Boekbespreking

1989-10-13
  • Jaargang 33
  • nummer 21
Mensenrechten wereldwijd
Een gereformeerde politieke visie
Het onder bovengeciteerde titel verschenen boekwerk(je), is een uitgave van De Vuurbaak te Barneveld.
Het verscheen dit jaar als publikatie nr. 61 van de Groen van Prinstererstichting, het wetenschappelijk bureau van het GPV. De auteurs (mr. E. Bos, drs. J. Douma,prof. dr. S. Griffioen, prof. dr .G.J. Schutte, drs. H. Timmermans en drs. J. van Veen) hebben het geschreven "vanuit de overtuiging dat de almachtige God hemel en aarde met alle bronnen van leven en welvaart heeft geschapen" en richtten zich daarbij vooral "op de mensenrechten in het buitenlands beleid". Het rapport is 119 pagina's dik en verkrijgbaar voor de prijs van f 15,90.

Actueel
Er is, dunkt me, wel enige reden om de auteurs, én onszelf geluk te wensen met de verschijning van dit rapport in dit jaar. Aan actualiteit is er zeker geen gebrek. In de maand waarin ik deze recensie schrijf kon men o.a, lezen van
-een minister Bukman, die zich had te buigen over de vraag of de , ontwikkelingshulp aan Suriname, destijds na de zgn. decembermoorden gestaakt, hervat kon of moest worden;
-een president Bush,die gesteld werd voor de vraag, in hoeverre en op welke wijze hulp kon worden geboden aan Polen en Hongarije
-en tenslotte, de herdenking in Parijs van de Franse Revolutie met zijn 'vrijheid, gelijkheid en broederschap' .
Het laatste feit wordt ook in het Woord vooraf expliciet gememoreerd.
Namens het Curatorium van de Groen van Prinstererstichting schrijft J.P. de Vries dat dat Curatorium hoopt dat deze brochure een bijdrage mag leveren aan een evenwichtige herdenking van de Franse Revolutie.

Enkele sterke kanten
Ook afgezien van die actualiteit is er reden voor waardering van deze publikatie. Het geeft in een betrekkelijk kort bestek een bijzonder veelzijdige oriëntatie omtrent tal van recente ontwikkelingen op het gebied van de grondrechten. De auteurs hebben het zich zeker niet gemakkelijk gemaakt en tegelijkertijd de problemen op een vrij heldere wijze weten te presenteren. In de eerste vier hoofdstukken komen achtereenvolgens de historische ontwikkeling, hun visie omtrent de in 1979 verschenen regeringsnota over de rechten van de mens en het buitenlands beleid, een aantal juridische problemen rondom de mensenrechten en een bijbels-wijsgerige waardering aan de orde, gevolgd door een hoofdstuk over mensenrechten in de praktijk en een slothoofdstuk met samenvattingen en aanbevelingen.
Bijzonder lezenswaardig zijn daarbij hun beschouwingen over de rechten van de mens in bijbels perspectief.
De in het verleden wel eens al te vlot gehanteerde stelling, dat de rechten van de mens afkomstig zijn van de Franse Revolutie, geboren uit een revolutionair verzet tegen God en gezag, en daarom als zodanig verwerpelijk, wordt hier gepasseerd. De schrijvers sluiten zich veeleer aan (pag. 76 e.v.) bij wat prof. Verkuyl eens kernachtig onder woorden bracht: "Ook voor de mensenrechten is er slechts één vaste grond, nl. Gods openbaring in Jezus Christus, zijn beloften en zijn eisen" en bij hetgeen prof. Velema in zijn uit 1980 daterende publikatie 'Discussie over de mensenrechten' eens opmerkte: "De mens begint niet met rechten te claimen of eisen te stellen. Hij wordt tot antwoorden geroepen. Hij is de tweede en niet de Eerste".
Wat dat betreft schrijven zij ook terecht, na vermelding van het feit, dat de Organisatie van de Verenigde Naties op de zgn. Isaiah Hall te New Vork de woorden uit Jesaja 2 heeft laten beitelen "Dan zullen zij hun zwaarden tot ploegscharen omsmeden en hun speren tot snoeimessen; geen volk zal tegen een ander volk het zwaard opheffen en zij zullen de oorlog niet meer leren", dat niet laakbaar is die toeëigening van Jesaja 2: 4 als zodanig maar wel, dat die tekst is losgemaakt uit het verband met het daaraan voorafgaande vers: "Want uit Sion zal de wet uitgaan en des HEREN woord uit Jeruzalem".
Dat wil niet zeggen, dat over deze aspecten niet veel meer te zeggen valt dan de schrijvers deden. Men vindt er zeker ook passages in die tot discussie uitnodigen evenals aspecten die men toch wel mist (Zie ook hieronder). Maar voor zover de auteurs, tot verder doordenken hebben willen prikkelen, zijn zij daar zeker in geslaagd. 'Mensenrechten wereldwijd' biedt in ieder geval materiaal in overvloed en een goed 'startpunt voor diepgaander beschouwingen.

Enkele zwakke kanten
Het rapport heeft - welk rapport heeft dat niet? - ook enkele minder sterke kanten. De opbouw lijkt soms niet al te sterk en dat is, dunkt me, vooral het gevolg van het feit, dat men in feite getracht heeft twee vliegen in één klap te slaan.
a. Enerzijds is er het streven om aan de 'mensenrechten' - Is het geheel toevallig dat men systematisch spreekt van mensenrechten en nergens van de rechten van de mens?een betere, minder liberale, en meer bijbelse grondslag te geven. Iets, waar overigens alleszins reden voor is.
b, Anderzijds om na te gaan welke nu de rol is, die mensenrechten mogen en moeten spelen in het buitenlands beleid. In zoverre is het ook het resultaat van een poging om van bijbelse noties uitgaande een correctie aan te brengen of een antwoord te geven op de door de regering in 1979 uitgebrachte nota 'Mensenrechten en buitenlands beleid'.
Beide doeleinden staan natuurlijk niet los van elkaar. Niettemin zou men wellicht met een tweetal sterkere betogen zijn gekomen, indien men beide vragen in twee gescheiden rapporten had pogen te beantwoorden.
Wellicht waren beide vraagstukken dan ook nog iets beter uit de verf gekomen, Wellicht was dan het accent ook iets minder komen te liggen op de grote hoeveelheid informatie, die in het rapport wordt aangereikt en iets meer op de antwoorden zelf.
Een andere minder sterke kant van het geheel lijkt me te liggen in de afgrenzing van de hier genoemde 'mensenrechten'. Zo wordt op pag. 64 in een paragraaf 'Niet in de verdragen voorkomende of ondergewaardeerde mensenrechten' als ' 'mensen recht' ook genoemd het verbod van willekeurige en onevenredige belastingen en de rechtszekerheid en de deugdelijkheid van bestuur, deze laatste met verwijzing naar artikel 43 van het Statuut van het Koninkrijk der Nederlanden. Aan dat laatste voorstel wordt, dan nog even vastgekoppeld de stelling dat het terwille van de rechtszekerheid gewenst is dat alle wetten niet door alle rechters in allerlei procedures worden getoetst maar door speciale instanties, zoals constitutionele hoven of de 'Kroon'. Nu werd in het verleden zeker al te gemakkelijk uitgegaan van een toch vrij waterdichte grensafscheiding tussen grondrechten en andere rechten.
Toch vraag ik me af of hier de slagbomen niet al te gemakkelijk omhoog zijn gegaan en of men de consequenties van het geheel wel geheel heeft doordacht. Uiteraard zal iedereen geporteerd zijn tegen willekeurige en onevenredige belastingen en voor rechtszekerheid en een deugdelijk bestuur. Het is ook een goede zaak dat de wetgever zich bij het uitvaardigen van wetten duidelijk voor ogen stelt wat nu wel en wat nu niet in een wet kan en moet worden vastgelegd, We hebben ook al al te veel wetten, die bleken 'niet te werken'. Maar of de hier gemaakte grensoverschrijding, zeker ook in het licht van de voorgestelde toetsing, echt te bepleiten valt waag ik te betwijfelen. Interessante discussiepunten worden hier echter zeker wel aangedragen.

Tenslotte
Ik merkte al op, dat het rapport stimuleert tot verder doordenken van de grondrechtenproblematiek. De ontwikkelingen staan ook sindsdien bepaald niet stil. Van het onlangs verschenen boekwerk ‘Algemene leerstukken van grondrechten naar Nederlands Constitutioneel Recht' van prof. M.C. Burkens hebben de schrijvers uiteraard geen kennis kunnen nemen. Het omgekeerde gaat eveneens op en wanneer laatstgenoemde schrijver - oud-lid van de VVD-fractie uit de Eerste Kamer van bovengenoemd rapport kennis had kunnen nemen, zou dat ook tot een nuttige verbetering en verrijking van zijn boek hebben kunnen leiden.
Wat wel merkwaardig is, dat in het rapport in het geheel geen enkele verwijzing voorkomt naar het in 1985 voor de Calvinistische Juristenvereniging uitgebrachte preadvies van prof. mr. A. K. Koekoek, getiteld 'De onderlinge verhouding van grondrechten', te meer, omdat ook deze in zijn beschouwingen van het geopenbaarde Woord Gods wilde uitgaan, Het vorenstaande - er zou nog wel wat meer over te zeggen zijn neemt overigens niet weg, dat een ieder, die ook maar enigszins in deze materie is geïnteresseerd, er goed aan doet het boek(je) aan te schaffen, zodat zij of hij het ook zelf kan lezen. Voor wat ter overdenking geboden wordt, is de prijs géén geld.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief