Pastorale notitie
1989-10-13
- Jaargang 33
- nummer 21
Onvoltooid leven
Dicht bij Leiden was in 1940 een viaduct in aanbouw dat deel zou uitmaken van de nieuwe rijksweg Amsterdam-Den Haag. Toen de oorlog uitbrak werd de bouw gestaakt.
Meer dan vijf jaar heeft dat onvoltooide bouwwerk zomaar doelloos midden in de weilanden gelegen.
Een triest beeld van de tijd, die we beleefden. Een stukje oprit dat nergens vandaan kwam en een afrit die nergens heen ging. Twee peilers staken als hulpzoekende handen de lucht in. Het had iets van Zadkines beeld van de verwoeste stad in Rotterdam.
Toen de bevrijding kwam lag het er nog net zo: Maar op een dag miste ik het zomaar.
Ik dacht dat het afgebroken was zonder dat ik dat had gemerkt, maar bij nader inzien was het toch opgenomen in de nieuwe weg, waarvan de aanleg was hervat.
Ik kom er nog wel eens langs en ik probeer dan dat viaduct te herkennen, maar dat lukt niet meer, Toch zit het er werkelijk in.
Er viel mij een brief in handen van een broeder, die jaren geleden is gestorven en wiens begrafenis ik heb geleid. Hij was overleden in de kracht van zijn leven, zoals wij dat noemen. Een bruikbaar christen en een bekwaam man in zijn beroep. Er werd nog veel van hem verwacht.
Op zijn werktafel lagen de stukken waaraan hij de volgende dag verder zou gaan. Daar was psalm 146 zichtbaar: .....te dien dage vergaan zijn plannen. "
Op zijn begrafenis heb ik naar dat viaduct verwezen, dat daar vijf jaar lang onvoltooid in de weilanden lag en toch door de bouwers weer opgezocht werd en gebruikt ... God zoekt weer op wat voorbijgegaan is".
Pred. 3:15. Dat was geloof ik ook mijn tekst toen.
Een paar weken later kreeg ik een personeelsblad toegezonden met een in memoriam, gewijd aan deze broeder. Daarin werd ik op de vingers getikt.
Zijn leven was niet onaf, zoals de dominee had gezegd, maar het was voltooid en daarom had de HERE hem weggenomen.
Dat werd natuurlijk geschreven uit een diepe eerbied voor het doen van de Here God, maar ik kom dat vaker tegen dat christenen het een ongeoorloofde gedachte vinden dat een leven onaf zou kunnen zijn. Toch is dat zo.
Niet alleen het leven van wie jong sterft, maar elk leven, ook dat van de geslaagde mens, die op hoge leeftijd sterft: het is niet voltooid. Het had iets dat er niet helemaal uitgekomen is. Bij het ouder worden wordt die gedachte feestelijker en ook zo ontspannend.
Je wilt nog zo veel en je kunt het niet meer. Dat is wel jammer, maar wat bevrijdend werkt dan de gedachte dat het ook niet meer hoeft. Een mans hoeft niet eens in het harnas te sterven. Wel in de strijd tegen de zonde, maar niet in de strijd van dit bestaan of in de strijd om zelfverwerkelijking of zo.
Het komt niet af, maar het hoeft ook niet af.
Ik zou gedurende die vijf oorlogsjaren veel hoopvoller tegen het viaduct hebben aangekeken als ik had geweten: het ligt er nu zo onaf, maar straks wordt het toch nog opgenomen in de nieuwe weg.
Zo kijken we wel tegen ons leven aan.
Het lijkt maar niet onvoltooid, maar het is onvoltooid. Maar de HERE is er mee bezig.
Hij zal het voleindigen want Hij laat nooit varen de werken van zijn handen.
Ik zou best een foto van dat viaduct willen hebben en ik zou er elke dag naar kunnen kijken vanuit de wetenschap die ik nu bezit.