Ex Libris
1989-10-27
- Jaargang 33
- nummer 22
Maarten vertelt verder
In de boekwinkel vond ik weer eens een nieuwe bundel van Maarten 't Hart: De Unster. Er staan twaalf verhalen in, het vijfde heet 'De Unster', en daarnaar is dus het hele boek genoemd. Waarom eigenlijk? Het verhaal is beslist niet typerend voor deze bundel, eerder het tegendeel.
Maarten 't Hart is een beroemd schrijver. Misschien betreurt u dat, maar het is en blijft een feit. En dat is eigenlijk ook voldoende reden om in Opbouw weer eens aandacht te schenken aan een nieuwe publikatie van deze auteur die niet meer uit onze literatuurgeschiedenis weg te denken is.
De Unster, twaalf verhalen, eerste druk augustus 1989. 0 ja? In het voorjaar van 1987 verscheen bij de Arbeiderspers een bundel met. 28 verhalen van verschillende schrijvers en daarin stond ook al 'De Draagmoeder', één van de verhalen uit de nieuwe bundel van Maarten 't Hart. Zoiets hoor je als schrijver of als uitgever wel even te vermelden.
In Opbouw heb ik destijds aandacht aan dat verhaal geschonken. De ik-figuur heeft een futeëi meegenomen uiteen nest dat door de ouders verlaten was, het staat op het punt van uitkomen. Dan krijgt hij bezoek van een vrouw die hem haar probleem voorlegt: ze kan zelf geen kinderen krijgen en nu heeft een andere vrouw, die in verwachting is en er geen kinderen meer bij wil hebben, háár het kind aangeboden.
Ze moet daarvoor dan wel direct vijfentwintigduizend gulden hebben en na de geboorte nog eens hetzelfde bedrag. En als ze dat geld nu niet heel gauw krijgt, laat ze zich aborteren. De ik vindt dat gewoon chantage, bovendien kun je volgens hem maar beter helemaal geen kinderen hebben, het geeft toch alleen maar ellende. Ze gaan samen naar het water; daar zwemt een fuut met vier jongen op haar rug. Plotseling komt er een reiger die een jong van haar rug plukt en verorbert. De futemoeder duikt onder water, de jongen komen als grote bruine kurken bovendrijven.
De ik zet dan het futejong dat uit het ei is gekomen, tussen de anderen en als de moeder boven komt, klimt dit jong snel op de rug van de moederfuut. ,,0, wat geweldig", zegt ze. En dat is het einde van het verhaal. Er is geen oplossing van het probleem, geen uitzicht, geen perspectief. Ze zien alleen nog de zonsondergang in een sfeer van vervreemding.
Dat verhaal heeft in deze nieuwe bundel een vervolg gekregen. De buurman heeft het futejong gevonden en bij de ik-figuur gebracht.
Kennelijk is het door de moeder verstoten. De ik belt de vrouw op die de vorige keer op bezoek kwam (en toen geholpen heeft het dier te voeren). Ze komt, het fuut je accepteert van haar het voedsel dat hij van de ik niet aan wil nemen. Maar zij vertelt: de andere vrouw heeft voor de vijfentwintigduizend gulden die ze gekregen heeft, direct een nieuwe auto gekocht. Latèr komt ze nog eens en dan blijkt dat de adoptie niet doorgaat; het andere dochtertje is verongelukt en nu wil het echtpaar geen afstand meer doen van het kind dat nog geboren moet worden. De ik weet geen woorden te vinden om haar te troosten. Het einde van het verhaal is: Ze stapt op, rijdt weg in het goudkleurige licht. Als ze langs de sleedoorns gaat, schuift er een wolk voor de zon.
Mijn conclusie is opnieuw: Er is geen oplossing,geen uitzicht. Het is een heel triest verhaal. Er zitten allerlei wrange elementen in die het geheel alleen maar triester maken.
(Die slotzin grenst overigens aan kitsch!) Maarten 't Hart zet zich ook weer eens af tegen de godsdienst.
Dat het meisje verongelukt is, kan nooit een straf van God zijn, want God bestaat immers niet. De buurman is ouderling, maar hij wil wel zwart geld verdienen. De buurvrouw komt zeggen: "Het spijt me voor je, maar als het gaat regenen zou het een ramp zijn voor het hooi. Dus ik hoop dat je, al weet ik dat je aerpels wel een buitje kunnen gebruiken, het ons niet kwalijk neemt dat we om droogte blijven bidden."
Zo langzamerhand weten we wel hoe Maarten 't Hart over God en over christenen denkt. Moeten we dat dan ook weer herhaaldelijk in deze nieuwe bundel tegenkomen? In 'Bethesda' zitten dezelfde kritiek op de bijbel en dezelfde manier van redeneren als in 'Het roer kan nog zes maal om'. En 'Het dat-van Hinnom' doet weer denken aan 'De Jacobsladder'. Ook de figuur 'Oom Job' kon zo uit een ander boek zijn weggelopen.
Er zijn méér motieven die we herkennen: het antifeminisme, de sfeer op een laboratorium en natuurlijk ' kwinkeleren door
allerlei verhalen de vogels die de schrijver trefzeker bij hun naam weet te noemen, net als alles wat er verder maar groeit en bloeit: hertshooi, ereprijs en boerenjasmijn, om maar een paar te noemen. Dat al die dieren en planten erg functioneel in de verhalen passen, heb ik niet kunnen ontdekken.
Maarten 't Hart is te veel bezig zichzelf te herhalen, Zelfs het meisje dat door de sterke ik-figuur over een hek wordt getild, hebben we al eens ontmoet in 'De Jacobsladder'. Goed, de sfeer die hij tekent in 'Wonen op de Wallen' is voor mij nieuw (althans in het werk van 't Hart) maar zelfs daar horen we weer over zijn liefde voor het orgelspel. En dan is hij nog flauw-geestig ook: "Toen ik er (dat is de hoerenbuurt) in de zomer van 1980 voor het eerst enkele dagen verbleef, wilde ik weten wat datgene kostte wat ik het liefste deed. Tussen slenterende mannen en fluisterende vrouwen door liep ik van mijn huis over de brug naar het Ouderkerksplein.
Wat zou het kosten? Wat men doorgaans in andere steden rekende wist ik, maar zou men dat in Amsterdam ook vragen? Bij de ingang van de Oude Kerk trof ik een jongedame.
Zij zei: "Ik heb er geen idee van of het kan en hoeveel het kost, maar u kunt misschien bellen." Ze gaf mij een telefoonnummer, ik liep terug naar mijn huis. Toen ik het mij opgegeven nummer had gedraaid, klonk aan de andere kant van de lijn een zware mannenstem. "Meneer", zei hij "u mag er niet zo maar op, u moet eerst aantonen dat u er iets van kunt."
En waar gaat het nou om? Hij wil op het orgel van de Oude Kerk spelen!
Het gaat helemaal niet om één of andere buitenissige wens op sexueel gebied, zoals u waarschijnlijk gedacht had.
Uiteraard kan ik niet alle twaalf verhalen gaan bespreken. Is dit nu literatuur?
Het boek zal ongetwijfeld straks wel weer op de lijsten prijken van leerlingen in de examenklassen.
Maar bevat het iets nieuws, iets dat inzicht geeft? Is de stijl of de totale structuur van die aard dat het boek daardoor ver uitsteekt boven de middelmaat? Ik heb het niet kunnen ontdekken.
Maarten 't Hart zou er goed aan doen zijn werk wat langer in portefeuille te houden en het nog eens kritisch te bekijken voor hij het publiceert.
Het ziet er op het ogenblik naar uit dat hij eigenlijk uitgepraat is. Hij loopt het risico dat het hem vergaat als commissaris Voordewind met zijn "De Commissaris vertelt' en 'De Commissaris vertelt verder'.
Toen kwam Willem van Iependaal met: 'De commissaris kan me nog 'meer vertellen.' Tenslotte: wie het boek aanschaft, moet er wel op letten dat hij geen misdruk krijgt. In mijn exemplaar is de zaak fout na bladzijde 160.
Maarten 't Hart: De Unster. Arbeiderspers, 219 bladzijden, prijs f 26,90.