Het loopt de Here niet uit de hand!
1987-03-13
Bij de lezing van dit gedeelte voelde ik eigenlijk steeds een vraag bij me opkomen. Wat voor ZIN heeft deze profetie van Agabus nu eigenlijk gehad? Wat voor nut stak er nu eigenlijk in, dat hij Paulus' gevangenneming en zijn overgang in de handen van de Romeinen voorzegde? En hij bracht zijn boodschap nog wel over als een woord van de Heilige Geest zèlf (11)! - Jaargang 31
- nummer 10
We kunnen die discipelen daar in Caesarea zo goed begrijpen, niet waar? Zij vinden, dat Paulus de boodschap moet opvatten als 'een waarschuwing om niet naar Jeruzalem te gaan. Waarom zou je de uitspraak van de Geest ook ànders opvatten? Denk eens aan David in de oude tijd.
In Kehila raadpleegde hij de Here, of Saul zou oprukken en of de burgers van Kehila hem aan Saul zouden overleveren. En als de Here door middel van de efod op de beide vragen bevestigend antwoordt, dan weet David wat hem te doen staat. Hij trekt haastig weg uit die bedreigde stad -zie 1 Sam. 23:9-13. Goed van David. Hij heeft zich láten waarschuwen.
Goed van de discipelen in Caesarea, zouden we ook willen zeggen. Het is alleen maar goed en nuchter de boodschap van de profeet Agabus als een waarschuwing op te vatten, Toch gaat Paulus hiermee niet akkoord. Hij zegt tot de discipelen, dat Zij zijn hart niet week mogen maken.
Zij zouden hem daarmee als verzoekers in de weg treden. De reis naar Jeruzalem is opdracht. Terwille van de naam van de Here Jezus (13). Deze vaste overtuiging dankt Paulus aan ... diezelfde Heilige Geest! Hij reist immers,' zo zegt hij zelf, "gebonden door de Geest" naar Jeruzalem (20:22)!
En zo komen we dan terug op de vraag, die ik al formuleerde: Wat , voor zin en wat voor nut heeft die boodschap van Agbus - wóord van de Geest! - dan eigenlijk gehad? Als zij niet de zin van een waarschuwing' mocht hebben, welke zin blijft dan nog over?
Schijnbare schade!
In het kort gaan we nog eens na, wat de boodschap van Agabus heeft uitgewerkt. De discipelen in Caesarea komen tot een reactie, die we ons buitengewoon goed kunnen voorstellen: Laat Paulus zich gewaarschuwd weten! Een voor de hand liggende uitspraak! Wat had je van hen anders moeten verwachten? Maar...met die zo vanzelfsprekende reactie dreigen ze voor Paulus te worden, wat Simon eenmaal was voor de Here zèlf: een aanstoot, een "satan"!
En daarmee is tegelijk uitgedrukt de schadelijke uitwerking van het gebeuren op Paulus zèlf. Met kracht moet hij erop aandringen, dat ze zijn hart niet week zullen maken, niet van kracht tot de opdracht zullen beloven! Wat was Agabus' optreden met zijn nasleep ook voor Paulus zèlf anders dan een verdrietig en gevaarlijk intermezzo?
En tenslotte gaat alles toch door op de eenmaal uitgezette koers. Paulus gaat naar Jeruzalem, gebonden door dezelfde Geest, wiens woord Agabus heeft overgebracht! De discipelen geven het over in de hand van de Here,en zien van hun pogingen af. De storm heeft zich gelegd. De rust is weergekeerd. Maar juist dat doet ons terneer vragen naar de zin van wat toch eigenlijk niet meer leek te zijn dan een schadelijk en verdrietig intermezzo! Lijkt het niet alsof de, Heilige Geest zichzelf tegenwerkt?
‘...opdat gij u moogt herinneren...'
Als dergelijke vragen bij je gaan opkomen is het wel zaak, datje er op een goede manier uitkomt. Daar. kun je niet mee blijven zitten! Vaak is het dan zo, dat je je niet moet blijven blindstaren op de tekst, die je de moeilijkheid bezorgde. Beter kun je ' met het lezen in de héle bijbel doorgaan. Gelukkig mag je dan zo vaak iets vinden, dat je verder helpt.
In dit geval vond ik de hulp in een heel ander Schriftgedeelte, namelijk in Johannes 16: 1-4 "Dit heb ik tot u gesproken, opdat gij niet ten val komt. Men zal u uit de synagoge bannen; ja, de ure' komt, dat een ieder, die u doodt, zal menen Gode een heilige dienst te bewijzen. En dit zullen zij doen, omdat zij noch de Vader, noch Mij kennen. Maar deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat, wanneer hun uur komt, gij u moogt herinneren, dat Ik ze u gezegd heb". Hier spreekt de Here van verschrikkelijke dingen: Uitbanning uit de gemeenschap; vervolging tot d dood toe.
Wij zouden zeggen: Ach Here, waarom over deze dingen gesproken? Als ze komen is het al erg genoeg! Waarom moeten de dicipelen het nu al horen? Waarom moeten ze er nu al op rekenen? Ja, zo denken wij dan. Maar we hebben ongelijk! Wat is de bedoeling van de Here? Hij wil, dat de discipelen zich straks, als het vreselijke inderdaad gekomen is, zullen herinneren, dat hun Here dit al tijdens zijn omwandeling met hen gezegd heeft. En Hij wil, dat deze herinnering hen dan zal sterken, bemoedigen en troosten! Maar hoe kan dat dan?
De Here is op weg naar het allerdiepste van zijn lijden. Maar door dat donker heen zal Hij komen tot de heerlijkheid van de Vader. Lijden - sterven - opstanding - verheerlijking.
Maar als straks aan zijn dicipelen het allerergste overkomt, zal er voor hen dan niet een grote verzoeking zijn? De verzoeking om te denken: Tevergeefs heeft de Here zijn diepe gang gemaakt!
En wat zijn verheerlijking betreft, die gaat geheel buiten ons om en bevat voor ons geen boodschap van heil! Waarom zou ons anders dit vreselijke overkomen? De zaak van Jezus Christus op aarde blijkt aan zijn hand ontvàllen te zijn! Ondergang en dood! Ja, 'deze verzoeking isgroot en verschrikkelijk. Wie kan de kracht daarvan breken? Wie? Alleen de Meester zèlf! Alleen het wóórd van de Meester. Alleen de herinnering: Hij heeft het gezegd! Hij heeft het wel geweten! Hij wist het al, toen Hij op weg was naar zijn kruis. Maar Hij ging door. Hij heeft zijn zaak allerminst hopeloos geacht! Wij vallen in onze doodsnood niet buiten zijn bestek! De zaak van het. koninkrijk is Hem niet uit de hand gelopen! Daarom: Moed gevat! " ... opdat gij u moogt herinneren, dat ik ze u gezegd heb". Deze herinnering als een hart onder de riem in de komende nood!
Paulus de apostel
Wat heeft Paulus veel mogen doen in de dienst van zijn Meester! Wat heeft hij veel mogen betekenen voor de stichting en voor de voortgang van vele gemeenten!
Stelt u zich eens voor wat het voor die gemeenten moet betekenen, als ze zomaar ineens zouden horen: Paulus gevangen! Paulus voor. de rechter! Paulus niet meer in staat te gaan waar hij wil! Paulus gebonden! Zou er voor die gemeenten dan ook niet die grote en vreselijke verzoeking zijn om te gaan twijfelen aan de komst en aan de gang van het koninkrijk van God? Déze werker weggevallen! Waar moet het nu heen? De Here heeft zelf nog gesproken in Johannes 16. Heeft Hij zijn dienaar Agabus niet een boodschap van dezelfde strekking meegegeven voor de dicipelen in Ceasarea? En mogen wij vandaag niet dankbaar zijn, dat wij ook vandaag nog van die boodschap mogen horen? Een boodschap die een zeer. belangrijke zin heeft. Als Paulus straks inderdaad gevangen genomen wordt, laat het darmiet zo zijn, dat dit de gemeenten als iets .verbijsterends overkomt! Laat het zo zijn, dat ze zich kunnen herinneren, dat de Here dit al tevóren had gezegd en dat het dus in het grote bestek van zijn werk was opgenomen. Laten ze zich .herinneren, dat Paulus naar Jeruzalem ging terwille van de naam Christus en dat dat belang dus niet kon worden afgebroken door wat hem in Jeruzalem overkomen ging! " ... opdat gij het u moogt herinneren" - ook waar het de apostel Paulus betreft. Het is onze Here niet uit de hand gelopen! De Here is niet afgetreden. Het bestek van zijn werk is niet doorbroken. Hij is mèt ons alle dagen. Hij is met ons ook in het donker. Want ook van dat donker heeft Hij wel geweten. Wij herinneren ons immers, dat Hij het tevoren heeft gezegd! En dat is ook nog steeds de boodschap voor de gemeente van vandaag. Voor onze broeders en zusters in het donker. Voor àlle dicipelen!