleven. Dit laatste lijkt mij een weerspiegeling van de algemene stabiliteit die er op het ogenblik op politiek gebied heerst.
Ook op internationaal politiek gebied.
Zeker, er is veel aan de hand, zoals er altijd veel aan de hand is, maar de oorlogsfakkel laait toch nergens zo fel op dat de vrede tussen de volkeren er ernstig door bedreigd wordt. Ik geloof daarom dat er vandaag de dag reden is om in de kerken te danken voor de rust die we beleven en voor de wereldwijde ontspanning waarvan we getuige zijn. Wij zijn gewend aan politieke voorbede in de kerken, laten we (zonder in euforie te vervallen) het politieke danken niet vergeten. Wie zegt dat wij de betrekkelijke rust op politiek gebied meer dan nodig hebben om ons met andere urgente problemen zoals die van het milieu bezig te houden, heeft gelijk. Toch is het goed om bij het ongewone van die politieke rust stil te staan en daarvoor te danken. Ik weet wel, dankbaarheid lijkt tuttig en bezorgdheid staat beter, maar wie echt bidt om vrede zal ieder spoortje van verhoring blij begroeten.

Sekularisatie
Intussen gaat in ons werelddeel en in ons land de sekularisatie gewoon door. Dat wel. Toen ik onlangs Voor de tv naar de verkiezingsuitslagen zat te kijken en naar de kommentaren daarop luisterde, viel me dat nog weer eens op. Heel openlijk, alsof het de gewoonste zaak van de wereld was, werd vastgesteld dat het CDA toch eigenlijk uit christelijk oogpunt verwaterd is, zodat het geen wonder is dat daarnaast andere christelijke partijen in de politieke arena zijn verschenen, die weliswaar kleiner zijn maar het christelijke beginsel meer hoog houden. Hé, dacht ik, vroeger kon je zulke dingen niet hardop zeggen of je kreeg de wind behoorlijk van voren.
Er was moed voor nodig om zoals de heer Jongeling destijds deed van het stille sterven te spreken. Maar blijkbaar wordt het vandaag niet meer erg gevonden dat je bent opgehouden christelijk te zijn.
Dat is de sekularisatie. Ook op partijen als het GPV wordt minder ridikuliserend gereageerd, niet meer vanuit een aangevochten geweten dat meent zich te moeten verweren.
De publieke opinie wordt niet meer door de (grote) kerken bepaald.
Nogmaals, dat is de sekularisatie.
En hoezeer men over de oorzaak daarvan verdriet moet hebben, dit gevolg acht ik winst. Ook wel mede vanwege een daaruit voortvloeiend effekt dat zulke kleinere partijen als het GPV en de RPF nu de gelegenheid krijgen uit hun fixatie op het CDA meer los te komen om zich met voorbijgaan van deze grote lobbes rechtstreeks met het politieke bedrijf te bemoeien. Je krijgt op deze wijze tets dat vergelijkbaar is met wat ik voor de evangelisatie wel eens bepleit heb: dat de kerken met een bijbelse boodschap langs een soort tunnel onder de gesekulariseerde kerken door in de samenleving zelf terecht moeten zien te komen, dus zonder zich de handen te laten binden door een verwaterd christendom.

Geborneerd
Wat voorts het GPV en de Vrijgemaakten betreft, het blijkt helaas nu al dat het sterke benen zijn die de weelde van enige winst kunnen dragen.
Want wat was dat nu toch voor een opmerking van de heer J.P. de Vries, de zeer bekwame hoofdredakteur van tiet Nederlands Dagblad, om zich in het hoofdartikel van 8 september jl. af te vragen wat voor eigen inbreng de RPF tussen SGP en GPV nu eigenlijk (nog) heeft. Men' moet met zo'n vraag toch wel duchtig spekuleren op het geheugenverlies van de lezers! Want hoe is die RPF er ook al weer gekomen? Zij is als een verlegenheidspartij gestart door diegenen die zich in hoge mate in de politiek van het GPV herkenden maar zich de weg tot het lidmaatschap van die partij versperd zagen omdat de Gereformeerd Politiek Verbonders aan hun kerkelijke eenkennigheid wilden vasthouden. Dan nu aan zo'n partij te vragen: 'wat d6en jullie eigenlijk op het politieke erf?', zonder die eigen kerkelijke gebondenheid te laten vallen, grenst voor mijn besef aan het brutale. Dit is nu weer de gereformeerde geborneerdheid ten top. Ik heb altijd luid om mij heen geschetterd dat ik op het GPV zou blijven stemmen zolang deze partij nog geen 50+ 1% van de stemmen haalt (omdat van mij als nederlands gereformeerde natuurlijk niet gevergd kan worden dat ik met nog verder gaande steun medewerking zou verlenen aan mijn eigen verbanning naar Duivelseiland of zo). Maar nu ik na zegge en schrijve één zetel winst al zulke geluiden hoor, besef ik dat ik met mijn vijftigplus-één-procent drastisch omlaag moet ... Jammer, want de politiek van het GPV gun ik ons land van harte.
Nog meer, eerlijk gezegd, dan die van de RPF.

Racisme
Wat ik niet zo goed kan begrijpen is de kommotie rondom de opnieuw verworven zetel van de Centrum Demokraten. Tot in de hoogste politieke regionen toe wordt daar met zorg op gereageerd en spreekt men als om strijd zijn afschuw daarover uit. Maar het gaat toch maar om één zetel die bovendien nog bezet wordt door een vrij onnozele figuur? Wat voor gevaarlijks is daarvan nu toch te vrezen? Of zou achter dit overgevoelig reageren een kwaad geweten schuil gaan? Het kwade geweten van een samenleving die aan haar onderste lagen lasten oplegt die ze zelf met geen vinger aanroert.'Want' het is natuurlijk heel iets anders om vanuit de hoge en droge villawijken van Buitenveldert (bij wijze van spreken) allerlei idealen over de multiraciale samenleving uit te broeden dan deze ideeën in de volkswijken van Amsterdam Oost in de praktijk om te zetten. Vreest men misschien dat als er een bekwaam en aansprekend iemand opstaat om de gevoelens van onbehagen hierover onder woorden te brengen er een veelvoud van zetels voor de CD uit de stembus komt rollen? Ik vrees dat die vrees terecht zou zijn.
Het ware alternatief voor het allerwege weer opkomende racisme is nog altijd de christelijke gemeente die bij het Woord leeft. Zij is de echte en enige internationale. Psalm 87 zet die zingend voor ons neer. En in de praktijk zijn het de evangelische kerken in de steden, de Pinksterkerken voorop, die dit beeld het meest nabij komen. Maar ook de andere kerken, al is het dat ze daar ook maar iets van hebben, doen goed het gemengde karakter van haar ledenbestand ten volle serieus te nemen. De gemeente is de beste oefenplaats om met het anders zijn van anderen te leren omgaan. Je kunt daar ook leren dat dat van weerskanten offers vraagt, want van al het mooie en goede in het leven geldt: niets voor niets. De politiek is op dit punt vrij machteloos omdat het hierbij om mentaliteiten gaat en het politieke leven de middelen mist om daar blijvende invloed op uit te oefenen.
Zelfs wetten helpen niet echt.
Ze zijn krachteloos door het vlees, zoals de apostel schrijft (Romeinen 8:3), dat wil zeggen dat ze afstuiten op de hardheid des harten. Wat hier nodig is is de bevrijdende boodschap van het evangelie. Als die aanslaat kan er gezegd worden: "Aanvaardt elkander zoals ook Christus ons aanvaard heeft" (Romeinen 15:7). De kerk (of eigenlijk: het evangelie) heeft tegen het racisme werkelijk de sterkste troeven in handen. Zou het kunnen dat een ontkerkelijkte samenleving dit heel diep nog weet en daarom in paniek dreigt te slaan bij elke ritseling van rassenwaan?

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief