,,Eerste de Jood Y maar ook de Griek ''

1988-05-20
  • Jaargang 32
  • nummer 20
Eén van de zegeningen die wij op het Pinksterfeest gedenken is dat sinds de uitstorting van de Heilige Geest het onderscheid tussen de volken is weggenomen.
Er bestaat nu geen voorrang meer van de een boven de ander, van de Jood boven de niet-Jood. Alle mensen zijn voor God gelijk. Ieder, van welke natie, sexe, klasse, groep of bloed hij ook zij - "al wie de naam des Heren aanroept zal behouden worden" (Rom. 10: 13). Bij alle dankbaarheid hiervoor komt evenwel de vraag bij ons op: hoe verhoudt zich deze gelijkberechtigheid van allen tot het eerstgeboorterecht van Israël? De Schrift is over dat laatste toch niet onduidelijk.
Als ik het goed begrijp heeft Paulus die verhouding bondig vastgelegd in een overdacht adagium dat we hem één en andermaal zie gebruiken in de Brief aan de Romeinen (1 : 16; 2: 9, 10). Dit adagium: "Eerst de Jood, maar ook de Griek" (of niet-Jood).

-0-

De zo bekende zin lijkt opgebouwd uit elementen van twee andere zinnen, die elk van beiden een waarheid vertolken. De eerste zin zou er als volgt uit kunnen zien: ,,(Het heil gold) eerst de Jood en vervolgens de niet-Jood". In deze zin wordt recht gedaan aan de historische volgorde van de bedelingen waarin zich het heil heeft gemanifesteerd. Je mag hier denken aan het beeld dat Paulus in Romeinen 11: 16 gebruikt van de wortel die eerst is en de takken volgen.
De tweede zin zou aldus kunnen luiden: ,,(Het heil geldt) niet alleen de Jood, maar ook de niet-Jood".
Hier worden Jood en niet-Jood op precies gelijk niveau naast elkaar gezet.
Men wordt herinnerd aan een tekst als Romeinen 9: 24: "God heeft ons geroepen, niet alleen uit de Joden maar ook uit de heidenen".
Paulus heeft nu, zo stel ik me voor, de eerste helft van de eerste zin en de tweede helft van de tweede zin bij elkaar gevoegd en verkreeg toen zijn denkgewrocht: ,,(Het heil geldt) eerst de Jood, maar ook de niet-Jood",- een gelukkige kombinatie van volgorde en gelijkberechtigdheid. Je zou de figuur van de Griekse Y kunnen gebruiken om deze kombinatie te illustreren: een poot uitlopend in een sprant van twee precies gelijke aftakkingen.
Deze schematische figuur van de Y lijkt trouwens op het beeld van de olijfboom met de natuurlijke en geënte takken dat Paulus in Romeinen 11: 17 e.v. hanteert.
Zo stel ik me dus de wordingsgeschiedenis van de paulinische kunstzin voor. Het is de korte samenvatting van heel het onderwijs dat de apostel over de verhouding tussen Joden en niet-Joden gegeven heeft.

-0-

Men zou zich de vraag kunnen stellen of deze kunstspreuk van Paulus zich niet voor nog andere invullingen leent. Bijvoorbeeld: "Eerst de man, maar ook de vrouw". Deze zin zou dan enerzijds recht doen aan het niet te loochenen feit dat volgens de Schrift "Adam eerst en vervolgens Eva geformeerd is" (I Timoteüs 2: 13). Wat Eva betreft: 'er was een tijdtje) dat zij er niet was'. Maar van de andere kant zou die zin niet minder ernst maken met het feit dat "in Christus noch mannelijk noch vrouwelijk is" (Galaten 3 : 28, de bekende tekst die ook het verschil tussen Jood en niet-Jood ontkent). Historisch gesproken is er inderdaad een zeker voorop gaan van de man en een volgen van de vrouw, een rolverdeling die weerspiegeld is in het onderschikkings-model van Genesis 2.
Maar schepselmatig gesproken is er de nevenschikking van Genesis 1, die 'in Christus' weer terug is. Van dat historische mogen we naar dat schepselmatige toewerken.

-0-

En is iets dergelijks niet van de verhouding tussen blank en zwart te zeggen?
"Eerst de blanke en dan de zwarte", dat bevestigt de blanke in zijn baasschap. "Niet alleen de blanke, maar ook de zwarte", dat kan onhistorisch gehanteerd tot revolutie leiden. "Eerst de blanke, maar ook de zwarte", dat doet recht aan de geschiedenis en maakt toch van de geschiedenis geen gevangenis. Het eerst-zijn wordt dan gezien als een voorrecht en een kans om de ander niet onder maar naast zich te krijgen.
Geldt dit niet van elk eerst-zijn in het Koninkrijk Gods? Kijken we dat niet . van onze Meester zelf af? "Eerst Hij, maar ook wij", - het lijkt me geen onterechte typering van Pinksteren.

H. de Jong, Amsterdam

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief