Tussen kerk en keuken
1989-10-27
- Jaargang 33
- nummer 22
Oktober-vieringen
Het is vandaag acht oktober. Het zal bij de meesten van u niet bekend zijn, dat die dag in Alkmaar uitbundig gevierd wordt. Laat me uw geheugen even opfrissen: 8 oktober 1573 is de dag dat Alkmaar werd ontzet. Het hoofd van de lagere school, waar ik op heb gezeten, , leerde ons de jaartallen met een stok in de hand ... stamp, stamp, stamp .... 1573?.. Van .. Alkmaar ..
Begint .. De.. Victorie!' Dat hoofd voelde zich persoonlijk betrokken bij de geschiedenisles die hij ons gaf. "Amsterdam was niet voor de Prins .... natuurlijk niet... ze dachten aan hun geld en hun handel in plaats van aan de rokende brandstapels", zei hij smalend en keek ons aan met een blik, die aangaf, dat hij dat misselijke feit de Amsterdammertjes van nu ' nog nadroeg. Dan zaten wij, 48 kinderen sterk, ietwat schuldig voor ons uit te turen, want wij woonden dan wel in Amsterdam-
Noord/Nieuwendam, maar we werden toch tot de Amsterdammers gerekend. U kunt zich voorstellen dat ik, al was het maar om deze frustratie uit de weg te helpen, met overgave de 8 oktoberfeesten meevier.
Nu wordt het me ook wel bijzonder gemakkelijk gemaakt, want het is in Alkmaar een erkend vrije dag. Bedrijven liggen stil, de winkels zijn gesloten, er zijn lampionoptochten voor de kinderen, ringrijderijen en hondenmiddagen. AI zou ik met de beste wil van de wereld niet kunnen zeggen wat ..een 'hondenmiddag' inhoudt, want ik ben er nooit gaan kijken.
Verder is er een grote optocht.
Die optocht is voor mij een feest. Ik ben er ronduit stapel op! Een hele serie praalwagens, waar toneelverenigingen, ruitergroepen en zangkoren zich voor hebben uitgesloofd, wordt begeleid door onveranderlijk te dun geklede majorettes en imposante muziekkorpsen. Af en toe zitten de korpsen elkaar te dicht op de hielen zodat je twee wijsjes door elkaar hoort. Dat is leuk, maar verwarrend.
De ruiterverenigingen passen zich altijd aan. De ene keer zijn ze Spaanse ruiters, de andere keer Hollandse edelen en de derde keer horen ze tot het gevolg van Assepoesters prins. Kortom: Dezelfde kleren met een ander sjaaltje en naam. Heel practisch!
Het verbaast mij wel eens, dat de 31e oktober, historisch gezien veel belangrijker dan welk ontzet ook, nergens met toeters en bellen wordt gevierd.
Misschien uit een soort schaamte gaan wij met onze feestelijkheden de straat niet op. Onze Roomse broeders en zusters kennen die remmingen veel minder. Onbekommerd trekken zij met processies door de straten.
Bisschoppen, paters, de hele clerus loopt mee in een lange stoet. "Maar wij", zo zeggen we listig en fier, "wij herdenken". En herdenken is heel ingetogen. Alleen een zangvereniging wil de herdenkingsdienst nog wel eens opluisteren.
We zingen krachtig 'Een vaste burcht is onze God'. Als we toekomen aan 'Geen aardse macht begeren wij', wat bij voorkeur door vrouwen alleen wordt gezongen, (en dat is maar goed ook, want als mannen dat zingen komt het ongeloofwaardig over) denk ik weleens, dat het goed uitkomt geen aardse macht te begeren.
We durven namelijk niet eens de straat op te gaan om een 31 oktober optocht te organiseren! En het zou zo mooi kunnen. In Kampen bijvoorbeeld. Een bij uitstek geschikte plaats voor zo'n evenement.
Ik zie het helemaal voor me. Eerst een praalwagen met Augustijner monniken (een pij is gemakkelijk te maken). Dan een wagen met Tetzel die aflaten verkoopt. Een wagen met een kerkdeur en Luther, die de stellingen vastspijkert. Een wagen met Jan de Bakker op een stapel hout ...
Of vindt u dat dat niet kan? Laat die dan maar weg. Vervolgens een wagen met een groep die naar een hagepreek luistert. Ik hoop dat ik de broeders en zusters in Kampen voor volgend jaar aan een idee heb geholpen.
Een ding nog ... Belt u me even als het zo ver is. Want ik kom beslist kijken.