Tussen kerk en keuken

1989-09-29
  • Jaargang 33
  • nummer 20

Hemel

"Als ik dood ga, hè", zei Reinier, al kauwend op een boterham, "dan ga ik eerst naar de Here God en dan ga ik weer naar de aarde".
Wij keken hem geboeid aan.
"Hoe kom je daar zo bij", vroeg ik.
"En eet eerst je mond leeg."
Demonstratief met op elkaar geknepen lippen at hij door. Dat gaf ons gelegenheid om zijn mededeling te verwerken en een passend antwoord te geven.
"Je bent nog heel jong ... Je gaat zo maar niet dood", zei Joris.
Reinier haalde zijn schouders op.
"Je kunt best doodgaan als je klein bent ..."
Nu was daar niets tegen in te brengen en ik vroeg hem nog eens "Hoe kom je daar eigenlijk bij, Reinier ... wie zegt dat?"
Ik wist zeker, dat deze gedachte niet van zijn meester afkomstig was, want dat is een uiterst rechtzinnig man, behorend tot 'de Vergadering' der gelovigen'. Onderwijs is voor hem een middel om het evangelie te brengen en hij vertelt de bijbelse verhalen met zoveel gloed, dat ik haast handenwrijvend tegen hem zei, toen bekend werd dat hij Reinier een jaar onder zijn hoede zou krijgen: "Ik heb al tegen mijn man gezegd ... We hoeven een jaar niets te doen aan de godsdienstige opvoeding van Reiniertje" .
Hij reageerde geschokt en ik troostte meteen dat het maar bij wijze van spreken was en dat deze opmerking een bedekt compliment inhield.' De weifelende blik die ik kreeg, getuigde ervan dat zijn gunstige opinie over de degelijke Nederlands Gereformeerde opvoeding een deuk had gekregen. (Er even van uitgaande dat hij die had).
Reinier had zijn boterham achter de kiezen en formuleerde keurig een antwoord. "Dat zeggen jullie zelf toch. Eerst ga je dood en dan ga je naar de Here God en dan ga je naar de nieuwe aarde". ,,0 ... bedoel je het zo", zei ik, opgelucht dat er geen reïncarnatiegedachte schuil ging achter zijn opmerking.
Vrijwel ieder kind heeft een periode waarin het een levendige belangstelling heeft voor het hiernamaals.
Toen onze oudste kinderen in leeftijd zo'n beetje om de tien jaar cirkelden, las mijn man 's avonds na het eten, voor uit de kinderbijbel van Anne de Vries: 'Mozes gaat naar de hemel'.
De kinderen luisterden aandachtig en toen het verhaal uit was, zei Janneke bespiegelend: "In de hemel is geen honger meer en geen dorst."
"Nee", zei Jan Wiepke, "en je kan er geen pijltjes schieten ook, want dát doe je toch niet in de hemel" Er klonk duidelijk spijt door in zijn stem, dat één van zijn favoriete bezigheden van dat moment, in de hemel niet meer beoefend zou worden.
"Toch zul je je er niet vervelen hoor", merkte Jarineke op met het air van een ingewijde. "Dat zegt God zelf in zijn boek ... ik denk dat er in de hemel speelgoed is".
Voordat de jongens de kans kregen hier op in te haken en verlanglijstjes voor de hemel samen te stellen, legde mijn man de losgeraakte band en het scheppingsverhaal weer op de rest van de kinderbijbel. (Ik laat u zo even fijntjes weten, dat de zorg van Reiniers onderwijzer overbodig was, want als een kinderbijbel uit elkaar valt wordt er veel uit gelezen).
Toen zei hij met vaderlijk gezag: "We weten niet hoe het in de hemel is ... Alleen dat we er heel gelukkig zullen zijn."
Dat stemde de kinderen tevreden, Hun moeder ook trouwens!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief