Terloops
1989-09-29
Twee goede vrienden van me schreven een boekje: George Brucks, bekend van zijn werk voor Youth tor Christ in Nederland, Europa en daarbuiten, en Piet van Midden, gereformeerd predikant te Driebergen; voorheen in Zaltbommel. Ze gaven het boekje de titel 'Ik zie je zitten' en droegen het op aan twee kosteressen te Zaltbommel en Driebergen.- Jaargang 33
- nummer 20
Aan de namen voegden ze toe: “die de kerk een vriendelijk gezicht hebben gegeven".
Wat is de bedoeling van dit boekje?
Het gaat de schrijvers om het 'vriendelijk gezicht' van de kerk en ze merken het volqende op: "Een heleboel mensen zien het dan ook niet meer zitten en haken af.
Meestal schuiven ze geruisloos de kerkbanken uit. Te linker en te rechter zijde. Wie zag ze zitten en wie ziet ze nog zitten?
Daar zit natuurlijk het probleem: is er zoiets als ontmoeting geweest?
Want 'ontmoeting' is het sleutelwoord, de code in de kerk. Mensen hopen in de kerkelijke gemeenschap God te ontmoeten. En dat lukt alleen als je ook elkaar ontmoet, God doet het nu eenmaal niet zonder mensen.
Zien mensen God niet zitten of elkaar niet? Dat is, moeilijk uit elkaar te houden. Nu kun je 'ontmoeting' niet organiseren: Je hebt er een vleugje van Gods Geest voor nodig en die trekt zich nu eenmaal van' onze organisatieschema's weinig aan. Maar je kunt wel voorwaarden scheppen voor ontmoeting. Je kunt muren die tussen mensen instaan, afbreken. Soms zijn een aangename temperatuur en een stoel, waarop het prettig zitten is, zo'n voorwaarde. Soms zijn zaken als het letten op je houding en je taalgebruik, een goedgekozen tijd, een kopje koffie, zulke kondities."
Dat was een lang citaat. De bedoeling kan duidelijk zijn. De schrijvers hebben een aantal drempels in en om de kerk opgespoord en geprobeerd aan te geven, hoe het anders en beter kan. En bij dat alles gaat het om de ontmoeting. We zeggen wel eens, dat we eén bepaalde zaak niet zien zitten. We zeggen ook wel, dat we het een of ander niet zien zitten met die of die. In Gods gemeente echter zullen we een ander altijd moeten zien zitten.
Voorzichtig met regels
We kennen allemaal de geschiedenis van de barmhartige samaritaan.
Voordat die man een medemens langs de weg helpt,zijn een priester en een leviet voorbij gelopen. Bij de beoordeling hiervan moeten we wel bedenken, dat beide volgens de ' oud-testamentische voorschriften geen dode mochten aanraken, om niet verontreinigd te worden. De samaritaan heeft van die voorschriften geen last en loopt geen enkel risico. Het zijn dus niet zo zeer die twee mensen, die het niet goed doen, maar het zijn de regels, die de hulpverlening in de weg staan. Nu, hebben wij in onze kerken niet zoveel regels als bv. de hervormde en gereformeerde kerken (regels voor katechese, richtlijnen voor huisbezoek enz.), maar de regels kunnen soms de Regel in de weg staan. Dan worden regels dodelijk. De schrijvers noemen dit voorbeeld. Wellicht kunnen wij er ook wat mee doen.
Er zijn nogal wat mensen, die in verband met een verhuizing onderduiken.
Jongelui leveren de 'attestatie' in, lezen hun naam in het plaatselijke kerkblad, spreken met iemand over hun kerkelijke bijdrage (de commissie van beheer is er vaak gauw bij) en gaan naar de kerk, maar ze ontmoeten er niemand.
Niemand ziet hen echt zitten. Dan gaat de lol - vergeef me het woord er gauw af. Ze slapen zondagmorgens eens uit en gaan niet naar de kerk. Als de ouders op bezoek komen, wordt de oude gewoonte hervat.
Je kunt natuurlijk een heleboel op die jongelui aanmerken, maar als een gemeente vreemde kerkgangers niet ziet, is het dan een lévende gemeente?
Je kunt met een voldaan gezicht vaststellen, dat het met de kerkverlating wel mee valt, maar wordt er ook wel eens over kerkgroei gedacht. De schrijvers komen in dit verband met het volgende verhaal; "Er was eens een man met een goedlopend bedrijfje. Hij dacht aan uitbreiding, maar iedereen in de buurt zei: "niet doen, want je hebt de konjunktuur tegen. 't Gaat overal slecht en straks slaat de recessie ook bij jou toe". De man liet zich van zijn plannen afbrengen en breidde zijn zaak niet uit. Maar de klanten werden ontevreden, omdat hij ze niet meer adekwaat kon bedienen en bleven weg, het bedrijfje zakte steeds verder in het moeras. Toen de man na verloop van tijd zijn verlopen bedrijfje bekeek, zei hij: "Ze hebben gelijk gehad, goed dat ik niet geïnvesteerd heb."
Proeft u het?
Je moet ook in de kerk willen investeren, niet in machines, maar in daadkracht. Misschien komt er dan ook wel een goede schrijfmachine en een goed fotokopieerapparaat voor het maken van een mooi kerkblad.