Klein, klein kindje
2011-02-18
Het jongetje huilde… Logisch, dat doen kleine kinderen.- Jaargang 55
- nummer 4
Toch heeft de heilige schrijver het opgeschreven.
(bij Exodus 2:1-10)
Het jongetje huilde en door zijn gehuil hoorde de prinses hem. Het is een soort signaal. Ergens heeft het te maken met de vraag: ‘Waar is de HERE God?’ Je hoort nauwelijks iets over Hem. ‘Jaren gingen voorbij’, schrijft de verteller. Onzichtbaar aanwezig…
Tof
Het draait in dit verhaal helemaal om het kind, dat later Mozes heet. Zelfs zozeer, dat het lijkt alsof hij het eerste kind is van zijn ouders. Later blijkt dat hij een oudere zus en een oudere broer heeft.
De moeder ziet dat het kind mooi is. Eigenlijk staat er dat ze zag dat het kind ‘tof’ was, ‘goed’. Opnieuw, net als bij het begin van hoofdstuk 1 is dat een herinnering aan Genesis 1. Daar hoor je een aantal keren dat God zag, dat wat Hij gemaakt had, goed was. Dat het beantwoordde aan zijn bedoeling, dat Hij er wat mee kon. Hier ontdekt de moeder: dit kind is ‘tof’, van hemelse oorsprong. Ze voelt het, ze weet het. En zo’n kind mag niet te vroeg aan zijn einde komen. Zo’n cadeau van de HEER, dat laat je niet vallen.
Moed
Alle focus ligt op dit ene kind. En zijn verhaal begint bij die dappere moeder van hem.
Zelfs al eerder natuurlijk: bij die dappere vroedvrouwen. Maar hier is het de dappere moeder en onderschat de zus van dit baby’tje ook niet. Want het zat er natuurlijk dik in dat de prinses zou begrijpen dat de moeder van dit zo hulpvaardige meisje de moeder van het baby’tje was. Vlak trouwens ook de moed van de prinses zelf niet uit. Met haar redding van dit jongetje gaat ze rechtstreeks in tegen het bevel van haar machtige vader. Dan heb je wel moed!
Reddingsarkje
Baby Mozes, in een miniatuur-reddingsark. En dan zie je ook hier de symboliek. Het is echt kantje boord. Redt hij het? Of redt hij het niet?
‘Klein, klein kindje,
dit mandje wordt een boot.
Daarmee moet jij gaan varen
op leven of op dood.’
(ELB 457)
En zo is het. Een beeld van het leven van ieder mens. En zeker een beeld van mensen, die horen bij Gods volk. Want het gaat hier in Exodus 2 niet om een particuliere geschiedenis, een kijkje in het album van de historie van Mozes. Het gaat hier om Gods volk. Juist ook als de HEER zo ver weg lijkt. Immers, de Israëlieten werden afgebeuld tot en met, als gevolg van de zegen van hun groei…
Hoe te leven?
Uit onze geschiedenis haal ik dit: ook als de HEER afwezig lijkt en zijn Naam niet genoemd wordt, blijft het parool: leef je leven. Laat je geweten spreken en je gevoel. Zoals die moeder doet en die zus, maar ook de prinses. En wie weet… wie weet of de HEER het zegent!
Deze zo belangrijke persoon voor Gods volk, deze voorloper van Jezus, had er eigenlijk niet mogen zijn, maar hij kwam en bleef. En waardoor?
Menselijk en daarin goddelijk
Je kunt zeggen: dankzij de HERE God. Toch legt de Bijbel hier juist alle nadruk op de moed van vrouwen. Op het noodplan van de moeder, op een vindingrijke zus, op het medelijden van de prinses. En zo mag dit kind bestaan. Eerst een hele tijd bij zijn moeder – je hoort niets over de vader. En dan brengt zij hem naar de dochter van de farao.
Eigenlijk kan dit natuurlijk helemaal niet, zo’n Hebreeuwse jongen met de doem van de dood over zich. ‘Gedoodvonnist’ door de farao… en in leven gehouden door zijn dochter! Het is allemaal zo door en door menselijk. En juist daarin zo goddelijk! Onzichtbaar aanwezig.
Humor
Dan komt er nog een staaltje humor. Al direct in het begin, want de moeder van dit kindje krijgt er nota bene voor betaald, als ze zorgt… voor haar eigen kind!
En als hij vervolgens bij farao’s dochter komt, dan krijgt hij een naam. Hoe hij tot dan toe heette, is onbekend. De prinses noemt hem ‘Mozes’, ‘want ik heb hem uit het water gehaald’, zo zegt ze. Uit het water gehaald. Dat wil zeggen: uit de sfeer van de dood, uit de bedreiging.
Zelfs in zo’n harde wereld als die van Egypte toen, zelfs in de harde wereld van nu, licht opeens ontferming op. ‘Ik heb hem uit het water gehaald.’ Gered door de prinses, door die Egyptische vrouw uit het water getrokken. En daarmee symbool voor Gods redding.
Zin?
Het begint allemaal zo klein. Een vrouw, een van de vele buitenlandse vrouwen in Egypte, verzint een list. ‘Daarmee moet jij gaan varen op leven of op dood.’ Wat heeft het voor zin?
Wie weet hoeveel jongetjes gedood zijn en wellicht alleen deze ene gered. Maar zeg niet: dat heeft geen zin. Want dit ene kind wordt wel een leider van jewelste.
Doe wat je hand vindt om te doen. Laat je geweten, je gevoel, je denkkracht spreken en laat daardoor je handelen bepalen. Dan zal de HEER - onzichtbaar aanwezig - je zegenen.
Niet te volgen. Denk aan die moeder die haar kind afstaat. Niet te volgen. En toch… goed.
De HEER werkt. En Hij doet het maar al te vaak via mensen, zijn mensen.
Jou?
U?
Ds. Mark Janssens is predikant van de NGK (Jeruzalemkerk) Utrecht.