Sabbathsreis
1989-10-27
Eenmaal komt dit woord, sabbathsreis, in de Bijbel voor. De afstand van de Olijfberg tot Jerusalem heet een sabbathsreis, Hd. 1:12. Wie deze afstand meet komt op 800-900 meter uit, afhankelijk van waar de Olijfberg wordt geacht te 'beginnen'. Maar in de wetten van Mozes vinden we geen aanwijzing, die rechtstreeks de Israëlieten het maximum van een reis op sabbath aangeeft. We moeten dus wel even zoeken, combineren en deduceren.- Jaargang 33
- nummer 22
Critische afstanden
Wij kennen in ons dagelijks leven zekere afstanden tot elkaar, die we in acht nemen willen we voor beschaafd doorgaan. Bent u naaste buren, dan blijft u van de grond van uw naasten af, tenzij er reden is.
Komt u iemand op straat tegen, dan schuurt u niet langs zijn jas, maar geeft hem de ruimte. Bent u op visite, dan bedraagt de afstand iets van 1-2 meter. Aan een diner spreekt u met twee naastzittende buren en 2-3 overburen; wat hier boven uitgaat is onbeschaafd, tenzij een opgestoken hand of een knipoog. Moet u in de kerk op 60-75 centimeter naderen, dan kan dat alleen vanwege de broederschap. In de tram moet u dit ook, maar wie dat niet wenst gaat op het balkon staan. Een oogarts nadert ons tot knie-aan-knie, maar deze critische benadering moet maar even duren! Pas wanneer twee mensen het goed eens met elkaar zijn, valt elke afstand weg: uiting van grote vertrouwelijkheid.
Die critische afstanden zijn ons ingeschapen.
Zelfs onbeschaafde volkeren houden afstand tot vreemden; zelfs wilde dieren naderen elkaar behoedzaam en tot op een veilige afstand. En broedvogels geven met hun zang de onzichtbare grenzen van hun broed- en jaaggebied aan.
Tal van wilde dieren geven geurlintjes langs de grenzen, die ze wensen te verdedigen tegen indringers.
De Heilige Israëls vraagt ook respect van ons - afstand bewaren.
Toen de twaalf stammen in de woestijn opdracht kregen om zich aan vier zijden van de tabernakel op te stellen, moesten ze afstand bewaren tot het heilige. Dat blijkt, wanneer ze onder Jozua de Jordaan overtrokken (3:4). Daar zei de Heere: de ark volgen, want jullie weet de weg niet, maar afstand bewaren, niet te dicht naderen. Hoeveel afstand dan wel?
Tweeduizend ellen, zei de Heere. De Groot Nieuws vert. zegt slordig: 1000meter. Maar de lengte van een O.T. el is nauwkeurig bekend.
Toen Hizkia de watertunnel bouwde (om Jerusalem in oorlogstijd van water te voorzien en de koninklijke tuinen te besproeien) schreef hij aan de ingang, dat zijn tunnel 1200 ellen (cubits) lang is gemaakt; het staat op een bord te lezen. Nu weten we dat die tunnel (waardoor de laatste koning van Juda gevlucht is!) 525 meter lang is. Daaruit berekenen we, dat de O.T. el (cubit):i43.75 centimeter lang is.
De critische afstand die de Israëlieten tot de ark in acht rnoesten nemen, is dus 875 meter - en laat dat nu precies de lengte van een sabbathsreis zijn.
Legerplaats
In de woestijn werd vele malen gesproken van het leger en de legerplaats.
Het ging dan om de plaats waar de ark stond opgesteld, plus de plaatsen naar de 4 windstreken waar de kinderen van Israël zich gelegerd hadden, plus een critische afstand daar om heen. De grenzen van die legerplaats waren onzichtbaar, maar wanneer Mozes (Ex. 32:26) de legerplaats naderde zegt de Schrift, dat hij ging staan in de poort van de legerplaats". Waren er muren? Natuurlijk niet. Waren er dan wel poorten?
Ook niet - maar een vreemde had wel afstand te houden tot 'het leger'. En op dit moment nam ook Mozes 'afstand' en vroeg, vanuit de 'poort': wie is voor de Heere?! Dat klonk dreigend, want er ging bloed vloeien.
Die critische afstand werd ook later - toen de legerplaats door de stad Jerusalem was vervangen - rondom de stad getrokken. Een nomade zou leven binnen zijn tent (zegt de archaeoloog-historicus dr. Martin) maar wie binnen zijn 'levenssfeer', zijn critische grenzen kwam, die kwam hem te na! Zo woonden de stedelingen van Jerusalem in hoofdzaak binnen de muren, maar het stadsterrein, de territoriale grens, strekte zich 2000 ellen rondom de stad uit. Sommige Schriftgeleerden namen dat erg nauw en trokken een cirkel met een straal van 2000 ellen rondom het allerheiligste; anderen waren wat ruimer van opvatting en trokken een vierkant op 2000 ellen buiten de stadsmuren en gaven zo wat meer speling. Daarin volgden zij Numeri 35:2-5. (Zie de schets).
Jerusalem had dus zichtbare poorten, van steen. Maar ook onzichtbare poorten, op critische afstand. Trouwens wanneer pelgrims, wandelend de weg langs de Olijfberg, de 'afdaling van de Olijfberg' namen, zongen ze: Jerusalem, dat ik bemin, wij treden uwe poorten in. Maar dan waren ze nog net de critische afstand, de sabbathsreis, van Jerusalem af. (Luc. 19:37; Ps. 122).
Buiten de legerplaats
Het is duidelijk dat de Israëliet, die zich buiten de onzichtbare grenzen begaf, op reis ging; en dat was geen sabbathsrust. In de wóestijn kon hij, teneinde vers Manna te zoeken, zo ver gaan als hij wilde; maar op sabbath mocht hij dat niet. Dan kreeg hij rust van de Heere en als hij dat niet wenste verdiende hij straf. Het leger der Israëlieten kon, als de Heere het beval, elke dag verder trekken, maar op sabbath werd gerust. Zo kon een inwoner van Jerusalem (en van elke andere plaats) op sabbath zijn familie en vrienden bezoeken, zich met hen verheugen in de Heere en de geschonken rust - maar de legerplaats verlaten betekende: op reis gaan en daar rustte geen zegen op.
Aan de andere kant waren er ook dingen, die uitdrukkelijk buiten de legerplaats moesten geschieden. De zondoffers, de zoenoffers en de offers van Grote Verzoendag werden niet in een tempelvoorhof, maar buiten de legerplaats verbrand. U vindt dat bijvoorbeeld in Lev. 16:27; stier en bok werden met huid en haar, vlees en ingewanden, buiten de legerplaats verbrand; alleen werden enkele druppels van hun bloed in de tempel gesprenkeld. En waar was die brand buiten de legerplaats?
“Op de daartoe bestemde plaats van het huis", zegt Ezechiël (43:21).
"Buiten het heiligdom", volgt daarop. Het offer werd door de Aspoort naar het 'Ashuis' gebracht. In dat Ashuis (Beth ha-Deshen, zegt de Talmoed) werd de as van de Rode Koe bewaard, welke diende om priesters en levieten te reinigen.
Nu moeten we aan de brief voor de Hebreeën denken. Daar staat (13:10-, 13) dat Jezus buiten de legerplaats heeft geleden (zoals zondoffers buiten de legerplaats werden vernietigd); zoals wij Hem buiten de legerplaats moeten volgen, willen wij zijn lijden meedragen., De 'daartoe bestemde plaats', zegt de historicus-archaeoloog dr. Martin, lag even buiten de 2000 ellen van het heiligdom, op de helling van de Olijfberg. Hier was, buiten Jerusalems territoriale grens, een 'heilige, plaats' ingericht, een filiaal van de tempel kunnen we zeggen. Vanaf die plaats kon men de priester met het bloed de tempel zien ingaan, waarop gelijktijdig de vlam in het offer werd gezet. Waar de brief aan de Hebreeën als geen ander N.T. boek in de geheimen van de schaduwachtige bedeling doordringt, moeten we hier goede acht op geven. Hebreeën ziet het verband tussen het O.T. schuldoffer en Jezus Christus: bèide buiten de legerplaats, uitgestoten uit de leefgemeenschap - toch voor: Gods aangezicht.
Weer de Olijfberg
We kwamen voor Golgotha op de Olijfberg terecht: alleen van die berg(helling) was de tempelvoorhof en het scheurende voorhangsel te zien. Voor het speciale altaar - de Mifkad, zei Ezechiël, "waarvan niemand mag eten" (Hbr. 13:10) - komen we eveneens op de Olijfberg terecht, Misschien komen we nog wel vaker bij 'de Olijfberg;' laten we afwachten.
(wordt vervolgd)