Hemelvaart en verwachting

1988-05-13
  • Jaargang 32
  • nummer 19
Gisteren zal in de verschillende gemeenten aandacht besteed zijn aan de hemelvaart van Christus. Aan dat moment, waarop de opgestane Heer door de Vader verhoogd werd en geplaatst aan zijn rechterhand boven alle machten en krachten van de schepping (Efeze I :21).
In de beschrijving van Lucas, in Handelingen 1, heeft de geschiedenis van de hemelvaart duidelijk een open eind. Het eindigt, zou ik zeggen', met een dubbele verwachting.
De discipelen wordt geleerd om te wachten op de kracht van de Geest voor déze tijd en op de wederkomst van Christus aan het eind der tijden. Over die eerste verwachting schrijf ik deze maand in 'Verkenning'; hier ga ik graag in op die tweede verwachting.

"Deze Jezus, die van u opgenomen is naar de hemel, zal op dezelfde wijze wederkomen, als gij Hem ten hemel hebt zien varen" ... zo krijgen de discipelen te horen van twee mannen in witte klederen. Een vermaning, die erop gericht is dat de apostelen niet met weemoed aan de hemelvaart moeten denken, maar vol verwachting. Uiteindelijk is de hemel niet de plaats waaraan wij Christus verloren hebben, maar de plaats vanwaar wij hem terug verwachten!
In heel de Schrift is alles wat wij voor de toekomst verwachten dan ook verbonden met Hem. Wij zijn burgers van een rijk in de hemelen, "waaruit wij ook de Here Jezus Christus als verlosser verwachten, die ons vernederd lichaam veranderen zal, zodat het aan zijn verheerlijkt lichaam gelijkvormig wordt" (Fil. 3 : 20 en 21). "Evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden" (I Cor.
15: 22). En éénmaal zal God "al wat in de hemelen en op de aarde is onder één hoofd, dat is Christus, samenvatten"
(Ef. 1 : 10). De strekking van dit alles is duidelijk: voor de totale schepping wordt onze verwachting gericht op die éne, Jezus Christus, die terugkomt.

Christus komt terug
Nu het hier om zo'n belangrijk onderwerp gaat, waarvan zoveel voor ons nog verborgen is, hoeft het geen wonder te heten, dat er veel over nagedacht is. En ook niet, dat er verschil van inzicht over is. Maar één ding is daarbij wel belangrijk.
En dat is, dat onze verwachting voor de toekomst er op gericht moet zijn, dat Christus terugkomt naar de aarde! Zo zeiden de engelen het bij de hemelvaart, zo zegt Paulus het onder meer in de tekst die we uit Filippenzen aanhaalden.
Ik ontmoet nogal eens een verwachting die ànders gericht is, namelijk op de hemelvaart van de gemeente. Waarbij de troost dan zou zijn, dat wij eenmaal achter Christus aan ten hemel zullen varen.

De tekst waar deze verwachting op gebaseerd is, wil ik hieronder bespreken.
Het is met name I Thessalonicenzen 4: 17: "daarna zullen wij levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Here tegemoet in de lucht, en zó zullen wij altijd met de Here wezen".
Niemand zal ontkennen: bij eerste lezen lijkt deze tekst voor onze toekomst ook naar boven te wijzen, naar de hemel.
Ik herinner me een radio-programma over dit onderwerp, waarvan de titel ongeveer als volgt luidde: "Naar de hemel gaan zonder eerst te sterven". De troost van dit gedeelte werd dan als volgt gezien: alle tekenen wijzen erop, dat onze generatie de wederkomst mee zal maken.
Als het zover is, dan zullen wij zonder eerst te sterven meteen naar de hemel mogen. Namelijk bij de opname van de gemeente.

