India, mij een zorg ....

1989-10-13
  • Jaargang 33
  • nummer 21

I. Onderweg in India
Om diverse redenen deed zich voor mij onlangs de mogelijkheid voor ruim een maand in India door te brengen. Tussen midden augustus en midden september verbleef ik in dat immense land; die tijd bracht ik vooral door in Pune, 4,5 uur met de trein van de miljoenenstad Bombay, en, helemaal aan de andere kant van het land, in Calcutta, momenteel een stad van 14 miljoen mensen.
Pune was reisdoel, omdat ik er aan een theologische opleiding lesgaf, Calcutta, omdat ik graag onze 'dochter' wilde zien. Via Stichting 'Redt een Kind' 'sponsort' ons gezin haar nu al een aantal jaren.
In vier artikelen vertel ik graag wat over mijn ervaringen; na dit inleidend verhaal, met wat impressies van land en volk, volgen drie artikelen ove rde situatie van christenen in India. India en de situatie van de Christenen aldaar zijn me zelf erg 'onder de huid gekomen'; ik heb de ontmoeting met (vooral tientallen gelovigen als heel existentieel ervaren.
Naar ik hoop, kan ik daarvan iets op u als lezers overdragen.

De eerste indrukken
Nauwelijks vlieg ik een uur of drie, in een enorme Jumbo 747 van Singapore Airlines of ik word me bewust dat we echt Europa uit zijn. De zeer comfortabele 'jet' wordt verduisterd, omdat er een (niet erg interessante) Amerikaanse film vertoond gaat worden. Als alle raampjes op passende wijze zijn verduisterd, merk ik plotseling dat we boven (het Saoedi-Arabische) woestijngebied vliegen.
Onder mij liggen, zeer helder zichtbaar, scherpgetande bergketens, werkelijk immens. Diep uitgesleten rivierbeddingen staan volstrekt droog. De kleur is geelbruin en alles ziet eruit zoals van een béétje woestijn verwacht mag worden. Ik besluit enigszins asociaal te zijn en houd een stukje van mijn gordijn permanent omhoog. Anderhalf uur lang draai ik mijn hoofd bijna uit de kom om zoveel mogelijk woestijn te kunnen 'bespieden'.
Dan valt de nacht en vliegen we zeker een uur over de Arabische Zee, totdat de miljoenenstad Bombay zich als een reusachtig spinnenweb van licht onder ons schuift. Al van beduidende hoogte valt te zien dat de auto's links rijden (erfenis van een koloniaal Brits verleden). Bovendien zie je al van honderden meters hoogte dat het verschrikkelijk nát is. De moesson is nog in volle hevigheid bezig.
Eenmaal geland worden we door een klamme vochtige hitte overvallen: het is een graad of 28, schat ik; maar: het vochtgehalte van de lucht benadert dat van onze maand november.
De gebruikelijke afwerking van paspoorten en bagage duurt vrij lang. Een paar keer heb ik net mijn paspoort weer secuur weggeborgen (het is onbekend land en wat moet je verwachten?), als er wéér iemand in uniform je aanhoudt en - om onduidelijke redenen - inzage in je 'geloofsbrieven' eist. Na een keer of vijf zo'n controle kan ik wat geld 'wisselen en de bagage is er haast meteen.
En, tot mijn onuitsprekelijke vreugde, wordt heel discreet een envelopje overhandigd met de boodschap dat een Indiase kennis buiten op mij wacht. In een geleende bestelwagen word ik naar zijn huis gereden. De straten liggen te glanzen onder een laag water, twee uiterst sjieke mercedessen breken de monotone stroom riksha's en auto's uit de vroege jaren '50 en ook nog wat 'zestigers'. Relatief nieuwe auto's (minder dan 10 jaar oud) vormen misschien 2% van het verkeer. dat ik zie. In de grotendeels onverlichte straten zie ik ook een paar koeien rond sjokken of terneerliggen. Verder honden langs de kant van de weg en varkens die in hopen afval snuffelen.
Zeer armzalige hutten van brokken, hout, lappen en andere materialen: 'shacks', zoals ze hier heten. En, heel opmerkelijk voor mij, veel mensen op de weg, aan de rand van het asfalt en in de berm. De meesten zijn doorweekt en hebben sandalen aan of, vaker nog, zijn barrevoets, Ze doen geen enkele poging zich te haasten. De moesson ontvlucht je toch niet.
Bij latere gelegenheden zie ik dit alles vele malen weer, nu overdag.
Wat me dan steeds opvalt is de volte op en langs de weg. 'Azië's Miljoenen' zijn geen fictie!

Koeien en kamikaze-rijders
Als ik me later overdag in mijn riksha, een soort bromfiets-taxi (op zich al een vervoermiddel voor de meer gegoeden, maar naar onze normen spotgoedkoop) vooroverbuig ontrolt zich een schilderachtig, maar ook vaak enigszins angstaanjagend tafereel. Een van de mopjes die ik hier hoor, gaat over een bisschop en een taxichauffeur. De bisschop stierf, stond voor Gods troon en werd naar de hel verwezen, de taxichauffeur belandde moeiteloos in de hemel. De reden: Als de bisschop preekte, viel iedereen in slaap. Als de riksha-chauffeur onderweg was, bad iedere passagier vurig! Het is volkomen terecht, vind ik. Er is stellig verschil in rijstijl bij de diverse bestuurders, die me vervoerden.
Toch is de meest voorkomende houding die van een kamikaze-piloot. Je haalt langzamer verkeer in, zit dus in de rechterbaan van wat feitelijk een tweebaansweg moet heten. Van de andere kant doet een vrachtwagen precies hetzelfde. Zonder vaart te minderen gaan beide passanten recht op elkaar af en gooien op het allerlaatste moment hun stuur om.
Ze zijn voortdurend bedacht op het onverwachte!.lk laat het aan theologen over om te verklaren hoe het mogelijk is dat er in andere landen nog steeds beschermengelen voorkomen; ik zou denken dat ze allemaal in India werkzaam moeten zijn!
Je wordt je bewust dat een veilige aankomst op de plaats van bestemming niet een gegarandeerde zaak is.
Het langzamer verkeer: dat je inhaalt zijn mensen met handkarren, soms' op ongelooflijke wijze hoog opgetast.
Hoe ze vooruit krijgen? Verder zijn er de ossenwagens, kleurrijk vanwege de geverfde horens van de 'bullocks' en vrolijk vanwege de belletjes aan de halster en de metalen deeltjes aan de as van de wagen.
Ik ben verrukt van deze wagens!
Zou voor mij met mijn 'rijbewijsloze staat' een uitkomst zijn.
Daarnaast koeien die vertikken opzij te gaan, honden en talrijke geiten op de weg en wandelaars, die op de meest ongelooflijke wijze oversteken.
(Techniek: steek op een onverantwoordelijke wijze op een bizar punt over naar het midden van de weg, wacht vervolgens gelaten af tot de eindeloze stroom gepasseerd is, zonder je te vermorzelen. Het is gewoon eng! (Of geloof in reïncarnatie verantwoordelijk is voor deze doodsverachting weet ik niet, maar ik heb nergens anders iets vergelijkbaars meegemaakt.) En dan, het meest eng van allemaal, de scooters. Veel gezinnen hebben drie kinderen, krijg ik de indruk, maar over Indiase familieplanning zal ik 't nu niet hebben. En allemaal op een scooter. Vader zit voorop en houdt beide handen aan het stuur.
Dat is verstandig, gezien de toestand van de wegen en vanwege het feit dat zijn middelste spruit op de treeplank staat. (Is bij ons streng verboden.) Tussen vader en moeder zit het oudste kind, dat enig besef heeft dat het zich goed moet vastklemmen.
En dan de moeder die steevast schrijlings op de duozit heeft plaatsgenomen (kan ook moeilijk anders, als je een sari draagt).
Ma, die zich enigszins achteloos vasthoudt aan een slip van vaders overhemd, heeft ook losjes nog een kind op schoot. Eerlijk waar, als ik het zie (en dat gebeurt geregeld) krijg ik het spaans benauwd! Het is zo ongelooflijk gevaarlijk! Maar iedereen doet het. Ik ben bij vrienden, een docentenechtpaar hier op de campus. We krijgen het over het verkeer en ik vertel dat verhaal.
Waarop de vrouw, moeder van twee kinderen, breed grijnst en verklaart dat zij ook altijd zo op de scooter zit.
(Ze blijkt niet in het minst gekwetst door mijn gepijnigde gelaatsuitdrukking).
Dan heb ik nog niet genoemd de immense hoeveelheden uitlaatgassen die je onderweg omgeven. Feitelijk vind ik dat het meest onaangename aspekt van reizen in India. De vervuiling van het milieu door het verkeer moet vele malen de in het Westen aanvaardbare normen overschrijden!
Wie echter denkt dat het dus zeldzaam onaangenaam is om hier te reizen heeft nog van me tegoed dat het zo ontzettend, interessant en fascinerend is! Alleen al de mensen ,die je onderweg tegenkomt! De uitdrukkingen, de kleding, de ingenieuze manier waarop men zich aan de levensomstandigheden hier aanpast. Zonder zelfoverschatting zou bijna iedereen hier, met een beetje goede camera, op een tocht van 150 meter een hele novib-kalender aan exquise plaatjes kunnen schieten.

Bedelaars
Wat nog meer opvalt? De bedelaars.
Onderweg van mijn vriends huis naar het station van -Bombay (op weg naar mijn eindbestemming) wordt bij elk stoplicht tegen de taxiruit getikt. In de stortregen staan halfnaakte, verkleumde kinderen te bedelen. Ze houden hun hand op en kijken zieliger dan ik bij iemand ooit heb gezien. "Niets geven", adviseert mijn metgezel, "beroepsbedelaars”.
En ze krijgen het vermoedelijk niet eens in handen; er zijn een soort bendeleiders die hen in dienst hebben en bijna de hele opbrengst opstrijken.
Met tegenzin blijf ik 'nee' schudden. Een groen licht verlost me periodiek van gewetensnood.
Op het perron moeten we geruime tijd wachten; de trein is laat. Opnieuw is het mijn lot als blanke om mensen aan te trekken. Viju's aanwezigheid fungeert als een zekere barrière, maar nauwelijks is hij even weg om navraag te doen of er staat al een moeder met kind naast me, met een open handpalm. Ze is zelf nog een kind. Ik heb gemerkt hoe ik bijna steeds de mensen hier jonger schat dan ze zijn. Toch, het moedertje kan niet ouder dan 17geweest zijn. Haar kleren zijn gescheurd, maar weer opgelapt. "Je moet 't niet doen", heeft Viju gezegd. "Als je geven wilt, doe het dan alleen aan mensen die echt aantoonbaar invalide zijn. Als je aan de armen geld geeft, help je hen niet. Het stijft hen alleen in een passieve, lethargische houding". Hij heeft uiteraard gelijk.
En toch. Een mooi kind! Prachtige ogen, met een smekende blik. Als ze niets krijgt vandaag, geeft ze zich vannacht, uit bittere noodzaak, vermoedelijk aan de eerste de beste passant die er een paar rupees voor over heeft. Zo heeft ze nu,één kind en volgend jaar bedelt ze dan met twee kinderen op haar arm, of aan haar sari. Er lijkt geen structurele oplossing aanwezig. Dat kwelt me.
Maar, opnieuw, tienduizenden zijn er nog veel erger aan toe dan zij.
Ik zie de eerste, als ik in Pune uitstap en een poosje moet wachten.
Een meisje van een jaar of veertien (denk ik) komt met moeite langs een soort glooiing, een loopbrug, naar beneden. Eén been is goed, het andere verschrikkelijk mismaakt; ze kan het alleen zijwaarts bewegen.
Het meest doet het denken aan een treurig verminkt insekt, de manier waarop ze loopt, althans. Zij krijgt natuurlijk geld. Hoeveel zou ik moeten geven? Eén rupee is natuurlijk veel te miniem, maar vijftien rupees zou de opbrengst zijn van twee dagen ...
Binnen enkele uren zijn de contrasten gezien. De keurige, beschaafde en echt buitengewoon vriendelijke mensen in mijn eersteklas coupé (geen drukte, heel gezellig ons achten, achter een deur die bij elk station secuur op slot wordt gedaan: alleen mensen die hebben geboekt kunnen terecht en alle zitplaatsen zijn bezet.) En hier deze gebroken vlinder, zonder bewegingsvrijheid, zonder aantrekkelijkheid, zonder perspectief, ook zonder God? Als ik aan India denk, kan ik haar niet daarbij vergeten: Nu India, van een abstracte grootheid omgevormd tot 'gezichten' en 'plaatsen' zal ik de gedachte aan haar moeten verdringen, wil ik van deze reis alleen gelukkige en prettige herinneringen overhouden. Maar mijn gewenningsproces is 0 zo sluipend en bijna fataal. Ik schrik bij de tweede ernstig mismaakte al niet meer zo als bij dat eerste verwoeste leven. En de derde is in feite voor mij al méér van het zelfde ... In drie weken Pune raak ik er feitelijk min-of-meer mee vertrouwd. Ik weet nu onmiddellijk wie in mijn categorie van steunontvangers hoort en wie niet. Ik registreer en geef, maar mijn eerste geschoktheid herhaalt zich niet. Dan zijn zwaardere prikkels nodig. Vergaat het iedereen zo?

Christenen
En verder ontmoet ik Christenen: studenten aan (evangelikale) theologische opleidingen, docenten, die aan diezelfde instellingen verbonden waren, kerkleden en ook kerkleiders, kinderen uit tehuizen en hun verzorgers.
Vertegenwoordigers van India's Christelijk volksdeel, dat zo'n 14 miljoen talrijk is.
Het is uitzonderlijk boeiend om hen te ontmoeten, om (iets) van hun verhaal te horen en te merken hoe het voelt om christen te zijn in India.
Daarover de volgende keer meer.
Om te beginnen over het werk van 'Redt een Kind', waarvan ik ter plekke zéér onder de indruk ben geraakt

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief