Tussen kerk en keuken
1989-10-13
- Jaargang 33
- nummer 21
'Evensong'
In de zomermaanden worden er in onze stad, door de gezamenlijke kerken 'Evensongs' georganiseerd. 'Gezamenlijk' moet u niet al te letterlijk opvatten want vrij veel kerken, o.a. de onze, zijn er niet bij betrokken.
Een Evensong bestaat uit het lezen van een paar schriftgedeelten, samen bidden, het uitspreken van de Geloofsbelijdenis en het luisteren naar het jongenskoor dat bij de Grote Kerk hoort, of naar een ander koor uit de omgeving.
Het is een soort dienst waar ik nogal gecharmeerd van ben en toen het jongenskoor aan de beurt was om de dienst op te luisteren, spoedde ik me, na 's morgens en 's middags een kerkdienst in onze eigen kerk te hebben gevolgd, 's avonds naar de Grote Kerk. Onderweg kwam ik een van de zonen tegen. "Waar ga je naar toe", vroeg hij.
"Naar de kerk", riep ik terug.
"Alweer?" zei hij verbaasd. "Jij weet ook niet van ophouden ... fana hoor." Fana is turbotaal voor fanatiek.
Deze zoon houdt niet van overbodige letters en hoewel turbotaal al weer tot het verleden behoort, blijven sommige woorden plakken.
"Je mag mee", inviteerde ik.
"Doei", zei hij, met zoveel afgrijzen op zijn gezicht, dat het duidelijk was dat hij me niet zou vergezellen.
Het ietwat late tijdstip van vertrek en de fikse wind deden me lichtelijk hijgend in de kerk verschijnen. Het jongenskoor en de pastor stonden al in de startblokken en doordat ik rende en zij zingend schreden, kon ik ze net voorblijven. Gelukkig zag ik vlug een lege stoel en tevreden zette ik me neer. Het koor en de pastor waren gehuld in rode toga's met een toetsje wit.
Het was een fleurig gezicht.
Eigenlijk begrijp ik niet dat in onze kerken de dominees niet vaker in een toga verschijnen. Het lijkt me een uitgesproken gemakkelijke dracht. Vooral voor hun vrouwen, want ik denk dat het in een pastorie 's zondags zo toegaat.
Zij: "Frederik ... trek nu eerst je preekpak uit voor we aan de koffie gaan. Het is net naar de stomerij geweest, want die tomatensoepvlek van de vorige week, kreeg ik er zelf niet uit".
Hij: "Kom je moet je om die uiterlijkheden niet zo druk maken. Ik heb er zo'n hekel aan om me telkens te moeten verkleden".
Zij: "Ja.:. dat kun je nu wel zeggen ...
maar de mensen zitten een uur naar je te kijken en als je dan een vlek op je rever hebt, schaam ik me dood. Je weet wat een scherpe ogen mevrouw Frisia, die op de voorste rij zit, heeft. Waarom neem je niet gewoon een toga. Die gaat over alles heen en je hoeft 's zondags niet meer zo te letten op wat je eet. En het staat nog mooi ook. Het kleedt prachtig af. Je vriend Barend staat het ook mooi".
Hij: "En Barend is juist broodmager!"
Zij: "Bij Barend vult het een beetje op. Lineke is er zo gelukkig mee, dat hij nu een toga draagt! Ze heeft me verteld dat het, als je de rekeningen van de stomerij meetelt, een stuk voordeliger is".
Hij: "Ik zal er eens over nadenken".
De pastor was inmiddels op de kansel geklommen en zong een soort Nederlands Gregoriaans. Hij had een prachtige stem. Heel soepel laag en warm. Het jongenskoor zong de sterren van de hemel. Misschien zou het voor onze gemeente ook wel iets zijn ... Een Evensong ... Ik ben alleen bang, dat we het zonder jongenskoor moeten doen. En dat is toch jammer.