De parousie
Nu valt meteen al te zeggen: Paulus spreekt in deze tekst juist niet over hei voorrecht van de achterblijvers, maar over de voorrang van de gestorvenen!
De gemeente hoefde om gestorvenen niet bedroefd te zijn zoals de mensen die geen hoop hebben. Want ... juist de gestorvenen zullen op de grote dag de glorie van hun Heer volkomen meemaken!
Eerst worden zij opgewekt en dan pas mogen de achterblijvenden aansluiten in de rij om Christus te begroeten.
Ik erken dat we het hier over wonderen hebben, die ons begrip gewoon te boven gaan. We moeten wat dat betreft maar gelovig afwachten. Maar het lijkt me zo belangrijk om wel te weten in welke richting onze hoop moet zijn. En dan zeg ik het maar heel eenvoudig: de troost is niet dat wij weg mogen van deze aarde, maar) dat Christus terugkomt naar deze aarde!
Heel belangrijk is daarvoor, dat Paulus in vs. 15 spreekt over "de komst des Heren". dat is in onze vertaling een beetje een kleurloos woord: zijn komst.
Maar het Griekse woord parousia heeft nu juist niets kleurloos! Het is het woord voor wat wij zouden noemen de intocht van een koning. Een luisterrijke aankomst, waarvoor de hele stad wordt schoongemaakt en waar de inwoners met spanning naar uitzien. Totdat het bericht gaat: "de koning komt!". Dan klinkt de bazuin, en dan gaat men uit, de koning tegemoet.

De Here tegemoet
En dat laatste is nu de uitdrukking die Paulus ook in onze tekst gebruikt. Als de aartsengel roept en de bazuin klinkt, dan zullen wij allen (gestorvenen en nog levenden) uitgaan, de Here tegemoet.
Dat kàn dan toch niet betekenen, dat wij de wederkomst afbreken om samen met de Here weer te vertrekken van deze aarde?
Het is juist om Hem vol blijdschap binnen te halen. Het is de Here tegemoet gaan in de lucht om erbij te zijn als Hij komt, en zo zal Hij altijd bij ons zijn.
Ik noem een aantal bijbelse voorbeelden.
Als de Here vanuit Bethanië Jeruzalem nadert (Joh. 12), dan staat er: toen "namen zij palmtakken, gingen uit Hem tegemoet en riepen: Hosanna".
De mensen gingen Hem tegemoet . . . dat betekent niet dat ze met Hem buiten bleven, maar dat ze Hem binnenhaalden!
Een ander voorbeeld: als de meisjes uit de gelijkenis (Mat. 25 : 1-13) de bruidegom horen komen, dan klinkt het: "De bruidegom zie, gaat uit hem tegemoet!"
... niet om met hem in het donker te blijven maar om hem binnen te halen voor het feest. Laatste voorbeeld: als Paulus en zijn gezelschap Rome naderen, dan staat er: vanuit Rome "kwamen de broeders ons tegemoet" (Hand. 28 : 15) ... niet om samen op Forum Appii te blijven, maar om hen Rome binnen te halen.
Welnu, ik noem deze drie voorbeelden met de bedoeling om daarmee I Thess. 4 : 17 te verduidelijken. Als daar staat, dat wij op de grote dag "In een oogwenk weggevoerd worden, de Here tegemoet in de lucht", dan zal dat zijn om Hem binnen te halen als onze Koning. Op de heerlijke dag van zijn parousie, wanneer de belofte van de engelen vervuld wordt, dat Hij op gelijke wijze terugkomt als Hij vertrokken is.

Opgenomen in de hemel
Nu kan ik me heel goed voorstellen dat iemand zegt: wat bezielt u om deze dingen zo met nadruk te brengen? Wel, ik schrijf deze dingen niet omdat ik denk dat we een blauwdruk van de jongste dag moeten hebben. Ook niet omdat ik meen alle vragen hierover op te kunnen lossen. Eigenlijk eerder het omgekeerde.
Ik probeer juist om onze geloofsaandacht vàn de details van de wederkomst vandaan weer te richten op het centrum: Christus komt terug! Onze koning die ten hemel gevaren is, zal als Koning heersen en ieder zal Hem zien.
Als ik merk dat er zo veel nieuwsgierigheid is naar de dingen die rondom die dag zullen plaatshebben, dan ben ik daar niet onverdeeld blij mee. En dat geldt speciaal van de vragen rond de zogenaamde "opname van de gemeente".
Dat richt onze hoop verkeerd. Er staat in Hand. 1 dat Christus werd "opgenomen" en de discipelen krijgen niet te horen: "straks mogen jullie achter Hem aan", maar: "straks komt Hij terug"!
Ik ben ervan overtuigd, dat dit ook gevolgen heeft voor de praktische opstelling van christenen. Voor de politieke opstelling ook. Wanneer onze hoop is, dat we straks wèg mogen van deze aarde, dan is politiek en zorg voor de schepping maar matig belangrijk. Een vriend uit evangelische hoek hoorde ik het zo verwoorden: "christenen hebben geen aardse maar een hemelse roeping".
Ze hebben immers ook geen aardse maar een hemelse toekomst! In Amerika (waar alle dingen nu eenmaal wat meer overdreven zijn) kan men evangelische christenen zien rijden met de waarschuwende sticker achterop de auto: "In case of rapture this car is driveriess". Bij de opname van de gemeente zal deze auto zonder chauffeur zijn. Dus rij er dan niet tegenaan! Dat is misschien een uitwas, maar het is wel typerend: de zorg voor de wereld bestaat uit een vriendelijke waarschuwing .aan de achterblijvers. Te vrezen valt, dat heel wat "wedergeboren christenen" in Amerika ook nonchalant tegenover kernenergie en kernwapens staan vanuit de gedachte: als het gaat spannen in de wereld, dan worden wij toch weg genomen.
Ik denk trouwens, dat veel gereformeerde christenen dit minder duidelijk uitspreken, maar dat ze er onbewust óók van uitgaan dat de zorg om de aarde een zaak van tweederangs-belang is, omdat "we toch naar de hemel gaan".

Geen wegwerp-planeet
Maar dat ligt heel anders wanneer we zien dat dit de aarde is, waar onze Koning terug komt! De planeet aarde is geen wegwerp-planeet, die God zal verdoen en die wij zullen verlaten om hem in te ruilen voor een hemelse toekomst.
Het is integendeel de plaats waar Christus terugkomt, de bodem waarop zijn voet zal staan.
Als de inwoners van een Griekse stad de parousie van hun koning verwachtten, dan maakten ze de stad op orde ter ere van die koning. Zouden wij dan niet zorg dragen voor de schepping en bidden voor en om christelijke politici?
Er is iets helemaal mis wanneer de zorg om het behoud van de schepping in handen is van mensen, die de Koning niet verwachten. terwijl zij die 'Maranatha' bidden, de aarde te aards vinden!

Nu ligt er in onze zorg voor de schepping ook een geheimenis. Want het bijbelse toekomstbeeld is inderdaad niet, dat wij door onze inspanningen geleidelijk aan het Koninkrijk vestigen. De schepping zucht als in barensnood, en de verlossing zal van God moeten komen.
Het is daarmee als met de taak van Israël en het huis van David, waaruit de Messias geboren moest worden. Als Farao Israël wilde uitroeien, als er later aanslagen op het huis van David waren, dan gold daarvan: "het is tegen de HERE en zijn gezalfde" (Psalm 2 : 2).
En God heeft bewaring gegeven terwille van de Messias, die komen moest!
Dat is heel de historische lijn van de geslachten, beschreven in Mattheüs 1.
Maar die lijn loopt uit ... op Jozef. Op de man, die er uiteindelijk buiten stond.
Omdat God de Messias aan David gegeven heeft in plaats dat David's huis hem verwekte.
Nu, zo zal het ook zijn in het eind der dagen. God vraagt ons om zorg te dragen voor zijn schepping. En om zijn Koninkrijk te zoeken. Dat is heel serieus.
Ook al weten we, dat op die dag het nieuwe Jeruzalem zal neerdalen uit de hemel. Van God, wiens werken sinds de grondlegging der wereld gereed zijn.
Als het zover is, dat het nieuwe Jeruzalem uit de hemel neerdaalt op de aarde, ik denk dat we dàn pas zullen begrijpen hoe het kan, dat Jezus naar de Vader ging om ons plaats te bereiden. Terwijl Hij toch naar de aarde terugkomt om onder ons te wonen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief